Overal en vooral ook vanuit alle religies wordt de Liefde gepredikt. Waarom zijn er dan nog zoveel conflicten? Dit heeft volgens mij te maken met het feit dat grote groepen, wereldwijd en dan met name in de zogenaamde ‘Derde Wereld’ zich uitgesloten voelen.

STEUN RO

Duurzaamheid is in, maar men kan het puur economisch denken nog maar moeilijk loslaten. Een ander economisch en politiek systeem zou goed zijn. Een systeem waarin meer evenwicht is, meer gelijkheid. Het is altijd het eigenbelang van waaruit gedacht wordt. Eerst was het puur winstbejag, nu het milieu vervuild is, is het een schoon milieu dat men wil, maar vooral voor zichzelf. Er is geen groepsdenken, geen ‘wereld-denken’. Waarom is er zo weinig goedheid? Waarom denkt men niet echt aan die armen overal in de wereld? Ik denk dat gelijkheid nog voor het milieu gaat: de medemens gaat voor de natuur, dat is logisch! Maar beter nog is alles in één keer aan te pakken en een holistisch systeem voor te staan. Als men dit niet doet, blijft men altijd in ‘deeloplossingen’ denken, ieder vanuit zijn eigen straatje en zo blijft men in de ‘mist’. Zo’n systeem is ontwikkeld. Ik geef het hier weer:

Een nieuw economisch en politiek systeem 

Inleiding

De wereld wordt gekenmerkt door langdurige conflicten en een grote ongelijkheid. Daarbij is er ook nog eens een groot klimaatprobleem. Oplossingen zijn er ook, zoals de ecologie. Maar economisch en politiek zijn er geen echte oplossingen. Grote denkers als Marx en Rousseau en vele anderen, dachten na over het verschijnsel ‘ongelijkheid’, maar een echte oplossing is nooit gevonden. Het probleem is, mijns inziens, dat men altijd één zijde kiest: oftewel links, oftewel rechts.

De wereld is een duale wereld: er zijn altijd, in alles, twee keuzes. Hoe dit nu op te lossen? Ik denk dat, dat alleen kan via samenbrengen van de tegengestelden, in deze, links en rechts: socialisme en kapitalisme. In onderstaand systeem zijn elementen van beide systemen toegepast, met daarbij ecologie, hopend zo een evenwicht te vinden: het juiste midden.

Alvorens de bespreking van het systeem te beginnen, moeten we ons het volgende wel beseffen:

De conflicten die voortkomen uit de ongelijkheid zijn maar deels terug te brengen op economische factoren. Deels namelijk ook op interculturele misverstanden. Door dit laatste kun je niet alles met louter economische maatregelen oplossen, hoewel deze wel een voorwaarde vormen. We moeten het basismisverstand tussen Noord en Zuid op het spoor komen. Dit ligt, mijns inziens, in het verschillend vertalen van de werkelijkheid. In het Noorden vertaalt men de werkelijkheid gewoonlijk naar het materiële, men ‘kwantificeert’, in het Zuiden is men meer geneigd de werkelijkheid naar het geestelijke, sociale te vertalen; men ‘kwalificeert’.

Begrijpt men dit gebeuren niet en leert men niet in Noord-Zuid contacten, van alle aard, hier rekening mee te houden, dan blijft men waarschijnlijk in de vergissing: verkeerde beeldvorming, zich vertalend in wederzijdse negatieve projectie en dus ook hoogstwaarschijnlijk conflict.

En het systeem veronderstelt wel een vorm van solidariteit: dat er medemensen lijden en sterven aan honger en armoede moet men gewoon niet willen! Dit lijkt een ‘open deur’, maar is het, gezien de praktijk en werkelijkheid van alledag, allerminst!

Het systeem

Voor een economisch systeem van meer gelijkheid en een ‘economie van genoeg’, zou iedereen naar inkomen moeten betalen. Het idee is een inkomensafhankelijke prijs in te stellen. Bij elke willekeurige transactie zou het saldo van de koper bekend moeten zijn. Aan de hand van dit saldo wordt vervolgens de prijs van het product berekend, dat dan dus berekend wordt naar inkomen. Met de huidige elektronische mogelijkheden zou dit moeten gaan. Bij het ene inkomen is de prijs van het product zus, bij een ander inkomen, zo. Iedereen betaalt dus een inkomens gerelateerde prijs. Er blijven echter enige verschillen. Met dezelfde inkomenswerkelijkheid, koopt nu ongeveer iedereen hetzelfde. Luxegoederen zijn slechts beperkt mogelijk. Ook belasting zal men naar inkomen betalen. Verder blijven de (getalsmatige) inkomens hetzelfde. Enig verschil in inkomens zal er echter blijven: iemand met een hoger inkomen zal relatief wat minder betalen, zodat hij/zij een voordeel behoudt hetgeen hij/zij verdient door zwaarder, verantwoordelijker of gevaarlijker werk.  Van het bedrag dat mensen betalen met een hoog inkomen (de prijs voor een product dus) wordt relatief ook (wat) meer belasting ingehouden (van de relatief hogere prijs dus). Winkels ontvangen veel van sommige, rijke klanten. Een  deel hiervan moeten zij dus afstaan aan de overheid in de vorm van belastingen om te voorzien in de uitgaven van de overheid, zoals uitgaven voor een sociaal stelsel.

