Jonge advocaten krijgen vaak heel snel grote verantwoordelijkheden te dragen. Het leven en het wel en wee van mensen komen op hun schouders te liggen. Is dat verantwoord? Ja zeggen de NOvA en de SJBN. “In het diepe leer je nadenken.”

STEUN RO

Vijftig paar priemende ogen keken Mark van Tuijl aan. Hij had zelf de besprekingen gevoerd over doorstart of veiling van dit metaalbewerkingsbedrijf. Het was het laatste geworden. Nu ging hij de medewerkers vertellen dat hij, als curator, hen ging ontslaan. Hij was eerstejaars advocaat-stagiair en 25 jaar oud.

“Als curator ben je er voor de schuldeisers, maar je bent niet tegen de failliet”, zegt Van Tuijl (33) nu daarover. ,,Je weet dat sommige van die metaalbewerkers, zeker als ze in hun eentje een gezin moeten onderhouden, zwaar in de problemen zullen komen. Dan voel je de verantwoordelijkheid wel op je drukken.” Een paar jaar later kon van Tuijl terugkijken op honderden afgewikkelde faillissementen en had hij als curator zo’n 2500 mensen ontslagen.

In de praktijk komt het veelvuldig voor dat advocaat-stagiairs snel en op jonge leeftijd een grote verantwoordelijkheid te dragen krijgen. Soms gebeurt dat al bij de eerste zaak die een advocaat-stagiair te behandelen krijgt. Zo was de allereerste zaak van Bert Fastré (31) een zeer ingewikkelde handelszaak met internationale aspecten over een vordering van meer dan 3 miljoen euro. De Franse cliënt dreigde bij een slechte afloop failliet te gaan. Het dossier kwam zes jaar geleden op het bordje van stagiair Fastré terecht omdat die goed Frans spreekt. “Dat was even slikken”, herinnert hij zich. “Ik was op dat moment toch liever met iets gemakkelijkers begonnen. Maar dat heb je in dit vak niet voor het kiezen. Ik was ook trots dat het kantoor mij het vertrouwen gaf om dit te doen. Ik lag er wel wakker van.”

Gevoel

Jonge advocaat-stagiairs kunnen niet vroeg genoeg in het diepe worden gegooid, vindt Bernard de Leest, lid van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) met de beroepsopleiding in zijn portefeuille. “Grote verantwoordelijkheid dragen is inherent aan het werk van advocaat. Als je niet kunt omgaan met het gevoel dat je grote verantwoordelijkheid draagt, heb je niet het goede beroep gekozen.”

Volgens De Leest gebeuren er daardoor geen echte ongelukken. “Advocaat-stagiairs werken onder toezicht van een patroon. Die schatten in wat een stagiair aankan en waar die al aan toe is, zodat ze verantwoordelijkheid kunnen doseren. Ze kunnen ook ingrijpen als een stagiair in een dossier verzuipt. Zo krijgen jonge advocaten wel de kans in het dragen van verantwoordelijkheid te groeien.”

Bernard de Leest; Foto: NOvA

Toch zag hij het zelf een keer bijna helemaal misgaan. “Die zaak leek een eenvoudig arbeidsconflict, maar er zat een complex en explosief dossier achter. Bij de tegenpartij was de zaak in handen van een stagiair die niet in de gaten had wat voor ijsberg onder water lag. Ik heb toen het kantoor van de tegenpartij gebeld en uitgelegd dat een groot afbreukrisico dreigde voor hun cliënt en voor het kantoor zelf. Toen heeft de partner het dossier overgenomen.”

“Die stagiair had zelf moeten inzien dat de zaak te ingewikkeld voor hem was en die moeten teruggeven”, vervolgt De Leest. “Je eigen beperkingen kennen en daarnaar handelen hoort ook bij verantwoordelijkheid dragen.”

Meike Lubbers (32) beet zich als beginnend strafrechtadvocaat helemaal vast in een zedenzaak. “Zedenzaken zijn de zwaarste zaken om te doen”, vertelt zij, “niet juridisch, maar wel gevoelsmatig. Mijn gedachten slingerden van links naar rechts. Ik was heel erg bezig met het zoeken naar de waarheid. Vervolgens raakte ik ervan overtuigd dat vals bewijsmateriaal was ingebracht en mijn cliënt onterecht werd beschuldigd. Toen ging mijn verantwoordelijkheid nog verder. Het was aan mij dat dit in de rechtszaal zou blijken en de rechter hiervan overtuigd zou raken. Ik moest pal voor mijn cliënt staan.” Meikes patroon liet haar begaan omdat hij zag dat ze de zaak goed aanpakte. Wel waarschuwde hij haar dat ze ‘te fanatiek’ was.

