Waar gaan we heen als de technologie ons leven gaan beheersen? Hoe ziet onze wereld eruit over dertig of vijftig jaar? Kun je voor eeuwig leven in “de cloud”? Je ziet het op Netflix, in de hitserie Black Mirror. Maar wat zegt het succes van deze serie over ons?

STEUN RO

Netflix heeft ons het jaar 2018 ingestuurd met een nieuw seizoen van de serie Black Mirror. De Engelse schrijver Charlie Brooker noemde zijn geesteskindje naar de computers, mobieltjes, tablets en televisies die in een halve eeuw tijd de wereld hebben veranderd. Ieder huis ligt er vol mee, en als ze uit staan lijken de zwarte schermen net een soort wazige spiegels. Maar wat spiegelen die technologische gadgets ons nou eigenlijk voor? Die vraag staat centraal in Black Mirror.

Elke aflevering van de serie is los te bekijken en onderzoekt wat er zou kunnen gebeuren in de nabije toekomst, als we ons zo blijven ontwikkelen als we nu doen. In seizoen 4 zie je bijvoorbeeld zelfstandig vechtende robots achter mensen aan hollen. Maar je ziet ook een overbezorgde moeder die dankzij een hersenimplantaat fulltime kan monitoren wat haar dochter doet. Of een datingprogramma dat de gebruikers automatisch aan elkaar koppelt en de dates organiseert, net zolang totdat het algoritme heeft bepaald wie De Ware voor hen is.

Belachelijke fantasie of belangrijke vragen?

Dit zijn scenario’s die belachelijk klinken, maar als je er wat langer op kauwt, zie je dat ze eigenlijk heel veel zeggen over wie we nu zijn en wat er speelt in onze maatschappij. In dat opzicht lijkt Black Mirror nog het meest op de religieuze verhalen van vroeger. Het Bijbelboek Openbaring, bijvoorbeeld. Dat boek lijkt een vergezocht fantasieverhaal vol met engelen en duivels en draken en monsters, maar als je goed leest zie je: dit zijn metaforen voor de samenleving waarin het geschreven werd. Alle godenverhalen uit de geschiedenis waren eigenlijk spiegels die vooral iets over de mens zeiden.

In 2018 hebben we nog steeds religieuze vragen: wie zijn we, wat betekent het om mens te zijn, wat doen we hier eigenlijk en waar moeten we bang voor zijn? Op Netflix zijn die oude vragen geupdate naar het nu: een wereld waarin we niet meer in tovenarij en goden geloven, maar wel in technologie en computers. We geloven misschien niet meer dat goden en engelen de wereld besturen, maar hebben intussen wel algoritmen en robots uitgevonden. Onzichtbare megabreinen die ons leven veel meer beïnvloeden dan de bovennatuurlijke krachten waar de mens vroeger in geloofde.

Technologie maakt goden van ons

Steeds minder mensen geloven in de God die alles weet en zich alles herinnert. Maar Black Mirror ziet de mens zelf nog weleens alwetend worden. Wat als we een chip achter onze ogen hebben die alles registreert wat we meemaken? The entire history of you onderzoekt wat dat met onze relaties doet en Crocodile geeft verzekeringsmaatschappijen toegang tot het collectief geheugen. Arkangel laat ouders als allesziende engelen over hun kinderen waken. De uitkomst is elke keer duidelijk: hoe meer goddelijke kennis de mensheid krijgt, hoe machtelozer de mensen zich voelen.

In de aflevering ‘Crocodile’ geeft een chip je toegang tot het geheugen van alle mensen. (Bron: Netflix)

Steeds minder mensen geloven in een hemel, een parallelle realiteit waar mythologische wezens bestaan. Maar Black Mirror ziet hoezeer virtuele werelden al invloed hebben op onze werkelijkheid. In USS Callister leeft een man een alternatief bestaan in zijn zelfgebouwde game, waar hij de autoritaire kapitein van een ruimteschip is. In The Waldo Moment doet een geanimeerde beer mee aan politieke verkiezingen. Zo belandt er een fictief personage op het pluche. Veel Black Mirror-episodes experimenteren ook met de wisselwerking tussen sociale media en het dagelijks leven. Shut up and dance komt daarbij vervelend dichtbij wat nu al realiteit is: een jongen wordt tot de dood toe gechanteerd met een seksfilmpje. Conclusie? Religieus of niet, nog steeds zweeft er een alternatieve wereld in de wolken die een directe invloed heeft op onze wereld.

Geen ziel in de hemel, wel je brein naar de cloud

Steeds minder mensen geloven in een hiernamaals of in een eeuwig leven. Maar Black Mirror vraagt zich af wat er gebeurt als we de informatie uit onze hersenen in een chip kunnen vatten en naar de cloud kunnen uploaden. In San Junipero biedt dat overleden mensen een eeuwig fijn bestaan – een digitaal paradijs. Maar wat als je brein gekloond wordt door een genadeloze sadist? In het duistere Black Museum wordt een veroordeelde misdadiger vlak voor zijn executie nog gekloond, zodat zijn virtuele kopie tot in eeuwigheid kan worden gemarteld.

Dit is een duistere spiegel van wat we vroeger de hemel en de hel en het eeuwige oordeel noemden. Het geeft een nieuwe impuls aan eeuwenoude vragen: hebben we een ziel, en wanneer is iets een levend wezen? Zouden we eeuwig willen leven? Wat zou er gebeuren als iets of iemand alles over ons weet, alles met ons kan doen en een eeuwigheid de tijd heeft? Waar en hoe overlapt ons leven met wat er in de cloud gebeurt, de onzichtbare, maar wel degelijk bestaande wereld in de wolken?

Stof tot nadenken

Sommige critici doen de schrijver Charlie Brooker af als een moralistische zeurpiet die steeds maar roept dat we allemaal veel te vaak op onze telefoontjes kijken. Maar dan doe je deze serie tekort. Black Mirror gaat niet over jongeren die te veel Facebooken, te vaak de Blendle app openen of de hele dag appen. Black Mirror levert ons fantasieverhalen en schrikbeelden die ons tot op het diepste spirituele niveau kunnen laten nadenken over wat het leven is, wie wij zijn, wie wij willen zijn en wie wij over vijftig jaar zullen zijn.

***

Over de auteur:

Alain Verheij is een freelance theoloog die schrijft en spreekt over zingeving in de moderne wereld. In mei 2018 verschijnt zijn boek God en ik: wat je als weldenkende 21e-eeuwer kunt leren van de Bijbel. 

Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.