De laptopnomaden van Amsterdam gebruiken de stad als kantoor en doen vergezeld van hun plicht­ matige latte macchiato overal zaken – in cafés, broedplaatsen en flexkantoren. De toekomst van werken is hier.

STEUN RO

Een oude school die leegstaat? Je kunt er donder op zeggen dat daar binnenkort een broedplaats met creatieve makers zit. Ieder zichzelf respec­terend hotel heeft een hippe plek waar je kunt werken. En struikelen over laptop­ snoeren doe je niet meer thuis maar in het café. Soms lijkt het erop of iedereen zijn thuiswerkdag in de openbare ruimte door­ brengt of dat we allemaal zzp’er zijn gewor­den. Dat laatste is een veelvoorkomend misverstand, maar blijkt genuanceerder te liggen; de laptopnomaden zijn vooral erg zichtbaar.

Een op de vier

Zelfstandige, freelancer, ondernemer, een­ pitter en eenmanszaak: er zijn veel lelijke woorden om zelfstandig ondernemers te omschrijven, maar de lelijkste van allemaal is toch wel zzp’er – tevens de meest ge­ bruikte term. En wat is dat nou precies? Laten we beginnen met de definitiekwestie, want de omschrijving ‘Zelfstandige Zonder Personeel’ is niet echt ideaal – waarom ie­mand beschrijven aan de hand van wat hij niet heeft? En door die krakkemikkige de­finitie is de omvang van het fenomeen zzp’er ook lastig in cijfers te vangen. Is een freelancer een zzp’er? Een interimmer? Een oproepkracht? Maar uit de laatste arbeidsenquete uit 2012, waarbij Neder­ landers zelf de vraag beantwoorden of zij zelfstandig zijn, blijkt dat inmiddels bijna 12 procent van de beroepsbevolking zelf­standig werkt, zonder baas.

Amsterdam steekt dan nog ver boven het landelijk gemiddelde uit. Volgens onder­ zoeksbureau O+S van de gemeente was vorig jaar al 23 procent van de werkende bevolking in Amsterdam zelfstandige. Bij­ na een kwart. Dat is bijna twee keer zo veel als – bijvoorbeeld – Berlijn, toch ook een stad die bekend staat om zijn omvangrijke creatieve – zelfstandig werkende – klasse. Conclusie: Amsterdam is de zzp­hoofdstad van Europa. Wie wil weten hoe de toe­ komst van werken eruit ziet kan het beste een dagje in Amsterdam gaan rondhangen.

Tussenstop

Toch is het niet zo zwart­wit als de statis­ tieken doen vermoeden. Pierre Spaninks onderzocht met zeven onderzoeksjourna­listen de laatste ontwikkelingen rondom zelfstandigen zonder personeel en beschrijft in Zzp’ers: marktvernieuwers of marktverziekers dat van een tsunami aan zzp’ers zeker geen sprake is. ‘Wel is de maat­schappij duidelijk veranderd en zijn vaste con­tracten niet meer de norm. Flexcontracten, tij­delijke aanstellingen en payrollcontracten zorgen voor meer hybride werkenden. Vroeger was je óf werknemer, óf zelfstandige, nu zijn carrières veel wisselender.’

‘Er is geen tsunami aan zzp’ers’

Een baan kan dus best een tussenstop zijn, niet per se iets wat je doet tot je pensioen. Vol­gens Spaninks lijkt het soms misschien of het leger zzp’ers heel erg gegroeid is, maar het aantal zelfstandigen dat fulltime als onderne­ mer aan de slag is, is volgens hem landelijk in twee decennia misschien hooguit verdubbeld. ‘Dat noem ik geen tsunami. De echte tsunami zit hem in de teloorgang van de vaste baan en de toename van tijdelijke arbeidscontracten, flexwerkers en nulurencontracten.’

