Onze Paasdagen gingen compleet op aan het lezen van de talloze inzendingen voor de Anti Ploetermoeder Columnwedstrijd van Miloe van Beek en Roos Schlikker. En de winnaars zijn….

STEUN RO

389 inzendingen hadden we, voor de columnwedstrijd die Miloe van Beek en Roos Schlikker hielden voor hun Anti Ploetermoeder Avond, vanavond in het Amsterdamse Torpedo Theater. Met meer dan hartelijke dank trouwens aan de Club van relaxte moeders! Pasen ging grotendeels op aan het selecteren van de 2 winnaars, en we kregen zo veel leuke inzendingen dat we ook een fiks aantal eervolle vermeldingen hebben!

Gefecliteerd met de vrijkaartjes allemaal, en om jullie niet verder in spanning te laten: de winnaars zijn Maartje Rienks en Iris Houx! Hieronder lezen jullie hun columns…

´Geachte nieuwe moeder,

Door: Maartje Rienks

Maakt u zich vooral niet teveel zorgen. Zolang u uw kind met enige regelmaat wat te eten en te drinken geeft, op tijd naar de dokter brengt in geval van ziekte, en verder geen overdreven domme dingen met hem/haar doet (in de wasmachine stoppen, langs het ravijn laten kruipen, u begrijpt me wel) word hij/zij vanzelf groot. Doe maar relaxed.´

Dit briefje zou standaard in de bus van iedere nieuwe moeder in Nederland moeten vallen, waar alle moeders lijden aan de illusie dat het minste geringste van wat zij doen of laten, van invloed is op hun nageslacht.

Ik lees de bladen met veel plezier en gooi ze in de prullenbak

Sinds mijn vertrek krijg ik iedere maand met de post 4 kilo wijsheid uit Nederland opgestuurd. Alle fabulous en kekke mama´s zitten erbij, zodat ik in ieder geval weet hoe ik mijn twee dochtertjes van twee en vier volgens Nederlandse maatstaven groot dien te brengen. Het is me nogal een opgave; goede hechting, gezonde voeding, verantwoord speelgoed. Motoriek oefenen, slaapschema´s, te veel indrukken, te weinig stimulatie…. Ieder normaal mens zou er onzeker van worden, en dus helemaal de niet zo normale nieuwe moeders, want laten we eerlijk zijn; wie kan er nog normaal zijn als je vol zit met hormonen, lijd aan constant slaapgebrek en nog enorm moet wennen aan je nieuwe rol?

Ik lees de bladen met veel plezier en gooi ze in de prullenbak. Dan kijk ik nog maar eens uit het raam naar het kleine vissersdorpje aan het strand van Ecuador waar ik al zo´n 5 jaar met man en dochters woon. Waar kinderen uren spelen met vriendjes op straat of strand, zonder toezicht, speelgoed of televisie. Waar ze zelf hun huiswerk maken, zonder ouderlijke steun. Waar ze zodra ze kunnen meehelpen in huis. Waar ze soms met honger naar bed gaan. Waar de meeste kinderen niet voorgelezen worden. Waar ´op tijd naar bed´ een uitermate rekbaar begrip is. Waar ze nog nooit gehoord hebben van zaken als zwangerschapsyoga, babyzwemmen of peuterballet. Waar alle regels die ik lees in al die Nederlandse tijdschriften constant worden overtreden.

En wat dacht je? Het dorp wemelt van de kinderen, en de meesten worden ook echt wel groot. Gewoon, zo maar, iedere dag groeien ze een beetje, en voor je het weet zijn ze leuke volwassen geworden. Zonder dat de moeder zich in allemaal wanhopige bochten hoeft te wringen, gevoed door schuldgevoel over wat ze denkt haar kinderen allemaal te moeten kunnen bieden. Ze doet wat binnen haar mogelijkheden ligt, zorgt voor ze, heeft ze lief, corrigeert ze, en verder moeten ze het zelf maar uitzoeken. En wonderbaarlijk genoeg, blijken ze dat best te kunnen, die kinderen.

Dus, lieve nieuwe Nederlandse moeders. Doe je best, heb je kind lief, maar relax. Alleen omdat je je kinderen alles kúnt bieden, betekend niet meteen dat je het ze ook moet bieden. Ook zonder worden ze vanzelf groot.‘

Kinderopvang

De vloek van Pik-Pik

Door: Iris Houx

Als er zoiets bestond als een disclaimer voor kinderen, zou ik er veel geld voor over hebben. Gewoon, een simpel stickertje dat je ergens op je kind kunt plakken: "Mijn ouders zijn op geen enkele wijze aansprakelijk voor welke geleden schade dan ook voortvloeiend uit de door mij geuite meningen" of iets van die strekking.

'Daarnet riep hij tegen Cas dat hij moest oppassen omdat hij een heel harde pik heeft'

Mijn jongste zoontje kraamt zoveel onzin uit dat ik vaak niet weet waar ik kijken moet. Zoals laatst, toen ik hem kwam ophalen bij het kinderdagverblijf.

Als ik binnenkom zie ik Jules al vrolijk rondrennen met een vriendje. Ze doen een struisvogel na, zo licht de juf toe. Ach wat schattig, denk ik vertederd. Totdat ze serieus vervolgt: 'Daarnet riep hij tegen Cas dat hij moest oppassen omdat hij een heel harde pik heeft.'

Ik begin te lachen, maar mijn lach bevriest als ik me realiseer wat de juf zegt. Een pik. Aha.

Sinds de eerste keer dat Jules bij de kinderboerderij in aanraking kwam met een struisvogel, noemt hij ze 'pik-piks' omdat ze in zijn hand wilden pikken. Wij adopteerden het liefdevol: 'Zullen we vanmiddag naar de geitjes en de pik-piks gaan?', dat soort dingen. Noem me naïef, maar ik had niet het idee dat een toevallige passant daar iets raars bij zou denken. Nou ja, nu ik erover nadenken kregen we weleens een vreemde blik als ik riep: 'Kijk daar, die grote pik-pik! Geef hem maar te eten'. Maar goed. Dat is achteraf gelul.

Een snavel noemt hij dus blijkbaar ook een pik. Wist ik nog niet. En eerlijk gezegd had ik ook liever dat ik dat thuis had ontdekt, en niet hier, in deze plotseling toch wel heel benauwde crèche.

