De Amsterdammer Richard (49) is jaren verslaafd geweest aan wit en bruin. Hij sliep op straat. Inmiddels werkt hij als gids bij Amsterdam Underground, een organisatie die daklozenwandelingen organiseert in Amsterdam. Het verhaal van Richard begon met coke. ‘Daar was ik jaren super verslaafd aan.’ Interview: Nicolline van der Spek; Foto: Merlijn Michon.

STEUN RO

‘Ik ben drummer en ook het optreden en alles eromheen ging beter op coke. Na een optreden sjouwde ik fluitend mijn drumstel naar driehoog. Tot ik heroïne ging gebruiken, de eerste keer kreeg ik het van een vriend. Ik was een week euforisch. Daarna heb ik het maanden niet gebruikt. Toen het een half jaar later uitging met mijn vriendin zat ik zo stuk dat ik het opnieuw wilde gebruiken. Ik had alleen geen idee waar ik dat spul kon kopen. Op de Wallen, dacht ik. Ik trok een lange regenjas aan en deed een hoed op. Er woonden twee jongens uit de band op de Wallen. Ik wilde dus absoluut niet herkend worden. Daar liep ik. En maar rondjes lopen, tot ik zeker wist: dít moet een dealer zijn. BAM, twintig jaar verslaafd.

Bij Magna Plaza lag het vol met slaapzakken. Daar ben ik gewoon tussen gaan liggen.

Snel geld

‘Later in mijn verslavingsgeschiedenis begon ik te zwerven. Ik wilde geld hebben, snel geld. Wat deed ik: mijn huis verhuren. Aan Spanjaarden en Amerikanen. Mijn huis zag er pico bello uit, tuin op het zuiden en zo. Ik vroeg vierhonderd euro per week. Dat was binnen twee dagen op. Kon ik nergens heen, want die mensen zaten in mijn huis. Een plan B had ik niet. Mijn plan was scoren. Bij Magna Plaza lag het vol met slaapzakken. Daar ben ik gewoon tussen gaan liggen. Ik deelde wel eerst wat uit. Goodwill kweken, dat is altijd handig, dan word je geaccepteerd. Later vond ik mijn eigen plekje, in de parkeergarage van het Waterlooplein onder de Stopera.’

Soms had je beet en vond je iets in een plantenbak.

Hoerenlopers

‘Ik vond het niks, op straat leven. Weet je wat het is? Na tweeën wordt het eenzaam in de stad. Dan loop je tussen de hoerenlopers. Alle dealers zijn vertrokken, met de laatste metro. Die jongens verstopten toen hun spullen hier in de binnenstad, omdat ze er niet mee gepakt wilden worden in de metro. Dan had je een heel zoekend publiek, dat tot half vijf ‘s ochtends bijna letterlijk over de straten kroop. En maar zoeken, zoeken, zoeken. Soms had je beet en vond je iets in een plantenbak.

Ze hadden me al een hele tijd in de smiezen, zeiden ze.

Jatten

‘Op een gegeven moment ging ik jatten. In opdracht. Daar was ik heel goed in. Dan ging ik met een tas naar de dvd-afdeling van de Bijenkorf. Een verdieping lager haalde ik die stripjes eraf. Die gooide ik weg. Liep ik zo naar buiten. Tot die ene keer.. Was er een stripje aan mijn voetzool blijven plakken. Het alarm ging af. Ik rennen, rennen! Op een gegeven moment kon ik niet meer. Ze hadden me al een hele tijd in de smiezen, zeiden ze, maar hadden nooit bewijs. Ik kwam gewoon overal mee weg. Ook bij mijn familie, terwijl ik alleen maar geld van ze wilde. Verschrikkelijk eigenlijk. Inmiddels ben ik bijna tien jaar clean. De muziek heeft me gered. Mijn drumstel. De jazz.”

Amsterdam Underground

is een initiatief van de Regenboog Groep en de enige non-profit aanbieder van daklozenwandelingen in Amsterdam. De gidsen zijn (ex-)daklozen. Ieder vertelt zijn of haar eigen verhaal langs een persoonlijke route. Meer informatie: www.amsterdamunderground.org

    Nicolline van der Spek (1965) is historica en freelance journalist. De onderwerpen die regelmatig terugkeren in haar werk zijn gezondheid, maatschappelijke kwesties en reizen.