“Je ziet vooral in het strafrecht en in het familie- en personenrecht – waar het vaak gaat om mensen in plaats van om geld – dat stagiairs de neiging hebben het probleem van de cliënt over te nemen”, analyseert De Leest. “Dan gaan ze te veel hun best doen voor de cliënt en nemen ze diens probleem mee naar huis. Daar doen ze de zaak vaak geen goed mee. Het probleem van de cliënt is het probleem van de cliënt, niet van de advocaat. Een advocaat die zich met de cliënt vereenzelvigt, kan niet meer zo helder nadenken over wat het beste is voor de cliënt. Het is aan de patroon ervoor te waken dat een stagiair voldoende afstand bewaart.”

Vindingrijk

“Je moet als advocaat ook beseffen dat je verantwoordelijkheid ergens eindigt”, stelt Moshe Beukers, bestuurslid van Stichting Jonge Balie Nederland (SJBN). “Als de cliënt bijvoorbeeld jouw advies in de wind slaat, ben je niet verantwoordelijk voor wat dan volgt.” De SJBN vindt het heel goed als jonge mensen zich grote verantwoordelijkheid toe-eigenen, of in ieder geval niet uit de weg gaan. “In het diepe worden gegooid werkt vaak positief. Je wordt daarvan vindingrijk, je leert nadenken”, meent Beukers. “Wel is het belangrijk dat je niet het gevoel hebt dat je aan je lot bent overgelaten. Je moet ingangen hebben om erover te praten, met kantoorgenoten of vertrouwenspersonen.”

Er is in de advocatuur ook echt ruimte om problemen aan te kaarten, constateert de SJBN. “Er is op dat vlak een kentering in de cultuur gekomen ten opzichte van eerdere generaties”, meent Beukers. “We zijn ook blij dat de intervisiegroepen nu van de grond komen. Daarin kunnen jonge advocaten hun dilemma’s in een vertrouwelijke setting bespreken. Het luisterend oor dat advocaat-stagiairs bij de intervisie treffen, vormt een goede aanvulling op de begeleiding vanuit ervaring door de patroons.” De intervisie staat nog in de kinderschoenen en de SJBN wil dat intervisie ook gebruikelijk wordt buiten de beroepsopleiding. “We merken dat daaraan grote behoefte is, en het is ook onderdeel van BA2020”, aldus Beukers.

Meike Lubbers is blij dat ze tijdens haar eerste zedenzaak het dossier met anderen heeft kunnen bespreken. “Je krijgt zo veel heftigs over je heen, dan moet je daarop kunnen reflecteren. Reflecteren geeft je inzicht in de zaak.”

Patroons

Patroons zijn cruciaal in de begeleiding van jonge advocaat-stagiairs als die hun eerste grote verantwoordelijkheden als advocaat te dragen krijgen. De kwaliteit van die begeleiding levert een heel wisselend beeld op, stelt Beukers. “Je moet daar als beginnend advocaat dus een beetje geluk mee hebben. Er zijn patroons die er helemaal voor gaan, maar er zijn er ook die er niet zo veel tijd voor hebben of erin steken. Ook moet het wel klikken tussen advocaat-stagiair en patroon.”

De SJBN zet zich bij het overleg over de vernieuwing van de beroepsopleiding voor advocaten, BA2020, onder meer in voor verbetering van het patroonschap. ,,De huidige opleiding tot patroon bestaat uit een cursus van maximaal twee dagen. Dat is heel weinig”, vindt Beukers. “Zelf je vak als advocaat kunnen uitoefenen is iets heel anders dan iemand tot advocaat opleiden. Er valt dus nog heel wat te winnen. Het is in het belang van de advocaat-stagiairs als er extra aandacht komt voor de patroonsopleiding.” De SJBN pleit onder meer voor meerdere terugkomdagen per jaar voor patroons, zoals ook gebruikelijk is bij huisartsbegeleiders.

Cocon

Bernard de Leest, lid van de Algemene Raad van de NOvA met de beroepsopleiding in zijn portefeuille stelt dat het een enkele keer kan voorkomen dat een patroon die op papier prima voldoet, in de praktijk tekort schiet. “Maar daar wordt op gelet en als stagiair kun je dat aankaarten bij je lokale Raad van de Orde. Van een advocaat-stagiair mag je assertiviteit verwachten.’’

