Vorige week moest u mijn column missen. Ik had hem wel geschreven en (op tijd) aangeleverd, maar hij kwam niet door de eindredactie, zoals dat heet.

STEUN RO

De eindredactrice had een weekje vrij en haar vervanger vond dat mijn column niet door de beugel kon. Ze meldde me dat per e-mail, die helaas naar een verkeerd adres ging en mij niet bereikte. Ook ik was dus verbaasd dat ik mijn hersenspinsel niet terug zag in de krant. Twee mailtjes later was me duidelijk wat er gebeurd was.

En ik stond perplex, zo liet ik de plaatsvervangend eindredactrice ook weten. Boos was ik niet op haar, want ze is een vrouw met het hart op de juiste plaats en verdient mijn toorn derhalve niet. Teleurgesteld was ik wel, want ik vond het juist een heel goede column. ‘Het is een pittige dit keer’, had ik geschreven in het mailtje waarmee ik mijn column inleverde. En dat vond zij ook. Té pittig.

Het ging over het geloof en over advocaten. Om een lang verhaal kort te maken: ik had geschreven dat het geloof verantwoordelijk is voor veel ellende op de wereld en dat ik vind dat advocaten die zware criminelen vertegenwoordigen zelf ook op het randje zitten van wat goed is en wat slecht. Maar dan iets scherper. Ik overdreef, schamperde en stelde een en ander heel zwart-wit. Dat doe je in een column. Het is een mening en die mening maak je duidelijk door te overdrijven. Een column brengt vaak een zekere mate van absurditeit met zich mee zelfs. Zo hoort dat. De bedoeling van een column ís juist om te choqueren. Om mensen aan het denken te zetten. Om discussie uit te lokken.

Maar, op Curaçao zijn de tenen wat langer dan in Nederland. Dat wist ik al en ik weet het nog steeds. Ik houd er zelfs rekening mee in de stukken die ik schrijf. Toch is het in sommige gevallen niet genoeg. Dan sputtert de eindredactie of – als het stuk toch door de censuur is gekomen – komt er eens een ingezonden brief binnen waarin een lezer laat blijken dat het artikel hem of haar in het verkeerde keelgat is geschoten. Helaas gebeurt dat te weinig. Ik zou willen dat er op elke column, elke analyse en elke ‘pika’ zo’n 30 brieven binnen zouden komen. Dat betekent namelijk a) dat de krant goed gelezen wordt, b) dat erover nagedacht wordt en c) dat je een goed punt hebt gemaakt. Mensen worden namelijk nooit graag met de harde waarheid geconfronteerd.

En dat is wél je rol als journalist en het is de functie van een krant: de waarheid brengen. Nieuws verzamelen, controleren analyseren en publiceren. De journalistiek wordt in die zin ook wel beschouwd als de vierde macht, naast de trias politica: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Die vierde macht dient onafhankelijk van de andere machten te opereren. Ergo: de journalist is de waakhond van de maatschappij. Een column is één van de gereedschappen van de journalist. Ik gebruik dat stuk gereedschap graag, ik zie het als een breekijzer.

In Nederland is een pittige column nooit een probleem. Er lopen hier nogal wat columnisten rond die – veel meer dan ik – met de zeis in het rond maaien. Het levert eigenlijk zelden problemen op. Curaçao heeft wat dat betreft nog een slag te maken. Misschien vraagt u zich nu af: moet dat? Ja, dat moet. Want de maatschappij, dat zijn wij. Met z’n allen. En problemen moeten we dan ook met z’n allen oplossen. En hoe doe je dat? Door allereerst het probleem te benoemen. Vervolgens door het te erkennen en daarna door het te bediscussiëren om vervolgens te brainstormen over mogelijk oplossingen. Curaçao houdt ervan om problemen onder het tapijt te vegen. Maar dat werkt niet. Op zeker moment begint het tapijt te hobbelen en dan kun je erop wachten tot iemand erover struikelt. En dan is het pas echt mis.