Veel mannen voelen zich bedreigd in hun bestaan, doordat vrouwen hun dominantie niet langer accepteren en zichzelf razendsnel ontplooien. Maar in plaats van zich vast te klampen aan achterhaalde symbolen en gedragingen, kunnen mannen zichzelf beter opnieuw uitvinden.

STEUN RO

Ben jij een echte man? Je zal eens nee zeggen. Maar waarom dan? Wat betekent het voor jou om man te zijn? Dat je elke week met je maten ladderzat uit de kroeg rolt? Dat je meer geld verdient dan je partner, of dat je in een grotere auto rijdt dan je collega’s of buren? Of is het misschien omdat je je het hoofd van je gezin voelt? Omdat jij op die begrafenis wel je tranen in weet te houden?

Als je op een of meer van deze vragen ja moet antwoorden, dan heb je een erg traditioneel gevoel van mannelijkheid: jij voelt je beter omdat je je af kunt zetten tegen anderen. Jij voelt je goed omdat je je niet laat inhalen op de snelweg, dat werk.

Dat is de klassieke mannelijkheid: dominant, stoïcijns, onafhankelijk, verantwoordelijk. Vooral ook: altijd bezig het alfamannetje te worden of te blijven. Of te lijken, inderdaad. Want de realiteit is: steeds vaker blijken wij mannen het zwakkere geslacht. Terwijl kerels de afgelopen eeuw bezig waren met het imponeren van hun omgeving en henzelf, veranderde die wereld zo, dat die klassieke mannelijke waarden ineens helemaal niet meer zo waardevol zijn. Minder gewaardeerd worden ook.

Al die veranderingen maken ons onzeker. Vrouwen blijken ineens ook competitief, dominant en autonoom te kunnen zijn. Waren dat niet onze kenmerken? Dankzij dat besef zijn ze aan een inhaalslag bezig, op de arbeidsmarkt, in het maatschappelijk debat en op de liefdesmarkt. Ze zijn op zoek naar een man die on top of things is, en niet alleen op zijn werk.

Ik schrijf menselijke verhalen over wetenschap en het wetenschappelijk bedrijf, voor onder meer De Volkskrant, De Correspondent, Marie Claire en Science Magazine. Liefst over alledaagse en maatschappelijke onderwerpen. Ik won de AAAS Kavli Science Journalism gold award 2016.