We leven in een tijd waarin kinderen transgender mogen zijn. Jongens zich vrouwelijk mogen gedragen, vrouwelijk kleden. Stoere mannelijke eigenschappen voor meisjes gezien wordt als echt helemaal goed. Het begrip genderneutraal burgert in. Bij de HEMA bestaan geen jongens of meisjeskleren meer. Je bent op de afdeling voor kinderen algemeen. Genderneutraal zou helpen om problemen met genderbeleving te voorkomen. Maar wat met die mensen die juist bewust tot een bestaand gender (willen gaan) behoren en daarin hopen zichzelf te ervaren?

STEUN RO

Die vraag klinkt u als lezer vast vreemd in de oren. Wie nog niet in een gender past en geen keuze kan maken noemt zich non- binair (1).

In dit artikel schrijf ik op open wijze over aspecten van de anti – jongen opvoeding die ik onderging.  En de desastreuze gevolgen ervan. Om te tonen, welk gevaar er schuilt in opgelegde veranderingen als het om gender gaat. Daarin is duidelijk, dat van buitenaf opgelegde normen een groot gevaar kunnen vormen als het gaat om het krijgen van (gender) identiteit. Maar ook, hoe een veranderende kijk op gender de genderproblematiek in bijzondere gevallen juist kan vergroten.

Hokjes en vakjes- identiteit

Gender is een issue in de samenleving, voor de politiek, voor organisaties, voor de GGZ. Genderidentiteit is de afgelopen jaren meer en meer een begrip in de politiek van VWS. Volgens de site holebi.nl bestaan er maar liefst 15 soorten geaccepteerde seksuele geaardheden en 11 genderidentiteiten. (2) VWS steunt het allemaal. Iedereen moet immers zichzelf kunnen zijn. Zolang je in deze zesentwintig hokjes en vakjes past willen ze je graag steunen, erkennen en accepteren. Maar o wee als je niet precies in het juiste identiteit en gender -hokje past.  Dan telt de genderproblematiek niet en heb je zelfs geen recht op hulp.

Met ingewikkelde genderproblemen die symptomatisch vrijwel overeenkomen met die van transgenders maar niet tot genderverandering leidt, kun je zelfs bij de genderpoli van de VU in Amsterdam niet terecht. Word je afgewezen. Rücktsichlos.  

Wie niet past is niet gezien!

Genderproblematiek kan ontstaan door allerlei omstandigheden. Het is bekend dat veel transgenders in hun jeugd vaak trauma’s meemaakten (3).  De opvoedingsstijl, sociale isolatie, afwijzing van gevoelens, en diverse andere trauma’s vormen vaak een deel van de omstandigheden waarin zij opgroeiden en de problemen met gender ontstonden. De problemen van transgenders worden gelukkig nu erkend.

Door bijzondere jeugdtrauma’s kunnen echter genderproblemen ontstaan die niet erkend en niet geaccepteerd worden.  Het o zo progressieve beleid om eigen identiteit te ontdekken en te mogen ervaren zoals we kennen van bijvoorbeeld iedereen is anders punt nl en de diversiteit – fabriek van VWS, blijkt zich dan juist grof discriminerend te gedragen.

Welkom bij de ontdekking van jouw identiteit! O, is het toch nog anders dan wij erkennen? Tot nooit meer dan. We willen niets met jou te maken hebben, voor ons besta je niet. Je bent vast niet normaal.

Niet normaal

Wat is niet normaal? Zeg het maar. Zeventig jaar geleden waren homo’s en lesbiennes niet normaal. Dertig jaar geleden vond men transgender iets dat volledig gestoord was.  Tien jaar daarvoor speelde de politie nog sadistische spelletjes met opgepakte travestieten. De emancipatie van transgendermensen verliep erna gelukkig gestaag door. Psychiaters namen het voor ze op. Het menselijke van ‘anders zijn ‘werd erkend. Het drong door dat transgenders gewoon mensen zijn met eigen gevoel en beleving. Mensen als u en ik, die een menswaardig bestaan wilden hebben in onze samenleving. Zich moesten kunnen uiten en voelen in identiteit zoals zij dat wensten.

