Libanezen zijn woedend op hun corrupte politici die een ware bom jarenlang naast hun woongebieden lieten liggen. Woedend en wanhopig prefereren duizenden zelfs een tijdelijk mandaat van vroegere kolonisator Frankrijk.

STEUN RO

‘Vandaag rouwen we, morgen ruimen we op en overmorgen hangen we ze op,’ haalt collega Kim Ghattas burgers in Beirut aan, nadat de enorme explosie deze week een deel van hun stad verwoestte.

‘Help ons! Maar geef niet aan de overheid!’ kreeg de Franse president Macron te horen toen hij twee dagen na de ramp omstuwd door Beiruters door een van de meest geraakte wijken liep.  Waar hij luisterde en zelfs mensen omhelsde, liet de Libanese regering het afweten. Het opruimwerk kwam op het conto van bewoners en vrijwilligers, die zelfs uit andere steden kwamen. Geen overheidsdienst te zien.

Misschien waren de ministers en ambtenaren bang voor de woede van de Libanezen. De onderwijsminister die na drie dagen zijn gezicht liet zien, werd uitgejouwd en weggestuurd. Libanezen zijn de jarenlange corruptie, nalatigheid en zelfverrijking helemaal zat. Daarom waren er vorig najaar al massale protesten, die echter vanwege de coronacrisis doodbloedden. Libanon zit in een grote economische crisis, waarbij de koers van het Libanese pond gekelderd is en de armoede enorm gestegen. De banken – rijk dankzij zowel het geld van de Libanese diaspora als het gesjoemel als het feit dat het hele Midden-Oosten in Libanon bankiert – gaan bijna kopje onder.

Rust

Ik hou van Beirut. Libanon had het land van mijn pensioen moeten worden. Ik kwam er vaak, op zoek naar wat rust na het berichtgeven over het geweld in Irak. Ik schreef er enkele boeken. Kreeg er ook vrienden, waaronder die ene vriendin die me vertelde over de burgeroorlog (1975-1990) waarin ze opgroeide. Over de haat tussen groepen en milities en de gevolgen ervan voor burgers. Haar respect en liefde voor het Libanese leger, dat boven de ruziënde groepen stond.

Als ze me vertelde hoe ze deels te voet van thuis in Batroon naar de universiteit in Beiroet ging, en het risico van de controleposten die ze moest passeren, dan dacht ik aan Irak waar zowel ISIS als de sjiitische milities posten opzetten en bemanden. Als ze vertelde over de wraakacties die tegen haar vader waren gericht omdat hij tot een bepaalde partij hoorde, hoe ze moesten vluchten en hij moest onderduiken, dan herinnerde ik me de burgeroorlog in Irak van 2005 en 2006 waar sjiieten soennieten vermoordden en omgekeerd.

De Libanese burgeroorlog had een groot deel van Beirut verwoest, en ik was blij dat er bij ieder bezoek weer minder littekens zichtbaar waren. Het centrum werd herbouwd in de oude stijl – voor te veel geld, en te luxueus, maar het gebeurde. Kapotgeschoten historische gebouwen werden gerestaureerd. Het skelet van het Holiday Inn Hotel bleef echter staan, als symbool van een strijd tussen Libanezen die nooit meer mocht gebeuren. Ondanks de kogelgaten die bleven, herleefde Beirut en werd weer de parel aan de Middellandse Zee. Velen spraken over de weerbaarheid van de Libanezen, en vergeleken het land met een Phoenix die herrijst uit de as.

Misbruik

Die weerbaarheid en overlevingsdrang ken ik ook uit Irak. Net als de trauma’s, die een slechte basis zijn om een land op te bouwen. En de manier waarop politici misbruik maken van de situatie.

Net als Irak in 2003, kreeg Libanon al eerder een politiek akkoord dat de macht verdeelde op basis van religie en etniciteit. Het was een keurslijf, waarin soennieten, sjiieten en christenen elk hun percentage aan zetels in het parlement kregen. Waarin de president een christen is, de premier een soenniet en de parlementsvoorzitter een sjiiet. Waarmee (net als in Irak) de basis werd gelegd voor vriendjespolitiek en corruptie, waarbij politici te druk zijn met het afromen en verdelen van de poet om zich bezig te houden met hun verarmende bevolking. En o ja, die president die toch zijn geboorteplaats herbouwt – dat vooral het voortrekken van zijn eigen mensen ten koste van anderen.