Werkgever overbodig

Dat Lodewijk Asscher als minister van Sociale Zaken het liefst een maatschappij wil waar vaste contracten weer de norm zijn, is volgens Spaninks een achterhoedegevecht. ‘De wereld gaat een kant op waar mensen veel beter in staat zijn keuzes te maken hoe ze hun eigen leven en werk willen inrichten en harder opkomen voor het recht dat te doen.’

Adinda Akkermans is daar een typisch voorbeeld van. Zij werkt als schrijvend journalist en radiomaker en maakt verhalen in opdracht van omroepen of kranten maar heeft ook een collectief, Bureau Boven, waarmee ze zelf projecten opzet. ‘Soms wil je lang aan iets werken en er meer verdieping uit halen. Even niet afhankelijk zijn van je opdrachtgever, zelf de agenda bepalen en de regie houden.’

Dat laatste is volgens Spaninks een reden voor veel zzp’ers om ‘voor zichzelf’ te gaan werken. ‘Uit een onderzoek waarin naar millennials en hun loopbaan werd gekeken, bleek dat een groot deel geen enkele behoefte heeft aan een werkgever die zich over hem ontfermt. Loyaliteit aan een bedrijf vinden ze ook niet belangrijk. Wel willen ze bijdragen aan een bepaald doel.’

Als elke cappuccino telt

Toch lijken de zzp’ers een groot gedeelte van de stad te bevolken: loop op een willekeurige dag het Volkshotel binnen en zie de geconcentreerde gezichten in de buurt van een stopcontact of tel de werkbesprekingen bij een frappuccino van de Starbucks. Ook de vele flexkantoren als WeWork, Zoku, Spaces of Het Nieuwe Kantoor maken de zzp’ers zichtbaar aanwezig. Investeerders hebben deze mogelijkheid ontdekt, schrijft Herman Stil in het Parool. Nieuwe flexkantoren schieten als paddenstoelen uit de grond; er wordt zelfs gevreesd voor een nieuwe zeepbel in kantorenland.

Struikelen over de laptopsnoeren op weg naar je latte macchiato

En dan zijn er nog de MacBooks in elke vestiging van de Coffee Company. Soms laten passief-agressieve bordjes met ‘Laptoppers vinden we niet zo gezellig’ weten dat vijf uur lang naar je beeldscherm staren onder het genot van één cappuccino niet zo gewaardeerd wordt. Gary Feingold heeft niet zo’n moeite met de werkende Amsterdammers in zijn zaken: bij Gary’s Muffins en Gary’s Deli was hij gewend aan dit fenomeen. ‘Als iemand drie uur aan een tafeltje zit met één koffie wordt er vriendelijk iets van gezegd. Maar het hangt erg van af hoe lang iemand aan een tafeltje zit, of hij iets bestelt en vooral of iemand aardig is.’ In zijn nieuwe zaak, Belcampo in OBA de Hallen, is veel plek voor lezers en werkers. ‘Omdat ik 120 stoelen heb, is er altijd wel ruimte. Zolang laptoppers geen plek in nemen van iemand die wil lunchen, vind ik het prima. De bovenverdieping is langzamerhand een werkplek geworden waar de code of silence heerst; je hoort mensen echt “sh sh” zeggen als er lawaai wordt gemaakt.’

Eigen rekening

Waarom werken al die mensen toch graag voor zichzelf en niet ‘veilig’ voor een baas? Volgens Spaninks heeft het te maken met dromen waarin een bedrijf en een baas vooral belemmerende factoren zijn. ‘Ik denk dat het begint met het besef dat je iemand bent die iets kan en wil. Op zoek naar de beste manier om die kant van jou tot uitdrukking te brengen, is voor steeds meer mensen de oplossing om voor eigen rekening en risico te werken, zonder baas en zonder mensen in loondienst te nemen. Goddank is dat in Nederland relatief makkelijk te regelen en volgens mij moeten we daar ontzettend zuinig op zijn. Creativiteit maakt mensen namelijk gelukkig en combinaties tussen eigen gevoel, wensen en de markt mogelijk.’ Dat is niet alleen gunstig voor de zzp’er maar ook voor maatschappij volgens Spaninks. Het stelsel van sociale zekerheden is volgens hem een systeem uit de vorige eeuw en een maatschappij die al niet meer bestaat. ‘In een baan met sociale zekerheid en pensioen zit je in een cel met gecapitonneerde wanden; je kunt je niet bezeren maar je komt er ook niet uit.’