Moshe Beukers Foto: Bres Advocaten
Moshe Beukers; Foto: Bres Advocaten

Ook de NOvA wil met BA2020 de rol van het patronaat verstevigen, zegt De Leest. “We kijken naar het verbeteren van de opleiding tot patroon, maar ook naar hoe we patroons bewuster kunnen maken van waar advocaat-stagiairs voor komen te staan.’’

Beukers vermoedt dat de verantwoordelijkheden die jonge advocaat-stagiairs dragen, een factor kunnen zijn bij de uitval in de beroepsopleiding en de uitstroom op jonge leeftijd uit het beroep van advocaat. De Leest ziet dat anders. “Met advocaat kies je voor een beroep waarbij grote verantwoordelijkheden horen. Er is een cocon aan bescherming om advocaat-stagiairs gecreëerd om ze daarin te kunnen laten groeien. Die cocon bestaat uit de patroon, de mentor van de beroepsopleiding, de mentor van de Raad van de Orde en de Jonge Balie.”

Grotere factoren bij de uitstroom zijn volgens De Leest het niet kunnen gedijen in een omgeving waarin het altijd om conflicten draait en de hoge lat die de huidige generatie jonge mensen voor zichzelf legt op het gebied van werklast en prestaties. “Als je niet tegen ruzie en problemen kan, kun je nog steeds een heel goede jurist zijn, alleen niet als advocaat. En je kunt wel 24-7 beschikbaar zijn voor je kantoor en je cliënt, maar als je vervolgens een burn-out krijgt, heeft niemand daar iets aan.”

De SJBN heeft minder vertrouwen in de cocon die De Leest beschrijft. “Die opties heeft de advocaat-stagiair op papier inderdaad. Maar de kwaliteit van dat vangnet is heel wisselend”, stelt Beukers. “Gedegen begeleiding en daardoor vertrouwen krijgen in eigen kunnen zijn voorwaarden om te kunnen laveren in conflictsituaties. Pas dan valt te beoordelen of iemand geschikt is voor het beroep van advocaat.”

Van Tuijl, Lubbers en Fastré vertellen nooit te hebben meegemaakt dat cliënten hen erop aankeken of aanspraken dat grote belangen in handen kwamen te liggen van zo jonge en onervaren advocaten. ,,Hierbij speelt kennisasymmetrie”, zegt De Leest. ,,Cliënten zijn daardoor enorm afhankelijk van de advocaat. Ze zullen dus niet gauw zeggen dat de hun toebedeelde advocaat veel te jong is. Maar ze zullen wel kritischer kijken dan bij een oudere advocaat.’’

 

Mark van Tuil
Mark van Tuijl; Foto: Bierman advocaten

Mr. Mark van Tuijl (33)

Rechtenstudie: Universiteit Utrecht

Beroepsopleiding bij: MannaertsAppels Advocaten, Breda

Werkt als advocaat bij: Bierman Advocaten, Tiel

Mark van Tuijl begon als advocaat-stagiair op een kantoor gespecialiseerd in faillissementen. De economische crisis gaf het kantoor volop werk. Daardoor moest Van Tuijl bijna onmiddellijk zelfstandig optreden als curator; eerst bij lege boedels, en vrij snel ook bij bedrijven met personeel. Hij onderhandelde met banken over woningen van schuldenaren, maakte keuzes over wel of geen doorstart van bedrijven en zegde werknemers ontslag aan.

Niet alles ging zonder slag of stoot. Een vrouw op camping Fort Oranje in Rijsbergen ging door het lint en dreigde zelfmoord te plegen toen Van Tuijl haar auto’s in beslag nam. “Ik schrok me wezenloos. We – naar Fort Oranje gingen we altijd met zijn tweeën vanwege de veiligheid – brachten haar tot bedaren en later heb ik met een smoes gebeld om te checken of zij nog leefde. Zo leer je dat de failliet andere prioriteiten heeft dan de curator. Je moet opletten daardoor niet gevoelloos te worden.” Hij noemt het ‘verantwoordelijkheid met een sociale component’.

Dat hij dit alles op zijn 25ste ‘gewoon kon doen’, schrijft hij toe aan zijn zelfverzekerdheid. Hij lag nooit ergens wakker van, wel analyseerde hij naderhand altijd hoe het was gegaan. “Je leert altijd.” Van Tuijl gaat nu anders met faillissementen om dan acht jaar geleden. “Toen zat ik er heel strikt juridisch in, nu richt ik me ook op geruststellen.”