'Haha!' (Ik begin altijd te lachen als ik nerveus ben. Heel irritant.) 'Ja, wij noemen een struisvogel een pik-pik.' Ik zeg het alsof ik uitleg wat een ovenhandschoen is.

Afwachtend kijkt de juf terug, ze snapt het nog niet. Ik begin weer irritant te lachen. Het liefst zou ik mezelf een klap in mijn gezicht geven, maar dan denkt ze vast helemaal dat ik niet spoor. 'En een harde pik zal dan wel een scherpe snavel zijn of zo,' mompel ik er achteraan.

'Sorry?' zegt ze streng.

Ik schraap mijn keel. 'Een harde pik zal wel een scherpe snavel zijn.'

Alle ouders die om ons heen staan, kijken nu op.

Ik haal mijn schouders op.

'Ha. Ha. Ha.' Doet de juf. Als in: Ja, ja, dame. Als jij dadelijk weg bent ga ik als de wiedeweerga de kinderbescherming bellen.

Jules heeft zijn struisvogelpraktijken met Cas inmiddels gestaakt en komt nu als een vliegtuig op me afgerend. 'Mamaaa! Was jij er al lang? Ik was met Cas aan het spelen dat we struisvogels waren.'

Schichtig kijk ik de juf aan. Dan kijk ik naar Jules. 'Struisvogels? Je bedoelt zeker pik-piks?' Echt, veel senieler moet het niet worden.

De juf en de moeders die zich om ons heen hebben verzameld, bekijken me nu alsof ze me het liefst gedwangbuisd en gemuilkorfd zouden afvoeren.

'Pik-pik, weet je wel?' probeer ik nog eens. Wat is het trouwens benauwd hier. Wie heeft die verwarming verdomme zo hoog gezet?

'Nee-hee, mama.' Jules rolt met zijn ogen. 'Dat heet een struis-vo-gel!'

Oké. Goede timing, Jules. Echt perfect om net nu het juiste woord te gaan gebruiken. Zeker van Cas geleerd zojuist.

En kijk, daar komt Cas' moeder ook net aan, om het drama compleet te maken.

'Hoi Casje! Fijn gespeeld?' zegt ze terwijl ze op haar knieën zakt.

Cas knikt. 'Ik heb met Jules gespeeld. We deden pik-pik en ik moest de hele tijd wegrennen want hij had een harde pik!'

Alleen door stevig op mijn onderlip te bijten kan ik mijn gezicht in de plooi houden. Pik-Pik is besmettelijk. Of zoiets als een vloek die je kunt doorgeven: De vloek van Pik-Pik. Jules is er vanaf en nu heeft Cas hem. Arme Cas. Arme mama van Cas.

Van de andere 389 inzendingen waren er zeker 50 hartstikke goed, maar we kunnen ze niet allemaal publiceren (anders wordt het een Anti Ploedermoeder boek). Daarom zijn er eervolle vermeldingen voor:

Als ik blij word

Door: Karianne Peeters

Ja dag, ik schrijf  toch zeker geen column over het moederschap.

Want als ik dat doe, dan ben ik één van hen. Dan is er geen ontkomen meer aan.

Dan ben ik lid. Van de groep. De groep waarvan ik dagelijks het gevoel heb dat ik er liever niet bij wil horen.

Waarom?

Door de slogan van Prénatal.

Daarom.

Als jij wij wordt.

Als. Jij. Wij. Wordt.

Om te huilen…

Ten eerste zet de kleffe keten alle partners van zwangeren buiten spel. Die tellen niet mee. Het draait alleen om De Blijde Bolle Buik. Jij. Jij daar! Een Zwanger Commercieel Interessant Object. Dat hopelijk wordt verleid tot veel dure emotie-aankopen. Met hoge marges.

‘Als jij wij wordt, dan rinkelt onze kassa.’

Dat bedoelen ze eigenlijk. Valt tegen hè.

Ten tweede staat mijn gevoel haaks op die slogan. En dat verwoord ik nog keu-rig. Want sinds ik kinderen heb wil ik juist duizend keer per dag ik zijn. Gewoon ik. Dat is alles. Dus:

Niet wij gaan naar de wc. Ik ga naar de wc.

Niet wij gaan naar de winkel. Ik ga naar de winkel.

Niet wij lezen een boek. Ik lees een boek.

Niet wij koken. Ik kook.

Niet wij bellen. Ik bel.

Niet wij typen. Ik typ.

Alléén als het om slapen gaat. Dan ga ik mee met die wij van Prénatal.

Wij slapen. Wij. Allemaal. Lang, veel en ongestoord graag.

Weet je wat? Ik schrijf pas een column over het moederschap als Prénatal de Stille Nacht in de schappen legt. Als ik blij word. Maak me maar wakker als het zover is.

Seks als de baby slaapt

Door: Drees Koren

‘Hey schatje.’

‘Hmmm.’

‘Kom je even lekker bij me liggen?’

Ik moet de was nog in de droger doen. Oh, morgen op de site van het consultatiebureau kijken voor Luka’s inentingen. Morgen. En de perslijst maken voor de boekpresentatie. 

‘Zo goed?’

‘Nog iets dichterbij.’

Was, website, perslijst. Dat kan ik wel onthouden.

‘Ik ben heet.’

Ja inderdaad, jezus, wat is het hier heet. Pff, ik moet Luka’s dekentje van hem af halen. Stink ik naar zweet?

‘Wat ruik je lekker.’

Ik stink naar zweet.

‘Ik stink naar zweet.’

‘Welnee. Ik heb zin in je.’

‘Wacht. Ik haal even Luka’s dekentje van hem af.’

Was, website, perslijst. Piet Piraat, Piet Piraat, schip ahoy, hoi, hoi. Terug naar Floris. Focus, Drees. Lekker ding, lekker ding. Hij is écht een lekker ding.

‘Vind je dit lekker?’

Piet Piraat, Piet Piraat, schip ahoy. Wat een dreinerig deuntje. Ander liedje.

‘Wat? Ja, lekker.’

Welk liedje dan? Kleine wasjes, grote wasjes. Nee. Was, website, perslijst. Kedengkedeng, kedengkedeng, oe-hoe. Stop.

‘Ga door.’

‘Ssst! Straks hoort Luka je.’

Voor je het weet wordt hij wakker. Bewoog hij nu? Hoe laat is het? Straks is Floris eindelijk klaar met mijn tieten, wil Luka weer. Kan ik nóg niet slapen. En morgen, wat was het nu? Was, website, perslijst. Moet hij niet binnenkort weer een prikje? Arm schatje.