Het aantal zzp’ers is geen uiting van de hyperindividuele samenleving, want al die zelfstandigen gaan juist graag bij elkaar zitten. Een belangrijke speler daarin is de broedplaats. Gebouwen aan de rafelranden van de stad en voormalige kraakpanden ontwikkelen zich met subsidie van de gemeente tot bedrijfsgebouwen voor creatieven. Urban Resort heeft dertien van zulke projecten in de stad, Hilde van Wijk is daar verhuurcoördinator. ‘Juist als de economie weer aantrekt is er een enorme druk op ruimte. Via subsidie verleid je ontwikkelaars om maatschappelijk bewust te verhuren.’Humuslaag van creatieven

Dat is voor de stad interessant omdat in de broedplaatsen creatieven niet zoals in de flexkantoren of café’s toevallig samen aan een tafel zitten, maar op een vaste werkplek. Zo beginnen samenwerkingen en kan een creatief milieu ontstaan. Van Wijk: ‘Veel nieuwe huurders komen van kunstopleidingen en vormen samen een humuslaag in de stad voor jonge makers. Die zorgt voor economische, sociale en culturele waarde voor de stad.’ Volgens Van Wijk horen de bewoners van een broedplaats, veelal kunstenaars en creatievelingen, bij de stedelijke economie van nu. ‘De 1100 mensen die bij ons een ruimte huren zijn vaak minder gepolijste types.’

Wiel uitvinden

Ook op andere manieren wordt de samenwerking gezocht; vele freelancers zoeken elkaar op in collectieven. Nineties Productions is een samenwerkingsverband van theatermakers: drie zzp’ers werken voor hun eigen stichting. Samen maken ze muziektheatervoorstellingen, per project huren ze andere freelancers in voor de vormgeving, muziek of PR. Volgens Anne Maike Mertens van Nineties Productions zoeken ook collectieven elkaar weer op. Zij heeft met haar compagnons zelfs de Nacht van de Collectieven opgericht. ‘We waren nieuwsgierig naar de werkwijze van andere theatermakers. Er zijn zo veel talentvolle mensen die allemaal het wiel aan het uitvinden zijn zoals subsidie aanvragen of een zakelijk leider aanstellen. Tijdens die nacht hebben we ideeën uitgewisseld. Volgens mij is het typisch voor onze generatie om genereus te zijn met het delen van een projectplan of een begroting.’

Geen hyperindividuele samenleving, juist sociaal

De zzp’ers zijn met veel, maar een leger dat de stad overstroomt, kunnen we het niet noemen; het is vooral dat ze op zichtbare plekken in de stad te vinden zijn. De creatieve en eigenzinnige makers horen bij de stad en zoeken elkaar op wanneer dat nodig is, maar laten elkaar ook gemakkelijk weer los, op naar een volgende cappuccino. Deze freelancers, samenwerkend of niet, en al dan niet voorzien van sociale verzekeringen blijven zichzelf toch vaak zzp’er noemen. Hebben ze verdorie alles goed geregeld voor zichzelf, alleen een andere naam die beter de lading dekt, daar mag een freelance reclamemaker zich nog wel eens over buigen.