Bert Fastré
Bert Fastré; Foto: Paulussen Advocaten

Mr. Bert Fastré (31)

Rechtenstudie: Universiteit Maastricht

Beroepsopleiding bij: Paulussen Advocaten, Maastricht

Werkt als advocaat bij: Paulussen Advocaten, Maastricht

Bert Fastré’s eerste zaak als advocaat-stagiair was in financiële zin meteen zijn meest omvangrijke, een ingewikkelde handelszaak over een vordering van ruim 3 miljoen euro. De zaak was cruciaal voor de overlevingskansen van de cliënt. Die ging gedurende de procedure die nu al zes jaar sleept ook daadwerkelijk failliet.

“Hiermee werd ik meteen in het diepe gegooid. Ik zag het als een uitdaging me in dit ingewikkelde dossier te verdiepen en ging gewoon aan de slag. Daarbij kreeg ik goede ondersteuning van het kantoor.” In het begin lag Fastré wel wakker van de zaak. “Dan denk je ’s avonds  ‘heb ik alles eruit gehaald wat erin zat’. Dat hoort er ook bij.” Fastré meent hij dat het dossier goed heeft aangepakt. Voor het faillissement van de cliënt treft hem geen persoonlijke blaam. “Na het failissement hebben we verder geprocedeerd voor de curator en uiteindelijk is het tot schikkingsonderhandelingen gekomen.”

Fastré voelt nog altijd verantwoordelijkheid voor het belang van cliënten, maar kan de druk relativeren door zich voor te houden dat in zijn werkgebied de belangen doorgaans alleen op geld waardeerbaar zijn en er geen mensenlevens van afhangen. Het belangrijkste dat de vliegende start hem heeft gegeven, is vertrouwen dat hij het werk aankan. “Bijna alle advocaten kampen aan het begin van hun carrière met onzekerheid daarover. Als ik met anderen praat, merk ik dat we allemaal hetzelfde meemaken. Maar je moet geloven in jezelf.”

Meike Lubber; Foto Ficq & Partners

Meike Lubbers

Rechtenstudie: Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Utrecht

Beroepsopleiding bij: De Haan Advocaten & Notarissen, Groningen

Werkt als advocaat bij: Ficq & Partners Advocaten, Amsterdam

Meike Lubbers ziet zichzelf als een serieus persoon die verantwoordelijkheid naar zich toetrekt, en daarmee niet lichtvaardig omgaat. De vierdejaars strafrechtadvocaat, gespecialiseerd in zedenzaken, is gedreven dingen zelf te doen. Dat karakter manifesteert zich in haar werk. “Een vervolging, en zeker een veroordeling, bepaalt het verloop van iemands leven”, zegt zij. “Als strafrechtadvocaat is het je taak te zorgen dat de betreffende persoon zo goed mogelijk door het strafproces komt. Als ik een verdachte bijsta, voel ik altijd die grote verantwoordelijkheid.”

Lubbers was 28 toen ze haar eerste zedenzaak deed. Hoewel ze die alleen deed, kon ze voor overleg terugvallen op haar kantoor. “Het was spannend die verantwoordelijkheid voor het eerst te ervaren. Vooral nadat ik besefte dat mijn cliënt onschuldig was, lag ik ‘s nachts over de aanpak na te denken. Ik voelde me capabel om de verdediging te voeren. Als je dan veel tijd steekt in de voorbereiding van de zaak, kun je het.” De vrijspraak voor haar cliënt voelde als een opluchting.

Nu ligt ze niet meer wakker van zaken. “De verantwoordelijkheid went, maar het wordt nooit vanzelfsprekend dat iemand zijn leven in jouw handen legt. Verantwoordelijkheid nemen kun je niet even wat minder doen.”

Een variant van deze reportage verscheen in september 2018 in het magazine voor juristen Mr.

Mark van Tuijl heeft de advocatuur sindsdien verwisseld voor het notariaat en werkt tegenwoordig bij Huijbregts Notarissen en Adviseurs.

Chris Halkes is redacteur en privédetective, gevestigd in Goes in Zeeland. Op Reporters Online publiceert hij artikelen over juridische en regionale onderwerpen. Chris Halkes heeft tot 2019 bijna dertig jaar in de Bommelerwaard gewoond. Zijn regionale artikelen kunnen dus zowel over Zeeland als over het Gelderse Rivierengebied gaan. Persberichten en tips voor onderwerpen voor artikelen kunt u mailen naar info@chrishalkes.nl.