Het grote succesnummer van het openbaar vervoer bestaat uit een achtpersoons busje met een vrijwilliger aan het stuur. Buurtbussen zijn booming. Ze houden plekken bereikbaar die door de reguliere vervoerders zijn opgegeven. De buurtbus lijkt de reddende engel in krimpgebieden en ander dunbevolkt plattelandsgebied. Maar een buurtbuslijn stamp je niet zomaar uit de grond.

STEUN RO

Op het busstation van IJsselstein staat lijn 505 klaar om te vertrekken. De bestemming is Woerden, de route loopt via een stel uitermate charmante Groene Hart-dorpen. De chauffeur, een vrolijke zestiger, helpt een oude dame met een zware boodschappentas. Twee scholieren halen hun passen langs de chipautomaat. "Anders hadden we nu nog acht kilometer moeten fietsen," vertellen ze. Terwijl de grijze regenwolken zich samenpakken, draait de buurtbus soepel de smalle plattelandsweg naar Lopik op.

Kleine dorpen

Nu de randen van Nederland langzamerhand leger worden, wordt het steeds duurder om daar voorzieningen overeind te houden. Na de kapper, de supermarkt en de basisschool verdwijnt de bushalte. Het zijn vaak kleine dorpen met een beperkte vervoersvraag: gezinnen hebben twee auto's, scholieren gaan met de fiets. Voor de laatste twee passagiers kan het niet uit om een voertuig met 48 zitplaatsen en een betaalde chauffeur langs te sturen. Veel buurtbussen rijden op plekken waar ooit een reguliere bus reed. De buurtbus is goedkoop en wordt door de gemeenschap gedragen; de ideale oplossing bij gebrek aan openbaar vervoer. Ze functioneren zo goed, dat het aantal reizigers jaarlijks groeit. Kom daar maar eens om in het reguliere busvervoer. Bovendien is de buurtbus, gerund door een groep vrijwilligers, natuurlijk het toppunt van de zo gewenste burgerparticipatie.

vanWijk_Buurtbusinstappen

Vrijwilligersbbq

Er zijn zo'n 180 buurtbuslijnen in Nederland en dat aantal stijgt jaarlijks. Aan het stuur zitten vrijwilligers, de busjes zijn zo klein dat ze met een B-rijbewijs bestuurd mogen worden. Het busje zelf wordt geleverd door de regionale vervoerder, die ook voor het onderhoud zorgt. Daardoor blijven ook de subsidiekosten voor de provincie of stadsregio laag. Elke buurtbuslijn wordt gerund door een buurtbusvereniging. Die zorgt voor het inroosteren van de chauffeurs, in overleg met de lokale overheid de dienstregeling samenstelt en voor de onvermijdelijke vrijwilligersbarbeque. Bij veel buurtbusverenigingen, ook bij lijn 505, zijn wachtlijsten om chauffeur te mogen worden. Het is een mooie klus: een paar uur per week mensen rondrijden, altijd aanspraak, veel bekenden en oude dametjes die blij worden als je hun tas de bus in tilt.

Bij veel buurtbusverenigingen, ook bij lijn 505, zijn wachtlijsten om chauffeur te mogen worden

Lokaal product

Veel buurtbuschauffeurs zijn met pensioen, maar willen graag nog wat nuttigs doen voor de samenleving. Ze voelen zich betrokken bij hun omgeving en bij hun passagiers. Vaak kennen ze die ook, omdat ze elke week dezelfde passagiers zien, of gewoon uit hun eigen dorp. Dat maakt het makkelijk om service, zoals helpen met uitstappen, te verlenen. 'Gewone' buschauffeurs hoeven dat zelden te doen. Er gaan genoeg verhalen rond over buurtbuschauffeurs die nog een stapje verder gaan in een dienstverlening, en de zware tas dragen tot de deur van de bejaardenflat. Officieel mogen ze dat niet, maar zo lang er op tijd gereden wordt, zullen opdrachtgevers een oogje dichtknijpen. Dat op tijd rijden gaat vaak prima. Een buurtbuschauffeur die z'n passagiers een belangrijke afspraak laat missen, is bij de volgende dorpsverjaardag de suffe buurtbuschauffeur.

Veel buurtbuslijnen zijn op initiatief van de dorpsbewoners opgericht. Zij waren zelf het gebrek aan vervoer zat, en dienden een aanvraag voor een bus in bij de lokale overheid. Lijn 505 is een uitzondering; die begon met een advertentie in de lokale krant waarin de provincie Zuid-Holland naar chauffeurs en een verenigingsbestuur zocht.

Bezuinigingsdroom

De buurtbus lijkt de bezuinigingsdroom van elke ambtenaar: je gooit de reguliere bus er uit en plaatst een advertentie voor een clubje chauffeurs. Zo simpel is het niet. Juist omdat een buurtbus gedragen wordt door de lokale bevolking, is het moeilijk om een buurtbus van boven af aan de bevolking op te leggen. In IJsselstein lukte het met een krantenadvertentie, maar vaak gaat de start moeizamer. De mogelijkheden van de buurtbus zijn relatief onbekend bij kleine dorpen en hun inwoners, maar vaak ook nog bij gemeenten. Dorpen die een buslijn willen kloppen vaak bij de gemeente aan, die lang niet altijd de juiste weg naar de subsidiepot bij de provincie weet. Zo ontstaan moeizame discussies tussen dorpen die een vorm van vervoer willen, met overheden die roepen dat zoiets te veel geld kost.

Maar het komt ook voor dat dorpen helemaal niet zitten te wachten op een buurtbus die door een ambtenaar bedacht is. Ze zijn bang om de laatste overgebleven voorzieningen te verliezen als het makkelijker wordt om het dorp uit te komen. Stel je voor dat de dorpsbewoners voortaan de bus pakken om in de grote supermarkt boodschappen te doen. Dat is de doodsteek voor de winkel! Zo'n winkel lijdt waarschijnlijk een kwijnend bestaan, omdat de inwoners met de auto naar de supermarkt in de stad rijden, maar zoiets speelt geen rol in dergelijke discussies. Voor beleidsmakers zit er dan vaak niets anders op dan wachten tot de dorpswinkel failliet is, zodat ze een nieuwe poging kunnen doen.

Elk jaar komen er een paar buurtbuslijnen bij, zelden stopt er eentje

Niet alle provincies en stadsregio's, de opdrachtgevers van het openbaar vervoer en dus ook van de buurtbuslijnen, zijn even fanatiek in het stimuleren van nieuwe buurtbuslijnen. Dat werkt verschillen in de hand. Zo telt Noord-Brabant bijna vijftig buurtbuslijnen, terwijl dat er in Limburg nog geen tien zijn.

vanWij_Buurtbus

Een buurtbus is niet automatisch het antwoord als het reguliere openbaar vervoer wegens te weinig passagiers wordt wegbezuinigd. Toch werkt de bezuinigingsdroom, ondanks alle beren op de weg. Elk jaar komen er een paar buurtbuslijnen bij, zelden stopt er eentje.

Lijn 505 kronkelt ondertussen Woerden in. Een passagier uit Polsbroek stapt uit bij het ziekenhuis, een dame uit Vlist rijdt mee tot het station. De chauffeur mag daar omdraaien, terug naar IJsselstein. Hij heeft er zin in.

Karolien van Wijk wilde journalist worden, maar studeerde Sociale Geografie en dook daarna de wereld van verkeer en vervoer in. Met die vakkennis op zak kun je bij nader inzien ook schrijven. Ze schrijft voor vakbladen, kent het wereldje en pakt nog steeds met plezier de trein naar Winschoten.