Iedereen die boven modaal verdiend, de echte rijken dus, moeten heel veel meer gaan betalen. Dit omdat kapitaalophoping, criminele zaken als corruptie, illegale wapenhandel, misdaad in het algemeen in de hand werkt. Is je geld niet meer waard dan voor de gemiddelde burger, dan is je motief om rijk te worden weggevallen en heb je dus geen reden meer tot crimineel handelen. Dit zou, wereldwijd, vrede en veiligheid kunnen betekenen.

Het geheel moet zo gebeuren dat het inkomen van de koper niet bekend wordt bij anderen: het zou allemaal digitaal moeten gebeuren.

Het politieke deel van het plan behelst het volgende: het nu financiële beurssysteem kan worden omgebouwd tot een politiek instituut: men kan ‘aandelen’, ‘kopen’, maar dat is geen geld, maar zijn stemmen in de politiek (met een grens daarin). Het effect is dat mensen met meer initiatief, meer politieke invloed hebben en dus invloed op de inrichting van de wereld. Men krijgt dan wat we een ‘verlichte democratie’ kunnen noemen. Er is veel potentieel aan vaardigheden en intellect onder de mensen die nu niet gebruikt wordt. Deze mensen zullen gestimuleerd worden. Ook zal het dan weer de politiek zijn die de wereld regeert en niet de bedrijven (multinationals). Dit alles met als basis dus het inkomens afhankelijke betalen en het bewustzijn dat het niet allemaal om geld / materie draait.

De prijs van een product zal, rekening houdend met dit systeem, ook moeten worden bepaald door de gehele prijsopbouw. Er kan belasting zitten op de onderdelen of grondstoffen kunnen uit het buitenland komen, of gehele producten komen uit het buitenland en er is importheffing voor betaald. Een importeur, groothandelaar verdient er ook nog aan. Het gaat echter om de uiteindelijke prijs. Daarbij wordt er een gemiddelde prijs van wat een product wereldwijd heeft, genomen waardoor je een soort ‘standaard’  krijgt en deze wordt als uitgangspunt genomen om de individuele, inkomensafhankelijke prijs te berekenen. Deze prijs is dan voor elk individu, elke wereldburger, dezelfde, afhankelijk wel van zijn / haar inkomen.

Sommige zakenlui, winkeliers, groothandelaren, zullen heel rijk worden (als zij producten vaak aan vermogende klanten verkopen), maar ten eerste zullen uit de extra inkomsten de kosten van een sociaal stelsel betaald worden en zullen zij, ook weer inkomensevenredig betalen voor alles wat zij nodig hebben, dus ook bv. voor bedrijfsmateriaal (relatief veel tov. dezelfde winkelier of groothandelaar in een Derde Wereld land).

Men kan het gehele systeem dus internationaal toepassen: arme landen betalen relatief minder dan rijke landen. Dit zal een sterk nivellerende werking hebben op internationaal niveau. Het verhaal gaat op voor de hele wereld.

De verdeling in twee werelden, die van de geest en die van de materie zal ook worden opgelost: in het Noorden, zal door het genoeg meer ‘geest’ ontstaan, in het Zuiden meer materie.

De voedingsbodem voor conflicten is dan weggevallen.

Er zijn dan ook sociale en psychische voordelen bij een ‘ontspannere’ economie. Minder druk, minder stress, minder psychische problemen in een maatschappij die minder op materie is gericht (en dus minder mensen in bijstand hetgeen bezuinigingen betekent).

Als een groot bedrijf met hoge winsten, goederen voor zijn eigen producten inkoopt, betaalt deze ook meer. Hoeveel hij binnen krijgt is afhankelijk van hoeveel mensen met veel geld zijn product kopen want die betalen relatief veel. Is dat niet zo dan verarmt hij, maar betaalt dan ook weer relatief minder voor zijn grondstoffen etc. Dat maakt hem inventief, want hij moet zorgen een hoog inkomen te hebben om inkoopvoordeel (relatief) te hebben en tegelijkertijd meer stemmen in de politiek. Derde Wereld landen hebben gelijke kansen omdat ze minder betalen.

De totale geldhoeveelheid moet hetzelfde blijven: men ‘bevriest’ op een bepaald moment de hoeveelheid geld en houdt die dan verder aan voor de toekomst. Goud zou niet meer een standaard zijn, maar juist ook daarvoor zou men inkomens / vermogens afhankelijk moeten betalen. Het edelmetaal zou dan weer zijn intrinsieke, spirituele waarde terugkrijgen. En niet alleen goud, maar alles: elk voorwerp heeft naast een materiële waarde ook een spirituele, geestelijke waarde. We leven in een wereld van dualiteit. Deze houdt opposities in. Eén daarvan is de oppositie (of eerder: schijntegenstelling): materie – geest.

