Een stortvloed van reacties op de “restjesverwerking” van Beatrijs Ritsema. Want dat bordje van de buurvrouw is het resultaat van vrouwenhanden en generaties aan kennisoverdracht en cultuur.

STEUN RO

Een appje uit Irak. “Je hebt niet duidelijk gemaakt dat we het pannetje als eerste naar de buren brengen, nog voordat we zelf aan tafel gaan!”

Mijn reactie op Beatrijs Ritsema’s vreemde advies (hier terug te lezen) over Syrische gastvrijheid heeft veel losgemaakt. Zelf nam ze onder een stortvloed van kritiek in een gesprek met een redacteur van Trouw het woord ‘restjesverwerking’ terug.

Voor wie haar reactie niet heeft gelezen, dit is wat ze zei: “Het is in veel culturen normaal dat moeders uitgebreid de heerlijkste dingen koken, en dan is er altijd wat over. Die restjes zijn geen afval, het is juist overvloed, en daar deel je van. Dat heb ik dan restjesverwerking genoemd, maar het is nooit mijn bedoeling geweest om af te doen aan het mooie gebaar.”

Een mooi gebaar, maar dankbaarheid is niet nodig, zegt ze: “Ik vind dankbaarheid een groot woord voor een bord eten dat de buren langs brengen, tenzij de ontvanger uitgehongerd is. Het is net zoiets als wanneer de buren een bloemetje aanreiken voor een nieuwe bewoner. De ontvanger loopt dan niet over van dankbaarheid, maar vindt het gewoon aardig, een leuke geste, sympathiek.”

Proeve

Ik blijf het gevoel houden dat Ritsema niet helemaal begrijpt welke gevoelige snaar ze precies heeft geraakt. Hoe gevoelig die is zie ik aan de vele reacties die ook mijn stuk opriep op sociale media. Van mensen die vertellen na verblijf in het Midden-Oosten zelf hetzelfde te doen als de Syrische buurvrouw uit de vraag die Ritsema kreeg voorgelegd en waarmee het allemaal begon. Ze brengen een proeve van hun lekkerste gerechten liefst eerst even langs bij de buren.

En deze, van Samira Ahale, via Linkedin: “Zo vaak liep ik naar de buren. Marokkaanse dan, om Marokkaanse 1001-gaatjespannenkoeken te brengen, die van mijn moeder waren het lekkerst. Van de buren kregen we dan hun topgerecht. Een restje geef je nooit weg. De mooiste pannenkoeken gingen naar de buren, op het mooiste bord bedekt met de mooiste theedoek, die kwam van een aparte stapel waar niet mee werd afgedroogd. We hadden namelijk een hele stapel om vers brood mee te bedekken. Die theedoeken roken ook naar vers brood, ook al waren ze gewassen.”

“Het gaat om veel meer dan het eten zelf. De vrouw leert koken van haar moeder, en die van haar moeder en tantes… Wat gedeeld wordt komt uit een rijke bron die dieper gaat dan een bordje eten.”

Cultuur

Waarom roept dit soort eten zoveel emoties op? Toen ik er de afgelopen week met vriendinnen over sprak zag ik dat ook. Eten is leven, eten is liefde. Maar eten is ook cultuur. De cultuur van de keuken in het Midden-Oosten is hoogstaand en heeft een lange geschiedenis. Ook een geschiedenis van beïnvloeding. De briyani uit Irak heeft haar origine in India. Het feit dat hommous en baba ghanoush – om er maar een paar te noemen – geen landsgrenzen kennen, komt door de Byzantijnen, al hebben de Ottomanen ook het nodige bijgedragen aan het verspreiden ervan.

Eten is emotie. Als ik met een Koerdische vriendin over eten praat, deelt ze een warme herinnering over haar moeder of haar grootmoeder die haar heeft leren koken. Een vaak analfabete grootmoeder. Het was kennisoverdracht zonder dat er ergens iets genoteerd wordt, zonder dat er een kookboek is. Ik hoor over wedstrijdjes tussen zussen en tantes: wie maakt er de beste dolma’s? Ik herinner me een bezoek aan een familie, waar zussen gezellig in de achterkamer dolma’s zaten te vouwen van wijnbladeren. Eten is warmte, samenzijn, samen delen.