Rechteloosheid wordt een steeds groter probleem. Aangezien geen van de politici zich heeft hoeven te verantwoorden of gestraft is voor de misdaden tijdens de burgeroorlog, voelen zij zich onaantastbaar. De huidige Libanese premier Michel Aoun heeft vanwege zijn foute beslissingen en misdaden in de burgeroorlog vijftien jaar in ballingschap in Frankrijk gewoond – maar kon in 2016 toch president worden zonder ooit berecht te zijn.

En hij is niet de enige: geen van de krijgsheren van toen zijn vervolgd. Toen de nadruk kwam te liggen op wederopbouw, wisten ze zichzelf amnestie toe te kennen. Vervolging zou alleen maar oude wonden openrijten, of zelfs nieuw geweld veroorzaken, niet?

Parallel

Ik trek een parallel met de opmars van ISIS in Irak, waarvoor de toenmalige Iraakse premier Nouri al-Maliki grote verantwoordelijkheid droeg. Hij wilde Mosul een lesje leren, en stortte zijn land in een bloedige bezetting en oorlog – een van de grootste rampen uit de recente Iraakse geschiedenis. Na een onderzoek van een parlementaire commissie is hij schuldig bevonden, maar nooit berecht. Hij is nog steeds een belangrijke politieke speler in Bagdad.

Hem is vooral (misdadige) nalatigheid verweten: niet luisteren naar advies, niet op tijd ingrijpen. Komt u dat bekend voor? Want dat is exact wat de Libanezen hun machthebbers nu verwijten. De ammonium nitraat die voor de enorme explosie zorgde, lag al zes jaar opgeslagen in de haven van Beirut. Bezorgde havenautoriteiten hebben meermaals vergeefs geprobeerd toestemming te krijgen het weg te halen. Opeenvolgende regeringen wisten ervan af, maar negeerden het gevaar.

Nalatigheid: er zijn voorbeelden te over. De vuilniscrisis van een paar jaar geleden in Libanon: politici lieten na om voldoende vuilverwerkingscapaciteit te creëren. De recente bosbranden: politici vergaten ervoor te zorgen dat de blushelikopters die bezorgde burgers hadden aangeschaft, werden onderhouden.

Draaien

Dat Libanon ondanks alles toch bleef draaien, komt door de burgers. Die ik leerde kennen als meelevend, (soms te) nieuwsgierig en altijd bereid tot hulp. Ervaringen met (ex-)politici zijn echter vooral negatief vanwege onbetrouwbaarheid, manipulatie en zakkenvullerij.

Zich maar al te goed hiervan bewust eisen Libanezen nu een onafhankelijk, buitenlands onderzoek naar de explosie. Politici zien de bui hangen, en hebben eerste arrestaties verricht onder zestien werknemers en hun bazen bij de havenautoriteiten. Ze gaan opnieuw proberen zelf uit de wind te blijven. Om tegen de wil van veel Libanezen in, het voor hen zo profijtelijke politieke systeem overeind te houden. Velen menen dat pas als de oude garde van het pluche verdwijnt, Libanon weer kan opkrabbelen.

Ik ben geneigd ze gelijk te geven, als je ziet dat onderhandelingen over een noodpakket met het IMF recent doodliepen omdat politici daaraan de verbonden en noodzakelijke hervormingen weigerden. Overigens beloofde Macron met de Libanese politici te gaan praten over zijn voorstel voor een nieuw politiek pact, dat het huidige zou moeten vervangen.

Verandering

De grote vraag is of de ramp echte verandering brengt. Is de woede van de Libanezen groot genoeg, en overstijgt ze de religieuze scheidslijnen? Sturen ze eindelijk hun corrupte politici naar huis, en zeker zo belangrijk: slagen ze erin om het sjiitische Hezbollah dat zich in de macht heeft weten de manoeuvreren, er weer uit te duwen? Veel Libanezen zweren dat ze het niet meer pikken. Dat er genoeg bloed is gevloeid. Genoeg geleden. Genoeg verwoest. Dat de daders zullen hangen.

Ze zijn zo woedend en wanhopig, dat een petitie om Libanon de komende tien jaar onder mandaat van Frankrijk te plaatsen (net als tussen 1920 en 1945), in een paar dagen 60.000 handtekeningen vergaarde.

Het is de wil van een volk tegenover die van haar machthebbers. Een ongelijke strijd waar het hele Midden-Oosten met spanning naar zal kijken. Want als de Libanezen het kunnen, misschien kunnen anderen het dan ook wel. Zelfs al zouden de LIbanezen het op een manier doen die voor veel Arabieren tot voor kort onverteerbaar was: met hulp van een vroegere koloniale macht.

Mijn boek Geweld is nooit ver weg. Tien jaar berichten uit Irak is verkrijgbaar bij de boekhandel in Nederland en België (ook als e-boek).

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten