De zomervakantie is heerlijk en de vakantiespreiding voorkomt grote files. Prachtig, toch? Absoluut niet, vindt econoom Arjo Klamer.

STEUN RO

De scholen ronden de lessen af, het vakantierooster op het werk hangt op het prikbord en de campingspullen worden alvast van zolder gehaald. Het is bijna vakantie. Welverdiend, want we hebben het afgelopen jaar natuurlijk hard gewerkt. En de vakantiespreiding voorkomt al te grote drukte op de wegen. Niet dus, zegt de Rotterdamse cultuureconoom Arjo Klamer (Erasmus Universteit). Hij vindt zoveel weken vakantie onzin en de vakantiespreiding slecht voor de economie. We leggen hem enkele stellingen voor.

Stelling 1: Vakantiespreiding voorkomt grote drukte op de weg

'Dat klopt. Als Frankrijk met vakantie gaat, heb je de zwarte zaterdag waarop de wegen vast staan. Maar dat is maar één dag. Daar staat heel veel tegenover. Nu betaal je de rekening op een andere manier. Nederland werkt nu drie á vier maanden niet. Door de vakantiespreiding ben je twee maanden zoet in de zomer. Dan heb je ook nog de herfstvakantie, de krokusvakantie en kerst. Als je alles bij elkaar optelt zit je tegen de vier maanden. Dat is veel tijd. In de tussentijd moet je op het werk alle werkzaamheden comprimeren. Het is lastig om bijeenkomsten of andere activiteiten te organiseren. We verliezen dus veel aan productiviteit. Maar omdat je alles comprimeert zorgt het ook voor veel stress.'

'We zijn doorgeschoten; vakantie is de religie van nu'

In publicaties schreef u dat u überhaupt geen voorstander bent van vakantie.
'We zijn daarin doorgeschoten. Het lijkt soms alsof de hele economie gericht is op het vieren van vakantie. Vakantie is een soort ideologie, een heilig huisje, geworden. We zijn er erg aan gehecht geraakt. Nederlanders slaan vaak een beetje door. Dat zie je vaker. Vroeger waren we massaal kerkgezind en nu zijn we dat massaal niet meer. In de jaren vijftig was vakantie nog heel ongebruikelijk. Inmiddels is vakantie een recht. Je kunt zeggen dat vakantie de religie van nu is. Geld, de mammon is een religie, maar dat geld besteden we tijdens vakantie. We geven het liever dán uit, dan tijdens de rest van het jaar. Vakantie is belangrijk voor ons in tegenstelling tot Japanners of Amerikanen. Zij leggen hun prioriteiten ergens anders. Het is een kostbare zaak. We geven zeven procent van ons inkomen eraan uit. Maar als je optelt wat je verliest aan het feit dat je niet werkt en niet productief bent, kom je aan 12 á 14 procent van het bruto nationaal product. Dat zijn hoge kosten.'

De recreatiesector vaart wel bij mensen die met vakantie gaan. Er wordt geld uitgegeven.

'Dat klopt, maar het merendeel van het geld wordt uitgegeven in het buitenland. Vakantie is vooral een invoerartikel; we geven ons geld uit in de rest van Europa. Voor Nederland is het een kostbare aangelegenheid.'

'Van al die vakantiekiekjes en verhalen word je niet zo vrolijk'

 

Mensen zijn tegenwoordig op zoek naar rust en balans in hun leven omdat ze stress ervaren. Vakantie is juist een mooie gelegenheid om op te laden voor het nieuwe seizoen.