De laptopnomade

Anne Barnhoorn (34), scenarioschrijver

‘Ik kan me beter concentreren als er van alles om me heen gebeurt. Daarom zit ik vaak te werken in de Stadskantine, Hutspot, Coffee & Coconuts of Beter en Leuk. Ergonomisch totaal ruk natuurlijk maar thuis ga ik in bed zitten typen en dat is nog minder goed. Ik luister vaak dialogen of gesprekken af en kijk uit het raam als iemand iets geks doet. Ik zit ook regelmatig in het café bij bibliotheek De Hallen. Bovenin is het altijd heel stil, behalve toen er een ochtend iemand tegenover mij uitgebreid een grote zak noten begon te eten. Ik ging kapot van irritatie.’ ‘Soms loop ik natuurlijk wel eens met mijn ziel onder mijn arm en baal ik van de financiële onzekerheid of dat ik geen collega’s heb. Maar ik ben inmiddels al zo verzzp’t dat ik nooit meer iets anders kan; ik heb ooit les gegeven maar vond het al moeilijk om een keer in de week ergens om half tien te moeten zijn.’ ‘Soms als ik in een café over nieuwe filmprojecten zit te praten, schaam ik me. Ik ben bang dat anderen denken: “daar heb je weer zo’n semi-toffe zzp’er”.’

Foto: Iris Duvekot

De ondernemer

JAN-JELLE TEPPEMA (29), HEEFT EEN DRONE-FILMPRODUCTIEBEDRIJF VOOR HET VOLKSHOTEL OP DE WIBAUTSTRAAT

‘Vaak zit ik in het Volkshotel vanwege de relaxte sfeer. Een beetje druk is het wel, maar ik doe mijn oordoppen in en werk gewoon door. Ik wissel dit af met hotel The Hoxton en thuis. Samen met mijn zakenpartner heb ik FLYGUYS opgezet; wij maken shoots met drones voor lms, commercials en tv- programma’s. Ik ben nu mijn administratie aan het doen en e-mails aan het schrijven, maar we zijn vooral op sets aan het werk, dus een kantoor heb- ben we niet nodig. We zijn allebei zzp’er en vor- men samen een VOF. We hebben geen geld ge- leend maar met onze inkomsten stap voor stap alle investeringen kunnen doen die we nodig heb- ben. Inmiddels hebben we twee drones gekocht. Soms is het natuurlijk saai om geen collega’s te hebben, maar hier tussen alle werkende mensen heb ik toch het gevoel samen bezig te zijn. Op een werkplek als deze ontmoet je regelmatig mensen, dat leidt vaak tot interessante gesprek- ken. Het grote voordeel van zzp’en vind ik de vrijheid; ik kan sporten, werken en uitslapen wan- neer ik wil. Mijn week ziet er ook altijd anders uit, afhankelijk van wind, regen of zon die een shoot kan laten slagen of mislukken.’

De permanente interimmer

ROSA LOHMAN (27), VRIJWILLIGERS- COÖRDINATOR FESTIVALS BIJ DE NDSM-WERF

‘Ik vind het heel leuk om steeds op een andere plek terecht te komen waar ik nieuwe dingen leer en steeds ook weer doorga met mezelf ont- wikkelen. Ik ben vrijwilligerscoördinator of loca- tiemanager bij festivals als Oerol, IDFA, Fringe, het Magneet Festival en IFFR. Vaak werk ik dan een maand op redelijk normale kantoortijden, daarna werken we richting het festival als een gek naar die piek, om vervolgens twee weken vakantie te houden. Als ik daar tijd voor heb tenminste; in de zomer gaan de festivals vaak achter elkaar door.

Soms denk ik dat ik een rustiger baan moet ne- men met meer structuur, maar ik vind het lekker om op te gaan in de werkdruk. Ik wil kortom op deze manier blijven werken tenzij er iets op mijn pad komt dat ik echt heel leuk vind om lang te blijven doen. Als er druk op zit, word ik produc- tiever en heb ik een jn gevoel aan het einde van de dag. Overal waar ik ga werken wordt van mij verlangd dat ik zzp’er ben, dus dat ik een eenmanszaak heb, is meer ontstaan uit de vraag dan dat ik dat zelf graag wilde.’