Rente en banken zijn niet meer nodig.

Men moet wel de geldhoeveelheid aanpassen voor de grootte van de wereldbevolking (geboorte- en sterftegevallen).

Hoe houd je hoge inkomens? Steeds als iemand veel ontvangt van een rijk persoon, heeft hij weer veel geld om uit te geven: de inkomensverdeling (verschillen) blijft, maar fluctueert, ‘golft’ door de samenleving. Zodoende zijn er ook steeds mensen die veel geld hebben en dus aandelen kunnen kopen. Het is dus aantrekkelijk ‘aandelen’ te kopen, zodra je geld hebt, dwz stemmen in de politiek. Wie er politiek bepalend zal zijn, zal ook steeds veranderen, want steeds andere mensen hebben kapitaal en dus invloed.

Hoe krijg je een hoog inkomen?: door initiatief en inzet waarbij ook de opleiding (kwaliteit/kwantiteit), onderwijs goed moet zijn.

Er zal door voortdurend initiatief, werkgelegenheid ontstaan. Er is veel dynamiek. Mensen die arbeidsongeschikt raken krijgen een uitkering uit een sociaal stelsel. Vrijwilligerswerk is dan eigenlijk een baan (met de uitkering kan men namelijk net zoveel kopen als met een hoog inkomen, men moet er dus iets voor terug doen). Er wordt verwacht dat men het werk doet dat men leuk vindt, waar men voor geschikt is. Hiervoor zal men ook de opleiding kiezen. Arbeidsongeschiktheid is een uitzondering, want zal waarschijnlijk minder voorkomen omdat er minder stress is; minder werk, maar ook minder materie (en dus minder vervuiling).

Alle producten hebben gelijke concurrentiekracht. Biologische producten zijn net zo duur als niet-biologische. Er kan een verschuiving naar biologische landbouw etc., naar algemeen, natuurvriendelijke producten, ontstaan. Massaproductie stopt. Er moet echter genoeg zijn. Is er in de hele wereld genoeg landbouwgrond en arbeid voor extensieve landbouw? (waarschijnlijk wel als niet zoveel landbouwproductie nodig is voor voedsel voor vee; als dus meer mensen vegetariër worden. Of nog beter gezegd: in een economie van ‘genoeg’). Vervoer is ook een probleem. Iedereen zou naar vermogen betalen voor vervoer. Energie is een ander probleem. Iedereen zou voor energie naar vermogen (zonne-energie is gratis) betalen. Heel het systeem gaat er dus vanuit dat (extreem) rijke mensen er niet meer zullen zijn.

Er hoeft maar één munt te zijn. Er ontstaat één grote, één-geworden wereldeconomie.

De conjunctuur beweging in de economie van groei, die van hoog conjunctuur naar laag conjunctuur (crisis) gaat, zal verdwijnen wat meer evenwicht en rust geeft.

Daar de verschillen tussen links en rechts miniem zijn geworden is het beter van ‘lifestyle’ te spreken. Een goede lifestyle is de ecologische, ‘groene’. Het doel is weer in harmonie te komen met de natuur en de aarde. Binnen deze lifestyle is er veel leven: allerlei opvattingen en ideeën. Welke ideeën worden uitgevoerd, is afhankelijk van de stemmen van hen die deze ‘kopen’. Hun ‘man’ of ‘vrouw’ heeft het namelijk voor het zeggen.

We zouden als voorwaarde kunnen stellen, dat alleen groene partijen nog toegestaan zijn: het klimaatprobleem, is samen met de ongelijkheid, het meest acute probleem.

Bij arbeid ‘verkoopt’ men ook iets, namelijk zijn/haar arbeid. De inkomens blijven echter dezelfde als nu. De nivellering gebeurt bij het kopen van producten.

Conclusie

Het hierboven uiteengezette systeem gaat dus geheel over het vinden van evenwicht: het juiste midden. Het evenwicht terugvinden, betekent vrede, veiligheid, voldoende welvaart en welzijn voor iedereen plus de oplossing van het klimaatprobleem.

Daarbij is het belangrijk dat de werkelijke waarde van dingen weer terugkomt en dat er niet alleen gekeken wordt naar de geldwaarde. Anders gezegd, is het, het relativeren van geld.

Laat een ieder verder hierover nadenken en verdere suggesties doen.

hansvandesande680@gmail.com'
I am a journalist, writer, translator. See for my activities: www.sunspeech.nl. I live in Bolivia. Before, I travelled the world, visiting Tanzania, Kenia, South Africa, India, Nepal, Guatemala, Mexico, Peru and Ecuador. I also work for charities, for an ecard or a new contact, see: www.foundationeffort4charities.org. Your contribution is for charities.