'Het is maar hoe je het ervaart. Vakantie kan ook veel stress geven; dat noem ik de vakantiedepressie en vakantieblues. Voordat mensen weg gaan, neemt de productiviteit op het werk al af. En na afloop kost het moeite om de draad weer op te pakken. Je bent dus niet alleen maar drie weken weg, maar in totaal ben je zes weken niet productief. Het is een idee dat je vakantie nodig hebt. Als je rustig werkt, kun je dat eindeloos volhouden. Maar omdat anderen ook gaan, zeggen mensen: 'Ik ben aan vakantie toe.' Ik heb jarenlang in Amerika gewoond en daar hoorde ik dat nooit. Hoezo moet je nodig op vakantie? Dan werk je niet goed. In die acht maanden die we werken, moet alles gebeuren. Dat geeft een ongelofelijke druk. We cultiveren de vakantiecultuur. Het is een statussymbool. Mensen willen laten zien: kijk mij eens. Maar van al die vakantiekiekjes en verhalen word je niet zo vrolijk. De vraag is: wat geeft werkelijk bevrediging? Ik denk dat mensen bevredigd raken door hun prestaties. Als je niet voldaan bent over je werk, dan snap ik dat je daar graag van verlost wil worden. Wat wél goed is aan vakantie is de tijd die je met je gezin kunt doorbrengen. Ook doen mensen nieuwe ervaringen op en ontdekken andere gebieden.'

Stelling 2: Afschaffing van vakantiespreiding zorgt voor piekdrukte in recreatiesector. Dat is slecht voor de kwaliteit van hun diensten.

'Dat is zeker zo. Maar alleen de recreatiesector heeft baat bij de vakantiespreiding. De economie als geheel heeft baat bij concentratie. Dan is het dus een afweging van belangen. Frankrijk en Italië hebben wel allemaal op hetzelfde moment een maand vakantie. Dat lukt ze goed. Maar een gespreide vakantie is duurder dan een een geconcentreerde vakantie. Maar je verandert het niet zomaar.'

Stelling 3: Piekdrukte zorgt voor hogere prijzen. Dat is in het nadeel van de mensen.

'Dat is waar, maar mensen geven het dus vooral uit in het buitenland. En voor de mensen die in Nederland blijven, wordt het dan inderdaad duurder. Misschien moeten we onze vakanties aanpassen aan de Fransen en Italianen. Bij ons schijnt de zon tegenwoordig toch vooral in juni. Als wij terug zijn, kunnen zij in augustus onze campings bezetten. Als iedereen op hetzelfde moment op vakantie is, kun je met elkaar betere afspraken maken. Het is praktisch. De recreatie-industrie kan op dat moment lekker op volle toeren draaien.'

Wie moet dat werk in die sector dan uitvoeren? Zij moeten toch ook met vakantie op dat moment?

'Dat is het grote nadeel als je in die sector werkt. Zij moeten op een ander moment maar op vakantie. Die problemen blijf je altijd houden. Of ik zelf met vakantie ga? Ik ga met mijn vrouw een week lopen in de Dolomieten. Meestal ga ik voor mijn werk op reis. Ik ga naar een conferentie in Colombia of ik geef colleges in Brazilië. Van de ervaringen die ik opdoe, leer ik veel.'

Dat voorrecht is niet voor iedereen weggelegd.

'Dat klopt. Het is een voordeel van mijn baan dat ik dat kan doen. Maar de positie van toerist spreekt mij niet aan. Dat is een oninteressante rol. Dan wordt je alleen interessant gevonden vanwege je portemonnee. Heel vervelend en betekenisloos.'

Stelling 4: Vakantiespreiding zorgt voor een beter behoud van het leefgebied van de plaatselijke bewoners.

'Het is inderdaad heel moeilijk om stille gebieden te vinden. Dat is zelfs zonder vakantiespreiding het geval. Bovendien komen buitenlandse toeristen op hetzelfde moment massaal aan zee zitten. Dat loopt ook vol. Dat los je daarmee dus niet op. We betalen een hoge prijs voor vakantiespreiding. Als die afgeschaft wordt, wordt het werk minder hectisch. Dan neemt de behoefte aan vakantie af. En hoeven we niet zoveel meer op vakantie.'

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Clink.

    Sjoerd Wielenga (Rotterdam, 1980) is zelfstandig journalist, tekstschrijver, eindredacteur en bladenmaker. Hij werkt(e) onder meer voor de EO, NRC Handelsblad, Trouw, de Volkskrant en opinieblad De Nieuwe Koers.