Het collectief

SASKIA FRANKEN (53), MARTIJN BLOKLAND (47), SJOERD VAN HEUMEN (43) EN CHARLEY (9), VORMGEVERS EN KANTOORHOND IN HUN STUDIO IN NOORD

Van Heumen: ‘We zijn een collectief met allemaal onze eigen projecten, maar werken ook steeds meer samen. Klanten vinden het vaak prettig om hun opdracht bij een bureau neer te leggen, daarom zijn wij met zeven mensen Bureau Studio begonnen.’ Franken: ‘Ik vind het prettig dat je collega’s kunt laten meekijken naar jouw werk en kan horen hoe zij met hun klanten praten. En soms is het gewoon lekker om even stoom te kunnen afblazen.’ Blokland: ‘Ik heb het een half jaar vol gehouden om thuis te wer- ken, maar dan is de caissière bij de Albert Heijn je eerste aan- spraak van de dag.’
Van Heumen: ‘En hond Charley heeft natuurlijk een verbindende functie. Al laat alleen Saskia die uit.’
Franken: ‘Ik ben al twintig jaar zzp’er. Daarvoor werkte ik wel in loondienst, maar ik vind het heel saai om steeds hetzelfde blad te maken. Het is veel prettiger om eigen baas te zijn, waarschijn- lijk ben ik te eigenwijs of eigengereid voor iets anders.’ Blokland: ‘Ik wil niet verplicht worden om hier van negen tot half zes te zitten. Soms werk ik zestien uur op een dag en soms drie.’ Van Heumen: ‘Als je in een bedrijf werkt, heb je te maken met al dat politieke gedoe. Wij kiezen ervoor om met elkaar te werken als het uitkomt, maar het hoeft niet.’

Het freelancerskantoor

MICHIEL LANDEWEERD (38, LINKS), FOTOGRAAF EN FILMMAKEREN DARYL MULVIHILL (39, RECHTS), ARCHITECT EN DOCUMENTAIRE- MAKER IN HUN KANTOOR IN DE OPEN COOP

Landeweerd: ‘Ik heb wel een kantoor nodig, een plek waar ik me af kan sluiten en niet tus- sendoor de was ga doen.’
Mulvihill: ‘Ik vind het ook belangrijk om een kan- toor te hebben waar je je werk achter kunt laten. In dit gebouw werken ongeveer tachtig zzp’ers, wij zitten met zijn drieën op een kamer. Op de gang kom je dagelijks mensen tegen waarmee je een relatie opbouwt en met wie je ook regelma- tig samenwerkt.’

Landeweerd: ‘Ik vind het heel belangrijk om in mijn eigen tijd te bepalen welke werkzaamheden ik wil doen. Ik werk liever meer dan 40 uur per week voor mezelf dan 36 uur vast. De keer- zijde is dat ik op vakantie toch nog een camera- man aan het regelen ben voor een klant. Het lijkt me heerlijk als je na vijf uur geen zorgen meer aan je kop hebt en verantwoordelijkheid naar de baas door kunt schuiven.’

Mulvihill: ‘Ik heb als architect bij andere bureaus gewerkt maar ontslag genomen omdat ik mijn eigen opdrachten wil bepalen. Ik heb toen ook een master documentaire lm gedaan en werk nu vaak aan projecten in de openbare ruimte waar ik dan weer een lm bij maak.’

Veerle Corstens is thuis in de theaterwereld en observeert graag de straten en mensen van Amsterdam. Ze kon dat lang uiten in het Parool, maar richt zich nu meer en meer op grote interviews en verbreedde ook haar aandacht naar andere kranten en bladen. Won ooit de Studentenluis voor het beste interview en hoopt de volwassen versie nog eens in de wacht te slepen.