Ze kregen een warm welkom onder de vrolijke regenboogvlag van de LHB-gemeenschap die zichzelf ook emancipeerde en zo werd verrijkt met de letter T. Zo konden transgenders zich ontwikkelen tot een gemeenschap waarin ze tenminste zichzelf mochten zijn. En VWS zag dat, nam de taak op zich voor de broodnodige acceptatie en emancipatie.  Sprong voor ze in de bres. Er kwam beleid. Het beleid breidde zich uit.  Er kwamen hulp en steunpunten voor transgenders. Discriminatie van transgenders is eindelijk officieel bij wet verboden. Geweld tegen transgenders wordt niet meer geaccepteerd.

De media berichten over transgenders en er ontstaat vulgarisatie. We gaan het gewoon vinden. Dat gaat veel verder dan acceptatie, waarin nog een soort afstand zit. We leven mee met hun noden, met hun gediscrimineerd worden. Met het geweld dat hen overkomt.  Hoewel de emancipatie er nog lang niet is, is er al veel verbeterd.  Mensen die eerst een moeizaam leven leidden, weggedrukt uit de samenleving, met hoon, agressie of zelfs geweld werden benaderd, worden gelukkig eindelijk geaccepteerd. Een overwinning.

Acceptatie nu

De acceptatie en emancipatie van transgenders verlegde zich naar jeugdigen, naar kinderen. Naar steeds jongere kinderen.  Ook hier blijken vaak jeugdtrauma’s een rol te spelen. Het is in het algemeen goed dat er aandacht is voor hoe anders kinderen zich kunnen voelen. Zich niet in hun gender thuis voelen, anders gezien en behandeld willen worden. Hoewel voor mij als kind transgender een nachtmerrie was, ben ik persoonlijk blij met de aandacht voor deze kinderen die zich in het andere geslacht voelen of lijken te voelen. Elk kind moet zichzelf kunnen zijn.

We kunnen er nu over lezen.  Er is voor hen (beperkt) specialistische hulp. Psychiaters verdiepen zich, er ontstaat vakliteratuur, voorlichting. Daardoor verandert ook het beeld dat we krijgen over hoe we mogen omgaan met kinderen. Een jongen als meisje opvoeden is ineens geen schande meer, geen kindermishandeling. Het is gewoon een keuze.

Een jongen meisjeskleren aantrekken vinden we nu al vrij normaal. De HEMA kent gender- neutrale kleding en het kan gebeuren dat buurkinderen M/V elkaar in dezelfde kleren zien lopen.

Kinderen die zich in het andere geslacht voelen, het kan inmiddels. Ze krijgen begrip en steun, psychische hulp. Erkenning. Het past in het nieuwe denken. Wie jongens nu opzettelijk weghoudt van alle andere jongens wordt niet meer gezien als slecht: er bestaan feitelijk toch geen jongens en meisjes meer? De denkbeelden veranderen. Alles wordt een keuze.

Gek

Het past allemaal in de denkbeelden die we nu normaal vinden. Maar wie hier nu buiten valt, zit nog exact in dezelfde periode waarin transgenders en homo’s zich vijftig, zestig jaar geleden in bevonden. Toen werden volwassenen en kinderen die zich transgender voelden ook vanuit de overheid voor gek uitgemaakt en niemand die ook maar omkeek naar hun noden, integendeel.

Wie nu niet normaal wordt gevonden, wordt weggehoond, genegeerd, gediscrimineerd, met agressie en geweld benaderd. Ik maakte dat allemaal mee.  En zo normaal als transgender voor kinderen nu is in de GGZ, zo beschouwd de GGZ mensen die nu afwijken van de standaard genderproblematiek als gestoord, gek. Wie voor gek wordt uitgemaakt gaat zeventig jaar of langer terug in de tijd als het gaat om acceptatie, meedoen en begrip krijgen.

Omdat wat normaal wordt gevonden wordt bepaald door wat men nu wil accepteren en emanciperen. Ineens is belangrijk welke jeugdtrauma’s nu wel of niet tellen bij een genderproblematiek. Wie daarbij (gedwongen) ervaringen opdeed die niet pasten, hoort er niet bij, die is gek.  Want ja, wat anders is, is gek.  En wie gek is, is gewoon altijd gek?

Niet normaal, nooit normaal

Eens een gek altijd een gek gaat echter niet op. Homoseksualiteit en transgender werden lange tijd voor zware psychiatrische stoornissen aangezien. Elektroshocks. Gevangenisstraf. Het Sodom en Gomorra van de moderne tijd. Inmiddels weten we beter.

Wie jeugdtrauma’s meemaakt in een niet – normale opvoeding, kan met gevolgen komen te zitten, die niet erkend worden.  Omdat die gevolgen niet normaal zijn. En toch. Het niet -normaal van de opvoeding van toen is een beetje het normaal van nu aan het worden.

Ik groeide op in een opvoedingssituatie van zwaar gestoorde mensen, speciaal geselecteerd door de kinderbescherming. Onderging mijn jeugd lang een verkapte vorm van een gewelddadige, repressieve anti – jongen opvoeding.  Uiteindelijk redde ik het niet, mijn ‘zelf’ als kind, inclusief gender, is in een periode van bijna 14 jaar als kind volledig afgebroken.

Het Schadefonds erkent weliswaar de extreme traumatisering, de langdurige psychische martelingen.  Erkent de hoogste letselschade- categorie. Maar binnen de psychiatrie bestaat geen enkele erkenning. Integendeel, de gevolgen worden gemakkelijk afgedaan als behorende bij een dissociatieve identiteit, zodat geen hulp nodig is. Geen enkele organisatie in ons land neemt de gevolgen van een opvoeding tegen het eigen geslacht serieus. Het is ook daarom, dat ik dit artikel zelf moest schrijven. In de hoop dat geen kind in de wereld dit ooit hoeft mee te maken.

Meisjeskleren

Als kind van een jaar of zes schaamde ik me dood toen ik op een keer onverwacht meisjeskleren aan moest. Ze trokken mij kleren aan van een meisje. Echt iets met roze en een jurkje.  En dan moest ik ermee over straat. Ik weet dat ongekend goed. Ik huilde, jammerde. Die keer noemden ze mij gewoon een meisje.  Lieten mij in een voor mij als kind hopeloze situatie. Het mag lijken alsof meisjeskleren voor een jongen niks doen, het deed iets vreselijks in mij.

Het was niet eens het eerste gevoel dat ik kreeg over de afwijzing van mijn lichaam als jongen.  Mijn lichaam is van kleins af aan gehaat. Ze wilden liefst meisjes. Maar namen jongens.  Kwamen erachter dat ze die niet wilden. Soms lieten ze het openlijk merken. Maar helaas, hoe maakte je het gender ongedaan?

Antigender geweld

Het psychische en fysieke geweld richtte zich op de primaire geslachtskenmerken, het lichaam, gedrag en kleding. Hun hele “opvoeding” focuste zich erop. Mijn lichaam werd continu gehaat. Het begin van een totalitaire anti- jongen opvoeding, die nog in bed doorging. Nergens, was ik veilig, behalve buiten in het bos. Ik verzette mij in mijzelf nog tegen, maar faalde. Ik leerde geen jongen te zijn.

Toch speelde ik nog wel met autootjes, blokken. Jongensdingen. Maar genderneutraal speelgoed is helemaal niet het issue als het gaat om identiteit. Genderidentiteit hangt niet af van speelgoed, maar van identificatie. Van rolmodellen en oprecht beleefde relaties.  Want als zeven, achtjarige kwam ik al niet meer mee. Sociaal raakte ik volledig afgesloten. Alle contacten met kinderen waren onder dreiging met veel geweld verboden. Hoewel, nog enkele uren per jaar mocht ik spelen met een klein jongetje. Hij was mijn enige werkelijke contact in mijn hele jeugd.

Het werd erger. Het anti – gender geweld vond niet alleen meer plaats in bed, maar ook gedurende diverse andere straffen.  Er werd ronduit gezegd dat ik geen jongen was. Maar een meisje noemde ze me niet.

Er ontstond een schemergebied, waarin ze me enerzijds afwezen en dag en nacht bestreden als jongen, maar niet spraken over meisjes. Al werd ik wel vaak minachtend een ‘mietje’ genoemd Alle mijn nog spontane jongensgedrag werd met fysiek geweld onderdrukt. Ik ervoer mijn lichaam niet meer als mannelijk, als jongen. Niet mannen, maar jongens werden bijna automatisch het voorbeeld voor mannelijk. Zij werden voor mij een nieuw gender. Het licht ging letterlijk en figuurlijk uit. Er bestond geen tijd meer.