Als ik met een Griekse vriendin praat vertelt zij me over de keuken van haar overleden grootmoeder, die een eeuw geleden moest vluchten toen de Turken Smyrna (dat nu Izmir is) innamen. Een keuken met sterke invloeden van een eeuwenlang verblijf op wat nu Turkse grond is. Die daardoor vreemd werd gevonden op het Griekse vasteland, en nu langzaam verloren lijkt te gaan. Net als de Joden die in de jaren veertig en vijftig uit Irak wegvluchtten, hun gerechten meenamen, die daarmee voor de achterblijvers verloren gaan. Tenzij zij de kookboeken vonden die dochters en kleindochters er in de diaspora over volschreven.

Vrouwonvriendelijk

Een collega’s wees me erop dat de Arabische cultuur bepaald niet vrouwvriendelijk is, en dat eten klaarmaken voor het gezin daar typisch vrouwenwerk is. “Ik ben wel veel vrouwen tegengekomen die ik dezelfde vrijheid had gegund, die ik zelf heb. Die leden niet alleen onder culturele maar ook door in (familie) wetten vastgelegde ongelijkheden en onvrijheden,” zei Linda Otter via Facebook.

Daarin heeft ze gelijk. Op mijn Marokkaanse ex na die ieder weekeind in de keuken stond (maar dat was in Nederland) ben ik in de Arabische wereld nauwelijks mannen tegengekomen die kookten. Behalve in restaurants dan, want daar zijn het vaak juist geen vrouwen. Jonge mannen die in het buitenland gaan studeren, leren op aanwijzing van moeders en zussen vaak zelf hun favoriete gerechten te maken. Maar ze horen te trouwen, en daarna is hun vrouw de baas in de keuken. Een Arabische man die voor het eten van zijn gezin zorgt – dat kan niet. Dat hoort niet.

Dus moeten werkende vrouwen na hun werkdag vaak nog het eten op tafel zien te krijgen. Geen wonder dat de uit het Westen overgewaaide bezorgservices in korte tijd zo populair zijn geworden in veel Arabische landen. Ik moet denken aan de man die ik in het conservatieve Iraakse Falluja sprak, die vertelde hoe dankzij de gezinnen die voor ISIS naar Koerdistan waren gevlucht en na jaren teruggekeerd, gewoonten waren veranderd. Voorheen kwamen vrouwen en meisjes nauwelijks buiten, nu ging een heel gezin ’s avonds nog een snel hapje buiten de deur eten.

Trots

Het zijn de vrouwen die de eettradities in stand houden, die recepten doorgeven die vaak al generaties lang vrijwel onveranderd in de familie rondgaan. Vrouwen die de trots op hun keuken hooghouden. Die hun kinderen bijbrengen wat de waarde is van het voedsel, van de gerechten, van de cultuur ervan. Die hen leren hoe belangrijk het is om te delen, en hen daarom naar de buren sturen met een pannetje. Eten is hier veel meer dan alleen kauwen en doorslikken. Het is opvoeding, cultuur, trots, geschiedschrijving.

Ik geloof niet dat Beatrijs Ritsema zich helemaal realiseert wat ze heeft losgemaakt met haar iets te snel geschreven woorden. Dat ze er niet is, door het woord restjesverwerking terug te nemen. Dat ze een hele cultuur van generaties oude gerechten en het delen van voedsel onbegrepen terzijde heeft geschoven. Dat ze een belangrijk onderdeel van de vrouwencultuur uit het Midden-Oosten wegzet als onbelangrijk door het pannetje te vergelijken met een makkelijk gekocht bosje bloemen dat je nieuwe buren als welkomsgroet geeft.

Je krijgt in dat pannetje of op dat boordje van de buurvrouw niet alleen het beste deel van het vlees, de mooiste pannenkoeken, het lekkerste uit de pan. Je krijgt het beste resultaat van haar arbeid. Van de kennisoverdracht tussen moeders en dochters, van generaties van smaken en geuren. Je bent even onderdeel van een eeuwenoude cultuur. Een trotse, rijke cultuur. Niets is vanzelfsprekend. Dankbaarheid is dan toch wel het minste dat je daarvoor mag laten blijken.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten