Twee dingen: het geloof en advocaten. Vooropgesteld, ik ben gedoopt. Ik heb de communie gedaan en ben gevormd. Ik ben ook in de kerk getrouwd en mijn zoontje is ook gedoopt. Verder dan dat gaat het niet. Hij moet het straks zelf maar uitzoeken.

STEUN RO

Wat mij betreft: ik ben alle geloof in het geloof verloren, voor zover dat er ooit al was. Kijkend naar de geschiedenis én het heden, het geloof heeft al heel wat ellende veroorzaakt. Denk aan wat de kruisvaarders hebben aangericht tussen pak ‘m beet 1000 en 1300. Daar refereren de islamitische kruisvaarders vandaag de dag nog aan, als een soort van rechtvaardiging voor al hun aanslagen in Europa. Kijk wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Kijk ook naar wat er in Afrika gebeurt. In de naam van het geloof – welk dan ook – worden dagelijks mensen afgeslacht, met de koran, de bijbel of de tenach in de hand.

Ik begrijp er werkelijk geen barst van. Waar gaat het allemaal om? Nergens! Want geloof is geloof, het woord zegt het al: iemand gelóóft ergens in. En dat geloof is puur gebaseerd op vertrouwen. Ook zo’n vage term. We weten het allemaal: vertrouwen is mooi, controle is beter. En je mag best geloven dat Feyenoord dit seizoen wéér kampioen wordt. Of dat Aqualectra ooit zonne-energie gaat omarmen. Dat je volgende week de Landsloterij wint. Dat het in december gaat sneeuwen op Curaçao. Geloven is leuk, maar concreet heb je er niks aan en dus is het raar als je jouw geloof wilt opdringen aan een ander.

Vroeger waren het de christenen die hun geloof wilden uitdragen, of liever gezegd opdragen. Nu zijn het de islamieten. Ik vind het verwerpelijk. Ik bepaal zelf wel of ik ergens in geloof, daar hoeft niemand me in te sturen en al helemaal niet te dwingen. Natuurlijk, je mag het wel proberen, zoals de jehova’s getuigen doen, maar als mensen aangeven er niet van gediend te zijn, dan moet je daar respect voor hebben en ‘even goede vrienden’ blijven.

Ze behoren allemaal tot mijn vriendenkring: katholieken, moslims, joden, boeddhisten, hindoes, protestanten, mormonen, heidenen, noem maar op. Zij geloven in een boekje, een profeet, een dier, een verhaal of wat dan ook en ze vallen mij er niet mee lastig, zoals ik ze ook niet lastig val met mijn ongelovigheid. Dat is de basis van onze vriendschap.
Op Curaçao speelt het geloof ook een grote rol. Op het hypocriete af, vind ik, want velen doen van alles wat god verboden heeft, maar men zwaait wel met de bijbel of het woord van de pastoor wanneer het zo uitkomt. Dat het geloof mensen knettergek kan maken bewijst wel ‘de apostel’, die met zijn vingers, tong en geslachtsdeel aan ‘duiveluitdrijving’ deed bij meisjes en vrouwen.

De verhalen van zijn slachtoffers zijn gruwelijk. De man zelf heeft min of meer bekend. En dan nóg zijn er mensen die het voor hem opnemen. Kerkgenoten bijvoorbeeld. Voor hen kun je dus ook best oppassen, want als je iets goedkeurt, zou je het ook zelf kunnen doen als je in de gelegenheid komt.

En dan zijn er de advocaten. Zij worden ervoor betaald om iemand te verdedigen. Op zich is daar nog niks mis mee. Maar als je in dit soort zaken de al misbruikte slachtoffers op jouw beurt misbruikt om ‘je werk goed te doen’, dan ben je voor mij geen knip voor de neus waard (ze maakten de namen van de slachtoffers publiekelijk). Het is hetzelfde als de Duitsers die zeiden ‘Wir haben es nicht gewusst’ toen ze geconfronteerd werden met de Holocaust.

Advocaten zijn eigenlijk ook gelovigen. Ze geloven in de onschuld van hun cliënt of in ‘verzachtende omstandigheden’. Niet omdat de bijbel het zegt, maar hun bankrekening.