‘Lekker schatje. Ja, JAAH!’

‘Ja, oh jaah! Oh schatje, oh LUKAAH!’

‘Wat?’

‘Huh, wat?’

‘Wat zei je nou?’

‘Stil nou, straks wordt hij wakker.’

De voedselmaffia

Door: Charlotte Latten

'En dit', de blonde, goedlachse voedingsconsulente toont haar volgende powerpoint pagina, 'dít is broodbeleg wat je te allen tijde moet vermijden, want hélemaal niet gezond voor je kind.'

Verwachtingsvol kijk ik naar het scherm; welk gif zal daar nu wel niet genoemd worden? Maar dan lees ik datgene wat ik al jaren trouw op de broodjes van mijn dochters smeer: smeerkaas en pindakaas. ‘Slechte moeder!’ Scandeert de innerlijke criticus kattig in mijn hoofd. ‘Slechte, slechte moeder.’

En ik ging nog wel zo opgetogen naar deze informatieve avond over gezonde voeding voor kinderen. Stiekem dacht ik het allemaal al wel te weten, maar wellicht zou ik nog tot wat nieuwe inzichten komen?

Nou, dat kom ik. De voedingsconsulente vertelt bijna lyrisch over hoe zij dagelijks een papje van quinoa kookt voor haar verse baby. Ja, je moet een en ander wel een half uur laten weken en daarna nog een half uur laten staan (ofzoiets) maar dan héb je ook wat. Maar, sputteren wat moeders, daar hebben we toch helemaal geen tijd voor? Nee, dat is ‘s ochtends inderdaad geen haalbare kaart, geeft de consulente gul toe, maar dat dus je dus de avond ervóór al. Aha. Dus als je dé uitdaging van de dag – het avondritueel van douchen-tandenpoetsen-boekjes lezen en honderd keer ‘je moet nu echt gaan slapen’ – achter de rug hebt en alleen nog maar op de bank wil crashen. Dan dus, zeg maar?

Ik voel me als een vierjarige die net in de hoek is gezet: stout

Verder leren we op deze bijzonder informatieve voorlichtingsavond dat álles wat je aan eetbaars koopt sowieso biologisch moet zijn. Dat niet iedereen daar de portemonnee voor heeft, daar lullen we dan maar even niet over. Ook krijgen we mee dat ‘snacks’ als soepstengels en ontbijtkoek per direct in de ban gedaan zouden moeten worden, pasta (ongeveer het enige wat álle kleine kinderen lusten) überhaupt niet zou moeten voorkomen in het voedingspatroon voor minderjarigen (neem gierst! Quinoa! Boekweit! luidt het alternatief) en dat geitenmelk eigenlijk de allerbeste melk is.

Ik voel me als een vierjarige die net in de hoek is gezet: stout. Mijn dochters krijgen minimaal één tot twee keer per week een bord pasta voorgeschoteld, ik dacht altijd goed verantwoord bezig te zijn als ik hen een stuk ontbijtkoek voorschotelde in plaats van smurfenblauwe, fluroriscerende winegums en iedere ochtend vecht ik een verwoede strijd met beide meiden omdat ik per se wil dat zij hun (gewone, foei!) melk opdrinken.

Maar ik blijk het nu dus al jaren helemaal verkeerd te doen.

Ik wil het me niet aantrekken, maar dat doe ik toch en dus fiets ik de volgende dag fluks naar de Eko winkel, de mantra ‘vanaf nu ga ik het helemaal anders doen!’ zoemend door mijn hoofd. Enthousiast sla ik een handeltje zwaarverantwoorde producten in. Oké, ik jaag er bijna mijn maandbudget doorheen, maar je moet wat over hebben voor de gezondheid van dat wat je het allerliefste is, nietwaar?

Twee uur later wordt het biologische kokosbrood walgend uitgespuugd door mijn bloedjes, niemand blieft de gezonde pindakaasvervanger en mijn dochter roept een hartgrondig 'gááátver' als ze een hap van een gezonde reep bestaande uit vier soorten groenten (!) neemt. Ook het brood valt niet in goede aarde, en als mijn oudste de geitenmelk proeft, roept ze verbolgen ‘Iewwww, dit ís geen melk!’ en weigert ook nog maar één slok te nemen.

Daar zit ik dan, met mijn goede gedrag. A lost case, met twee voor het leven verpeste kinderen.

Maar niet veel later geef ik mijn inner critic een schop onder zijn kont en komt de reality check. Die hype rondom supergezond eten is natuurlijk allemaal leuk en aardig, maar laten we een beetje relaxt blijven, oké?

De huidige stand van zaken? Ik probeer zoveel mogelijk biologisch te kopen, maar de geitenmelk is bij ons de deur weer uit. Net als de groentenreep trouwens. En het brood zonder gluten en tarwe.

Ik blijf (heel slecht) lekker pasta serveren, omdat ik dan zeker weet dat mijn kinderen eten, en (nog ondeugender) die pindakaas blijft gesmeerd worden. Want laten we eerlijk wezen: wie is daar tenslotte níet groot mee geworden?

Het laatste taboe: de luie moeder

Door: Eva Munnik

De perfecte moeder, de aanmoddermoeder, de ploetermoeder; voor elk mama type is er tegenwoordig wel een naam. Maar ik ben geen van allen. Ik ben een luie moeder.

Dat is niet hip: een moderne vrouw hoort vol energie te zitten en ambitie te hebben. En altijd druk te zijn. Maar ik ben gewoon liever lui dan moe.

Eigenlijk ben ik te lui voor het moederschap. Want kinderen zijn niet lui en baby's al helemaal niet. Niet die van mij tenminste. Sommige zuigelingen brengen de dag grotendeels slapend door. Mijn dochter niet. Die wilde continu vermaak. Ik heb maandenlang geen kopje thee gedronken. Zelfs poepen moest ik uren uitstellen.

En dat terwijl ik een geboren luiaard ben. Al voor ik moeder werd, werkte ik vier dagen om één dag per week helemaal niks te kunnen doen. In mijn pre-man en pre-kind bachelorette huis liet ik een groot hoekbad op mijn slaapkamer installeren tegenover de televisie. Na een werkdag ging ik in bad liggen zappen met sigaretten en wijn binnen handbereik. En ja: de afstandbediening is meerdere malen in het water gevallen. Gelukkig heb je van die universele bij de Mediamarkt.

Waar andere single vriendinnen continu de hort op waren, vond ik twee sociale activiteiten per week meer dan genoeg. Ik weet nog hoe ik in het weekend rond het middaguur mijn bed uit strompelde om bij de slager mijn favoriete kip kerrie salade te halen (zonder ananas!) en bij de kiosk een stapel tijdschriften. Als ik dan op de bank onder een dekentje lag te eten en lezen, was ik volmaakt gelukkig. Het was een geruststellende gedachte dat ik dit altijd nog zou kunnen doen, al kwamen die man en dat kind nooit. Maar die man kwam wel en dat kind wilde ik uiteindelijk ook. En toen kon ik het niet meer doen.

Het zit in de genen. Mijn ouders zijn aartslui, vooral mijn vader. Na een werkdag trok hij meteen zijn joggingbroek aan en ging blowen op de bank. Met Kerst mochten alle matrassen in de huiskamer en lagen we met z'n viertjes twee dagen lang kerstfilms te kijken. Nu mijn ouders beiden niet meer werken, kunnen ze schaamteloos aan hun luiheid toegeven. De hele dag zitten ze op de bank te roken en tv te kijken. De Tour de France, Australian Open, buitenlands voetbal en schaatsen. Zelfs darts en schoonspringen missen ze niet.

Ik geniet nu honderd keer meer van luie momenten dan toen ze in overvloed beschikbaar waren

Sinds ik een kind heb, kom ik amper nog aan luieren toe. Dat vind ik het heftigste aan het ouderschap. Ik pak mijn momenten wel. Als ik bij voorbeeld vrij ben terwijl de peuter op het kinderdagverblijf is. Waar anderen de behoefte voelen zo'n dag nuttig te besteden met huishoudelijke werkzaamheden, kijk ik de I didn't know I was pregnant marathon op TLC. Helaas zijn die dagen zeldzaam.

Maar weet je? Dat is eigenlijk wel oké. Want ik geniet nu honderd keer meer van luie momenten dan toen ze in overvloed beschikbaar waren. En ondertussen zie ik hoe mijn peuter zowaar een klein beetje in staat lijkt te zijn tot luieren. Na een ochtend kinderboerderij wil ze best even hangen op de bank. En na een speelsessie in het park, kijkt ze zo vijf afleveringen van Het Zandkasteel terwijl ik ernaast lig te niksen.

Het gaat de goede kant op. Misschien wordt ze wel een lui kind. Derde generatie lui. Heerlijk.

Scary Movie

Door: Lotty Rothuizen

Het is zaterdagavond en ik heb een date. Een filmavond; qualitytime met mijn zoon. Filmpje, hapje en drankje erbij.

Laptop. Check.

Beamer. Check.

Netflix. Check.

Hij mag kiezen maar ik beslis.

 ‘Mag het op jouw account mam? Daar staat wat meer actie op. En ik heb geen zin in een animatie…’ Dat verbaast me niets. Toen hij nog luiers droeg had hij al meer belangstelling voor Transformers dan voor Nijntje.

Mijn zoon schatert het uit bij iedere scheet en ik troost mezelf met wijn en qualitytime

‘Is goed maar wel iets wat ik ook leuk vind.’ Samen scrollen we door het enorme aanbod van Netflix. We hebben de beschikking over een enorme filmcatalogus en we keuren de ene na de andere film af. We zijn verwend. Maar dan weet hij het zeker: Scary Movie. Is dat niet een heel enge film? Ik kijk naar de leeftijdsgrens: 12+.  Moet kunnen. Ik offer mezelf wel op vanavond. Voor de zekerheid zet ik nog een extra fles wijn naast de bank. Misschien heb ik hem straks nodig.

Scary Movie begint met een super Amerikaans meisje in een super Amerikaans huis met super Amerikaanse inrichting.  Ze is alleen thuis en wordt gebeld door een creep die griezelige dingen tegen haar zegt. Ze lijkt niet bang totdat de engerd aan de andere kant van de lijn laat merken hij kan haar zien. Nu wordt ze toch bang, maar echt eng wordt de film niet.

We moeten er allebei even inkomen. We verwachten een enge film maar hij is vooral flauw. Doorspekt met poep-, pies- en kotsscènes. Zoals je kunt verwachten van een puberfilm. Mijn zoon schatert het uit bij iedere scheet en ik troost mezelf met wijn en qualitytime.

Wat vinden pubers nog meer leuk? Seks. Scary movie ontpopt zich langzaam als een 12+ soft seksfilm. Een moderne versie van Porky’s.

Het zweet breekt me uit als een suggestieve scène in beeld komt en mijn zoon enthousiast roept: ‘Zag je dat? Mam, zág je dat? Die moeder was die vader aan het pijpen!’ Ik verslik me in mijn wijn. Sinds wanneer weet hij wat pijpen is? Het liefst wil ik hem een koekje aanbieden en snel van onderwerp veranderen maar hij staat al op.

‘Ik spoel hem wel even terug mam, dan kan je het zien.’ Nee, nee, nee, denk ik. Ik wil niet met jou naar seks kijken. Maar het is te laat. Daar zijn ze weer.

Het tevreden gezicht van de vader achter het stuur. De moeder die omhoog komt en haar mondhoeken routineus schoonveegt. Dan zien we de dwingende hand van vader die moeder wéér met haar gezicht in zijn schoot duwt. Zijn handen aan het stuur, zijn gezicht verwrongen van genot.

Het zijn maar een paar seconden. Ze duren een eeuwigheid. Het liefst wil ik doen alsof ik het niet heb gezien. Alsof ik niet weet wat het is. ‘Nou dat kán niet hoor schat. Dat is gevaarlijk.’  Hè, wat zeg ik? Ik praat er zo snel mogelijk overheen en blijf met een ongemakkelijk gevoel zitten. Hij kijkt me aan alsof hij wel beter weet.

We kijken samen hoe de siliconenborsten van een tienermeisje worden lek gestoken. Ik zeg dat die borsten niet echt zijn en hij zegt dat hij dat ook wel weet. De rest van de film worstel ik me door scènes waarin veel wordt getongzoend, gevreeën, gedroogneukt, betast. Dubbelzinnige opmerkingen en flauwe grappen. Pas wanneer een gymlerares in beeld komt, heeft mijn zoon het moeilijk. De lerares is overduidelijk een grote kerel in vrouwenkleren. ‘Ze’ heeft een bloesje met korte mouwtjes aan waaruit grote armen met dikke spierballen steken. Onder het spijkerrokje steken harige benen uit.

‘Bah, die juffrouw lijkt wel een man.’

De juffrouw staat op en onder het veel te korte rokje hangen twee enorme ballen in een grote zwiepende zak. Als knikkers in een vleeskleurige panty. ‘Een vrouw met ballen!’ roept hij verbaasd. Ik zeg dat die ballen niet echt zijn en hij zegt dat hij dat ook wel weet.

‘Zal ik het nog eens terugspoelen mam?’

In de volgende scène zien we een jongen die voor het eerst met zijn vriendinnetje vrijt en een hoogtepunt beleeft. Zijn lichaamsvocht explodeert als een pak yoghurt tegen het plafond. Ik zeg weer dat het niet echt is en hij verzucht dat hij dat ook wel weet. Als de film is afgelopen is mijn fles wijn leeg. Die extra fles.

‘Vond je het een leuke film?’ vraag ik hem.

‘Mwah, gaat wel. Maar ik wil deel 2, 3 en 4 nog wel zien.’

’s Avonds in bed komt een oude herinnering bovendrijven. In gedachten ben ik ruim 35 jaar terug in de tijd. We zitten met zijn zessen aan een gedekte tafel en mijn broer vertelt de ene schunnige mop na de andere. Zijn drie zussen gieren van het lachen. Hij maakt dubbelzinnige woordspelingen, flauwe grappen en vertelt gekke verhalen. Bij alles wat hij doet maakt hij grote gebaren om zijn verhaal kracht bij te zetten. Dan maakt hij een grap over pijpen. Besmuikt lachend kijken we allemaal naar onze ouders, die onverstoorbaar de aardappels aan elkaar doorgeven, omdat ze niet weten wat pijpen is.

Dat heb ik de afgelopen 35 jaar gedacht. Tot vanavond.

Dat hebben zij toen slim aangepakt.

Pannenkoeken van een flutmoeder

Door: Marese Peters

'O mama, deze pannenkoeken zijn echt veel lekkerder dan die jij zelf altijd bakt!' roept mijn jongste verrukt uit. Ik heb net, in een poging om een relaxte goedgenoegmoeder te zijn, een pak voorgebakken supermarktpannenkoeken uit hun plastic verpakking gehaald en voor de vorm nog even in de magnetron opgewarmd.

Mijn kinderen (5 en 8) weten niet hoeveel moeite me dat heeft gekost. Want pannenkoeken zijn ongezonde dingen die niet te vaak eet. En als je ze al op tafel zet, dan heb je ze natuurlijk wel zelf gebakken. Het liefst met biologische eieren. En speltmeel van de watermolen uit dat leuke dorpje van de vakantie.

'O mama, deze pannenkoeken zijn echt veel lekkerder dan die jij zelf altijd bakt'

Voordat ik dus in de supermarkt tot de conclusie kom dat ik vanavond echt voor niets anders tijd heb dan voor een slap pak excuuspannenkoeken, heb ik al een enorme interne strijd gevoerd: Kan ik dat mijn kroost wel voorzetten, van die smaakloze fabriekslappen? Wat moet die buurtmoeder wel niet van mij denken als ze dit in mijn karretje ziet liggen? Groeien mijn kinderen hierdoor op voor galg en rad?    

Toch ben ik al een heel eind gekomen. Een paar jaar geleden had ik ongetwijfeld zelf die stapel pannenkoeken staan bakken. In een race tegen de klok. Rood aangelopen, totaal verhit en op het randje van ontploffen. Wee het gebeente van het kind dat daarna nog durfde te knoeien met de poedersuiker, of het lef had om een overdosis schenkstroop op zijn bord te knijpen.

Want de lat lag altijd hoog. Alles moest altijd volgens mijn vooropgezette – en verdacht naar perfectie riekende – plan. Totdat ik erachter kwam dat ik daarmee vooral mezelf in de weg zat. En dat ik mijn kinderen daar echt geen extra plezier mee deed.

Eyeopener daarbij was een artikel dat ik las in het blad LOF, dat toen net op de markt was. ‘Flutmoederen’ was het credo: de lat lekker laag leggen. Je jarige kind op school laten trakteren op zakjes chips of knalroze spekken. Gewoon uit de supermarkt, in plaats van zelfgebakken en -versierde prinsessencakejes of zelfgeknutselde snoepdieren. En besluiten dat je kind zijn kleren zonder pardon twee dagen achter elkaar naar school aan doet, vlek of geen vlek. Praktisch realisme.

Ik ervoer een heerlijke bevrijding van al die dwingende innerlijke regels die ik mezelf had opgelegd. Ik nam me voor om vaker een flutmoeder te zijn. Ik zou die naam als een geuzennaam dragen, om me op mijn zwakste momenten eraan te herinneren dat de lat best wat minder hoog kan. Goed genoeg is goed genoeg.

De ultieme relativering kwam ten slotte van mijn eigen man. Die liet ik het LOF-artikel lezen. Trots vertelde ik erbij dat ik besloten had om wat meer een flutmoeder te zijn. Hij las het stuk aandachtig, dacht even na en zei toen: ‘Flutmoederen? Dat is toch gewoon vaderen!’

Kaka

Door: Nienke Grootendorst-Magnin

'Mamaaaa, kakaaa', roepen mijn tweelingdochters vrolijk als het tijd is voor een nieuwe luier. Het is één van hun lievelingswoorden en ik vermoed dat dankzij ons Franstalige leven in Kinshasa, de hoofdstad van Congo, doodgewone Hollandse poep voor de rest van hun leven het wat bekaktere Franse 'kaka' zal blijven. Zelfs elk stukje zanderige modder in onze tuin wordt haarfijn uitgekamd op poezenkaka, hondenkaka, mierenkaka, muizenkaka, paardenkaka (hun allerlievelings) of kakkerlakkenkaka (briljant woord voor galgje overigens). Het kan hier allemaal. 