Opgesloten in een donkere schuur wachtte ik steeds opnieuw op castratie. Er werd precies getoond hoe dat zou gebeuren, met messen. Een mevrouw van jeugdzorg zou het samen met de dokter of in het ziekenhuis uitvoeren. Bloederig, vertelden zee.

Meisjeskleding voor jongens

Ze pestten mij toen ik een jaar of tien was opzettelijk met roze en meer en meer vrouwelijke kleding. Witte kant-bloesjes (met van die ronde uitsteeksels), lila en paars velours truien droeg ik naar school, bloesjes met bloemetjes.  Meisjeskleding, kleren uit een schemergebied, maar nooit uitgesproken jongenskleding. De vrouwelijke kinderkleding was eigenlijk bestemd voor de bazaar van de kerk.  Op de middelbare school pestten kinderen mij ermee. In perioden werd ik dagelijks uitgescholden. Vermeden mij. Er bestond nooit enig echt contact tussen mij en medeleerlingen, het was verboden. Met volwassenen was ook nooit enig contact.

Op een dag werd ik naar de woonkamer geroepen. Zag ik mijn broer staan in meisjeskleren.  Een bloemetjesblouse.  Allemaal schuifjes in zijn haar. Hij moest heen en weer lopen, zich showen als meisje. Hij bloosde. Schaamde zich verrot. Hij moest roepen dat hij een meisje was. Ik hoorde ze het tegen hem zeggen: “Wat ben jij?”  “Een meisje.” “Luider!” “Een meisje!” Tot hij het bleef uitroepen.  Ze vernederden hem lang. Hij onderging het. Ik moest toekijken. Hij zag er belachelijk uit. Ik zag er ook belachelijk uit.

Bedreiging met genderloosheid 

Genderidentiteit werd ongemerkt en vooral ongewild het grootste issue in mijn leven. Een levensthema, waaruit niet te ontsnappen viel, wat nooit meer goed kon komen. Wat dagelijks, levenslang terugkeerde. Waarvoor geen enkel begrip of hulp voor bestaat.

Een niet erkende non –binaire identiteit die zich nog moet vormen. Gebaseerd op mannelijkheid van jongens. Niet gebaseerd op seksualiteit, – juist niet -maar op beleving van identiteit. Ik wilde niet genderloos, genderneutraal of meisje worden, maar alleen maar een jongen. Ik faalde volledig tegenover alle jongens op aarde. Niemand beseft wat zoiets betekent.  De psychiatrie kent en erkent het niet: jongen als apart gender. Je bent gewoon gek.

Identiteit of gender?

Maar ik wist, dat ik vanaf ik een jaar of elf was, een jongen wilde worden, niets anders. Jongensgedrag en jongenskleding werd ongemerkt mysterieus. Jongens- identiteit een ideaal. Jongens werden het andere, onbereikbare gender.  Het had met alles tegelijk te maken: met gender en identiteit. Met lichaam, kleding, gedrag en beleving, hoe anderen mij kennelijk zagen. Ongemerkt kreeg ik vrijwel alle symptomen van transgenders, terwijl van geslacht veranderen mijn grootste nachtmerrie was.

Een leven, waarin je na je jeugd op zoek moet gaan naar identiteit die gebaseerd is op jongens is een waardeloos rotleven. Gelukkig ontwikkelde ik als kind een dissociatieve identiteitsstoornis, zodat alles in korte perioden kan verdwijnen. Tot er een trigger komt en alles weer boven brengt.

Aspecten

Mijn verhaal is totaal niet gangbaar, niet algemeen. Dat besef ik. Maar diverse aspecten wijzen erop dat op kunstmatige wijze van buitenaf ingrijpen op de natuurlijke genderontwikkeling (lichamelijk, emotioneel en sociaal) voor kinderen grote problemen kan geven. Problemen die de rest van het leven blijven beheersen.  De opvoeding die ik moest ondergaan verwarde me enorm. Omdat de psychiatrie zich nu eenzijdig richt op wat nu ‘normaal’ is – zoals transgender voor kinderen en jongens die zich echt een meisje voelen – wordt een dergelijke opvoeding niet eens meer als slecht of verkeerd gezien.

En het bleek ook nog eens, dat ouders/ verzorgers die kinderen in de opvoeding openlijk minachten, haten en bestrijden om het originele gender, niet eens strafbaar zijn. Psychische kindermishandeling is namelijk niet strafbaar gesteld.

Gevolgen

Mijn ervaringen tonen dat van buitenaf tegen of over het kind beslissingen nemen omtrent gender en wel of geen omgang met andere kinderen van het eigen geslacht – misschien met de beste bedoelingen – heel schadelijk kan zijn. Verwarrend kan werken. Kan leiden tot een ingewikkelde ontwikkelingsstoornis of erger.  Ouders kunnen besluiten hun kind genderneutraal op te voeden. De termen jongen en meisje vermijden. Elke verwijzing naar geslacht ongedaan maken.

Achteraf kan blijken dat een kind zo graag als jongen of meisje was grootgebracht.  Dat verschil tussen jongens en meisjes in de opvoeding wel degelijk verschil kan maken. Verwarring is in kinderen niet makkelijk te meten. Kinderen zijn onderhavig aan loyaliteit ten opzichte van ouders/ verzorgers. Afhankelijk. Vooral als gezinnen zich ook nog eens afsluiten, als kinderen door wat voor reden ook geïsoleerd raken.

 

Indoctrinatie omtrent het gender, het (opzettelijk) niet benoemen en ervaren van gender in de opvoeding en het afwezig zijn van het mogen beleven van het eigen gender kan leiden tot een enorme problematiek. Wie de referenties vanuit contacten met andere kinderen daarin mist, blijft achter, loopt een ontwikkelingsstoornis op, waarmee later veel problemen kunnen ontstaan.

Kinderen zijn kwetsbaar, zijn in een precaire ontwikkeling naar volwassenheid. Wat in het leven van een kind ingrijpend (ongemerkt) misgaat kan levenslange gevolgen hebben.

Progressief?

Ik ben als kind nooit jongen geweest, wat levenslang op mij drukt, uiteindelijk zelfs een groot deel van mijn problematiek met een dissociatieve identiteitsstoornis vormde.   Steun, hulp of begrip voor deze problemen kreeg ik vanuit de GGZ nooit.

Misschien kon ik nu een veel beter leven leiden, als in het progressieve denken omtrent gender en identiteit respect en ruimte was voor een andere beleving, die anderen verder in niets schaadt.  Slechts te maken heeft met beleving en erkenning van mijn unieke gewenste identiteit, die essentieel is om überhaupt een genderidentiteit te kunnen ervaren. Net zoals transgenders zich vooral erkend willen voelen in het geslacht en de identiteit die bij hen past.

Het gevoerde beleid in ons land is nu: wie niet past telt niet, ziet men niet, sluit men buiten. Inclusief blijkt alleen te gelden voor diegenen die men niet wil uitsluiten.

Veel erger dan dit is, dat wie om welke reden ook niet past in het gender- en identiteitsbeleid officieel zelfs geen enkel recht heeft om eigen identiteit te beleven die bij hem/ haar past. Geen rechtsbescherming krijgt in geval van discriminatie of geweld. Of psychische ondersteuning kan krijgen. Het inclusief van nu sluit anderen opzettelijk uit.

Het inclusief van nu is, hoe hoopvol, echter nog altijd in ontwikkeling. Het gedraagt zich onzeker progressief, omdat niet duidelijk is, wie nog wel of niet worden toegelaten tot erkende vormen van gender en identiteit.

Soms is dan bekend conservatief beter dan een onzeker progressief. Want in dat onzekere progressief wordt alles wat volgens die nieuwe normen niet past in het nieuwe denken gewoon keihard afgewezen.

(1) non – binair: niet vrouwelijk, niet mannelijk. Meer info:Non-binair, informatie voor mensen die buiten de tweedeling vallen (transvisie.nl)

(2) holebi 15 seksuele geaardheden, 11 genderidentiteiten

(3) o.a. Liam P. Malone (2017) Gender identity and childhood experiences: an introductory quantitative study of the relationship between gender identity and adverse childhood experiences Smith College

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ik ben auteur van "Gepleegd", een uitgave van Tobi Vroegh te Amsterdam uit 2020, een jeugdervaringsverhaal waarin ik het systematisch geweld in de jeugdzorg beschreef dat ik meemaakte. Ik blog en schrijf (eveneens vanuit eigen ervaringen) over jeugdzorg, pleegzorg, kinderbescherming, (dissociatieve) identiteit, kunst en trauma, gender, GGZ  en traumaverwerking.