Wonend in Congo wordt praten over alle vormen, soorten en maten van ´kaka´ bovendien al vrij snel normaal. Zelfs voor enigszins preutse mensen, zoals ik. Het gebrek aan hygiëne, de meeste exotische bacteriën, amoeben… het kleinste slokje lokaal water kan al genoeg zijn voor een stortvloed aan verschrikkelijke ´kaka´. En waar wij tot nu toe redelijk vrij zijn gebleven van dergelijke ongemakkelijke ongemakken, hebben afgelopen week de amoeben dan toch toegeslagen. Twee paar kinderdarmen in complete misère achterlatend. Alleen wisten we dat nog niet toen we gingen zwemmen bij de Belgische club, hier in Kinshasa. 

Meelezende Nederlanstalige inwoners van Kinshasa raad ik aan het vervolg van deze blog pas te lezen na definitief vertrek uit Kinshasa.

Enthousiast omdat we tussen alle slaapjes door een echt uitje 'en famille' hadden gepland, dus inclusief babybroer, gingen we bepakt en bezakt op pad. Voor de zekerheid nam ik zeven zwemluiers mee. Dat moest genoeg zijn voor een paar uurtjes dacht ik zo. Bij een onuitstaanbare spelshow zou op dit moment een hele, hele irritante toeter afgaan, omdat door één van de kandidaten het foute antwoord werd gegeven. Zo'n toeter die je nog dagen gekmakend in je hoofd hoort. Zo'n toeter die een beetje klinkt als 'mamaaaaaaa, kakaaaaaaaaa' in een prachtig blauw zwembad, met baantjes trekkende Belgische oudjes uit het kolonisatietijdperk, met langs de kant zittende, in lange jurken gehulde en waterpijp rokende Libanese vrouwen, de entrepreneurs van Kinshasa, en met sterke Libanese mannen, hun torso's gebruind door de zon en hun kleine billen in nog kleinere speedo's gewurmd. 'Kaka' dus en de zwemluier had zijn werk niet voor de volle honderd procent gedaan. Maar goed, dat kan gebeuren en met wat water, wat Zwitsal doekjes en een nieuwe zwemluier, waren we klaar voor het vervolg van ons zwemavontuur. 

Onze zoon, dat moet u weten, vindt alles prachtig. Zwemmen zonder zwembandjes, chloorwater drinken, kruipen op een duikplank of chillen in zijn gele zwemband. In het grote zwembad natuurlijk. Het babybadje is niet aan hem besteed, maar hij is ook al 11 maanden dus ik begrijp dat wel. Enfin, het water rondom die gele zwemband werd al gauw ook wat geel en kakaluier twee was een feit. Overigens zat niet alleen de luier, maar ook het hele supersonische UV-zwempak, waarin zijn babyvette lijfje als soort van bobbelig merquez worstje zat verpakt en dat enkel met minstens twee volwassenen enigszins pijnloos uit te trekken valt, propvol met babykaka, dus u begrijpt dat niet alleen hij, maar ook wij na het hele verschoningsritueel best een sprong in het zwembad konden gebruiken. Aldus geschiedde, net voordat ik ergens aan de overkant een blond peutertje wat moeilijk aan zag komen rennen, zwaaiend naar haar papa en mama en heeeeeeel hard  'mamaaaaaaa, kakaaaaaa' roepend. 

Een wat zenuwachtig gelach steeg op van de bedjes rond het zwembad voor luier nummer drie. Helaas viel de waterige inhoud daarvan door het onhandige gehannes op het gras bij het zwembad op de grond, waardoor we ook nog genoodzaakt waren een paar meter te verkassen, gezellig tussen een paar hoogst welopgevoede Franse kindjes, die van hun vermoedelijke ouders met grote zonnebrillen hun stem niet mochten verheffen en dus slechts stijlvol fluisterend met elkaar praatten. Waarom poepen Franse kindjes niet? 

Nog drie luiers en anderhalf uur later gingen we uitgeput en luierloos op huis aan

'Mamaaaaaaa kakaaaa', mijn andere dochter had de grootste lol toen ze merkte dat ik ook haar aan het fluisteren probeerde te krijgen en herhaalde haar woorden daarom luidkeels nog een paar keer, terwijl ze enthousiast in een bruin plasje op het trapje van het grote zwembad sprong. Luier nummer vier. 

Om ons heen werden inmiddels de eerste biertjes geopend, cocktailglazen gevuld en werd geproost op een heerlijke zomerse zondag. Wij proostten met een snelle slok water en een zompige rijstwafel van mijn zoon op de zeven uur die nog te gaan waren tot bedtijd. Nog drie luiers en anderhalf uur later gingen we uitgeput en luierloos op huis aan. Een volle prullenbak met 'kaka' en driekwart van de vliegenpopulatie van Kinshasa, vechtend om de delicate amuse van Congolese ´kaka´ en Hollandse poep, stilletjes achterlatend in een hoekje van de zwembadtuin. 

Amoebes dus. Ons volgende uitje naar het zwembad staat desondanks dit weekend alweer gepland. Zonder zwemluiers dit keer. Gewoon in ons eigen zwembad, in onze eigen tuin. Met schildpaddenkaka, apenkaka, papegaaienkaka en heel misschien ook best een beetje 'mamaaaaa, kakaaaaaa', maar dat maakt me dan lekker allemaal helemaal niets uit.

Consequent

Door: Sandy Janneman

Ik ben niet consequent. Zo. Ik heb het gezegd. Mijn man is overigens nog erger. Wij doen maar wat. Soms werkt het, en soms ook niet. Het werkt overigens vaker niet dan wel. En de kinderen weten dat. Hoe klein ze ook zijn. Zegt mama ‘nee’, dan gaan we het gewoon aan papa vragen. Zegt hij wonderwel ook ‘nee’ dan gaan we zeuren. We gaan zaniken. We persen er met veel moeite tranen uit en dan lukt het wel. En natuurlijk weten we dat. We weten dat het krokodillentranen zijn, maar zoveel moeite, zoveel toneelspel verdient een beloning.

Je zou denken dat laat naar bed gaan betekent dat ze later wakker zijn ’s morgens. Maar dat is niet zo

Maar er zijn dingen waarin we wel consequent zijn. Echt waar. Dingen die belangrijk zijn. Dingen die er toe doen. Bedtijd bijvoorbeeld. Om 19.30 uur is het hier stil. Dit is een stukje eigenbelang en een groot stuk naastenliefde. De buren hebben tenslotte recht op rust. Naastenliefde. En eigenbelang omdat er met onze kinderen geen land te bezeilen valt als ze een keer laat naar bed zijn gegaan.

Je zou denken dat laat naar bed gaan betekent dat ze later wakker zijn ’s morgens. Maar dat is niet zo. Nog geen vijf minuten later. Met als gevolg dat ons niet consequent zijn ons nekt de volgende dag. Een ander ding waarin we ook consequent zijn is eten. Als ze iets niet lusten dan hoeven ze het consequent níet te eten. Ook dat is eigenbelang.

Denk nu niet dat we het niet hebben geprobeerd. We hebben alle trucjes uit de kast getrokken om ze dingen te laten eten die ze niet lusten of niet kennen. Totdat mijn moeder mij er fijntjes op wees dat ik vroeger ook niks lustte en proefde en dat ze het dus niet van een vreemde hebben. En toen hebben we gewoonweg gekozen voor rust aan de eettafel.

Wil je het niet proberen? Prima, maar laat ons rustig eten. Pedagogisch verantwoord? Geen idee, maar voor ons werkt het goed. En uiteindelijk zijn er nu nog maar weinig dingen die ik echt niet lust, dus het zal waarschijnlijk wel goed komen. En het allerbelangrijkste waarin we consequent zijn is respect hebben voor elkaar, niet liegen, beleefd zijn en anderen behandelen zoals je zelf ook behandeld wilt worden. Deze hoef ik uiteraard niet uit te leggen. En ik vind dat we met deze dingen toch een groot gebied hebben gedekt.

En dan maakt het mij niks uit dat ik niet consequent ben in andere, in mijn ogen, banale dingen. Dingen waar anderen zich misschien wel druk om maken. Het kan mij echt niet schelen of ze nu 1 uur tv kijken of 2, of ze met stiften aan het kleuren zijn op hun knieën aan de bank in plaats van zittend aan tafel, of ze zeerover spelen in de badkuip en de hele bovenverdieping zeiknat wordt, of ze een ongeluk in een tunnel laten zien tijdens het eten, en dat ze scheten laten tijdens een lachbui.

Het zijn kinderen en ze moeten ook kind kunnen zijn. Zolang ze het maar met respect doen naar anderen, ons rustig laten eten en op tijd naar bed gaan vind ik het prima. En daar ben ik heel erg consequent in.

Supermarktscene

Door: Suzanne Wolter

Supermarktmedewerkers willen dat jouw kind in hun winkel het Perfecte Kind is en braaf achter zijn moeder aan loopt. Maar ja. Peuters hebben soms driftbuien.

Zo ook mijn peuter.

Ik voelde het ’s ochtends al, bij het aankleden. Het was gillen, ‘Nee! Past niet!’ roepen en zijn bepoepte luier op de grond gooien. Met de foute kant naar beneden.

Ik zong nog: ‘Begin de dag met een dansje’, maar na een ‘Mama niet doen!’ besloot ik mijn mond te houden en over te gaan op de negeerstand.

Maar verkeerde been of niet: het was vrijdag boodschappendag. Ik besloot maar direct na het ontbijt te vertrekken, dan hadden we het maar gehad. Voor de zekerheid gingen we naar de supermarkt waar mijn vader werkte. Opa had namelijk altijd wel een louterend effect op kleinzoonlief.

Net voordat het ongeduldige jengelen overging in stampvoeten, vond ik in een uithoek van mijn jaszak het muntje voor in het miniwinkelkarretje.

Pfieuw, eerste obstakel overwonnen.

En daar gingen we. Zoonlief luisterde uitstekend en liep braaf achter mij aan, intussen ‘Opa, waar ben je?’ roepend. Vol vertrouwen liepen we – ikzelf met de blik strak naar voren gericht – door het koek- en snoeprek richting kassa’s. Daar bij de uitgang gloorde hoop op een positieve afsluiter van dit wekelijkse, spannende uitje.

Toen bleef hij achter.

'Lieverd, wil je alsjeblieft even…..' zei ik, terwijl ik me omdraaide.

'Koek!' Zijn blauwe oogjes dansten en zijn mondhoeken kwamen tot praktisch aan zijn oren.

Behendig tilde hij ‘zijn’ favoriete koekjes in het winkelkarretje.

Ik dacht er kort over om het maar te laten voor wat het was en tegelijkertijd vroeg ik me af waar opa’s zijn als je ze nodig hebt. Maar in mijn hoofd nam een consequent wijzend vingertje de overhand.

'Nee, kereltje, leg de koekjes nu terug in het rek.' Ik vond dat ik best overtuigend klonk.

'Koek!' Zijn blauwe oogjes dansten en zijn mondhoeken kwamen tot praktisch aan zijn oren.

Maar zijn grote glimlach trok zich samen tot een pruillipje.

Obstinaat pakte hij de zak koekjes uit het karretje.

'Afblijven mama!' gilde hij, en gooide de zak op de grond. Nog voordat ik kon reageren gebeurde het onvermijdelijke: roze, geel en groen besuikerde koekjes vlogen in het rond. Een huilsalvo vulde de supermarkt en verkruimelde E-nummers werden door toevoeging van tranen en snot in no time omgetoverd tot een plakkerige smurrie op de pas gedweilde supermarktvloer.

Het vingertje en het consequente stemmetje in mijn hoofd maanden mij het gedrag van mijn kind te negeren. Kort overwoog ik dit ook. Alle mensen die naar ons keken hadden dat vast ook geadviseerd.

Maar aangestoken door het obstinate gedrag van mijn zoon besloot ik dat het in dit geval beter was om te gaan eten,  samen met mijn puberende peuter, daar op die supermarktvloer.

We moesten de koekjes immers tóch betalen, en er zaten nog genoeg niet-bekwijlde stukjes koek tussen alle kruimels. Zonde om weg te gooien.

Werden we aangekeken?

Ja.

Zouden verbouwereerd toekijkende moeders ’s avonds aan de eettafel over ons praten en het beter weten?

Vast.

Maar de rest van de dag verliep als uit een boekje. Uit een plakkerig boekje. Waarin staat geschreven dat een goede mama, soms ook een toegevende mama is.

Wolvengehuil

Door: Margriet Zuidgeest

‘Nééééjjj! Dit zit NIET lekker! Ik-ga-NIET-naar-school!’

‘Wacht, ik help je wel even met je schoen.’

‘Het is niet mijn schóehoen! Het is die rotsok! Waarom koop je ook altijd sokken met van die shitrandjes! Mama, ga WÉG!’

Mijn zesjarige geeft nog een brul, gooit zijn (naadloze) sokken zover mogelijk weg en pleurt z’n schoenen erachteraan. Dan werpt hij zichzelf huilend als een wolf op de keukenvloer –  naast het bijltje dat ik er al maanden geleden bij had neergelegd.

Ik raakte maar niet gewend aan dit vaak tweemaaldaagse ritueel. Of het nou een randje, kledinglabel of broekrits was, Youp voelde álles. En ik ook. Mijn hart brak in steeds kleinere stukjes. En mijn wilskracht en doorzettingsvermogen ook. Dus niet alleen Youp kwam vier van de vijf dagen met behuilde rode ogen op school. Met het verschil dat mijn ogen zwart waren. Zelfs de meest waterproof mascara had deze ‘proof’ niet kunnen doorstaan.

‘Het is niet mijn schóehoen! Het is die rotsok! Waarom koop je ook altijd sokken met van die shitrandjes!'

Mijn frustratie kon woekerend z’n gang gaan. Want hulp accepteerde mijn zoon niet. En naadloze sokken, shirts met weggepeuterde labels of broeken zonder rits werkten niet. Evenmin als mijn begripvolle, grappige of strenge reacties op deze buien. Niets hielp.

En dus werd ik maar boos. Kon er in elk geval íemand in huis ergens heen met zijn gevoel – dat altijd meedogenloos werd omgezet in langdurig schuldgevoel. Daar was mijn hoofd bijzonder behulpzaam in.

Niet alleen hij kwam dagelijks met roodbehuilde ogen op school…

Het is maart 2014. Youp is inmiddels 10 en zijn DITZITNIETLEKKER-buien zijn verminderd. Van dagelijks naar wekelijks. Van soms naar zelden.

Op een donderdagmiddag hoor ik beneden een bekend geluid. Wolvengehuil. Mijn hart schiet een etage omhoog en bonkt in mijn keel: oh no, daar gaan we weer… Niet nu! Youp heeft een belangrijke hockeytraining waar hij op tijd móet zijn!

En daar ligt ‘ie. Over de keukentafel, joelend dat zijn hockeyschoenen zo afschuwelijk zitten. Aan twee kanten van de keuken liggen de afgeserveerde (lievelings!)schoenen als blauwrode bewijsstukken.

‘Ze passen niet! Ze zitten niet lekker!!’ ondertitelt hij schreeuwend dit stilleven.

Ik kijk op de klok. Ik haal adem. Ik pak de schoenen. Tegen beter weten in bied ik mijn hulp aan, die hij dan ook vol boze tranen weigert.

Ik zeg niet dat de veters ook nog veel te strak zitten. Of dat de training nú begint.

Ik sla mijn armen om hem heen en fluister: ‘Huil maar even. Je weet dat dit overgaat. Het duurt een paar minuutjes en dan is het voorbij.’

Hij zegt niets. Na een urenlange minuut voel ik hem ontspannen en knikken. Nog ietwat bokkig pakt hij de hockeyschoenen van mij over en wurmt ‘ie zijn voeten erin.

‘Ik ga, mam,’ zegt hij.

Ik knik. Hij gaat.

Ik ben trots op hem. En een klein beetje op mezelf. Hij werd ouder, ik iets wijzer.

Het kinderparadijs

Door: Yvonne van der Wal

‘Ja leuk! Zolang ze maar wel van anderen zijn’, was steevast mijn antwoord op de vraag hoe ik over het al dan niet krijgen van kinderen dacht, in het kinderloze tijdperk. Nu ik ze daadwerkelijk heb, denk ik er heel anders over.

Op een regenachtige, saaie dinsdag, gaan we een dagje genieten in een overdekt paradijs, doortrokken met speel- en klimattributen. Dit genieten begint al om 10.15 uur, tussen een colonne van ongeduldig wachtende mensen voor de kassa, waarop ik terstond rode vlekken in mijn hals voel schieten. Het liefst maak ik weer rechtsomkeert. Naar huis. Of waarheen dan ook, als we maar weg zijn uit deze bedompte kinderbergplaats. Het eldorado zit al vol met hordes mensen en tussen de massa bespeuren we nog net één tafeltje, alwaar we onze jassen, tassen en schoenen droppen.

Van ontsteltenis voel ik hoe de vlekken zich over mijn romp verspreiden. Dit is geen lustoord bestaande uit vrolijk spelende, huppelende kleuters. Ik ben beland in villa Kakelbont. Beland in een jungle van hysterisch krijsende wanschepsels, waar het wemelt van bezwete, roodgloeiende, snotterende, jengelende en voordringende kinderen. Luchtkussen slopende kinderen. Op het springkussen klauterende kinderen. In de garderobe klimmende kinderen. Trekkend. Duwend. Scheldend. Lolly lurkend. Elkaar wurgend. Ik probeer deze chaos hier en daar enigszins te ontlopen, maar incasseer slechts hartkloppingen.

Jawel, zelfs na een dagje monsterkasteel zeg ik nog steeds: geweldig!

De ouders? Zij hebben zich schouderophalend verscholen achter hun tijdschrift dan wel krant. Het lompe, onbeschaamde gedrag van hun lieftallige kroost negerend. Laptoppend. Denksportend. In het rokershok paffend. Koffie bestellend. Of wandelend, in een wanhopige poging hun overprikkelde baby’s in slaap te sussen.

Ik loop met zoonlief mee om hem te helpen met het omhooggaan van Het Grote Kasteel. Au, een voet van maat 34 in mijn gezicht. Pof, een elleboog in mijn linkerzij. Baf, een stomp in mijn rechterzij. Ik tuimel over een been. Over een voet. Over een peuter. Ai, een voltreffer tegen mijn kaak.

Zoonlief begint van de weeromstuit te huilen – al dagen keek hij hiernaar uit, maar zó had hij het zich niet voorgesteld. Ik ook niet. Na een ijsje, frietje en een kan ranja (€3,30!) hebben we wel weer genoeg plezier beleefd. Thuis komt hij bij met een glas limo en wat snoeperij. Kinderen? Jawel, zelfs na een dagje monsterkasteel zeg ik nog steeds: geweldig! En dat meen ik ook nog. Zolang ze maar van mezelf zijn.

Meer columns tegen het ploetermoederschap (of gewoon hele leuke columns)? Neem een abonnement bij TPO Magazine op Miloe van Beek en Roos Schlikker!