Werkte je met ISIS, dan word je nu met de nek aangekeken in Irak. Maar velen van die paria’s zijn zelf ook slachtoffer en komen volkomen verward uit de oorlog. Ze verloren niet alleen kinderen en huis, maar ook hun toekomst in eigen stad of dorp. Door Judit Neurink in Salamya Kamp.

STEUN RO

“Daesh nam mijn man mee. De buren hadden hem aangegeven.” Khaltouma, een Turkmeense die in de laatste dagen van de strijd om Mosul de stad ontvluchtte, zucht en steunt tijdens het gesprek. Ze kijkt de verslaggever strak aan en wordt pas emotioneel als ze de zoon ter sprake brengt die in Bagdad in de gevangenis zit. Hij zou voor haar moeten zorgen, maar zit vast.

Ik spreek haar, omdat haar jongste ondervoed is, en de hulporganisatie Samaritan Purse me op sleeptouw neemt langs haar klanten in Salamya-kamp, een opvangkamp voor ontheemden uit Mosul. De hulpverleners kunnen geen hoogte krijgen van het gezin, dat zo ondervoed uit Mosul kwam dat ze allemaal medische behandeling hebben gekregen in de naburige kliniek van de organisatie. Ze hebben de polsbandjes van de opname nog om.

Het is een nieuw kamp, en veel van de inwoners zaten tot op het laatst met strijders van de islamitische terreurgroep ISIS in Mosul. De verhalen van Khaltouma en andere kampbewoners die ik sprak vertellen veel over de verwarring waarin ISIS-families verkeren, als de nieuwe paria’s van Irak. Over de spijt van de keuze voor ISIS en over de verhalen die ze ophangen om niet als Daesh – de lokale naam voor ISIS – bestempeld te worden. Dit zijn vooral de armen, die verkeerd gokten en nu met de consequenties daarvan geconfronteerd worden.

Khaltouma vertelt over haar familie die is uitgeweken naar Turkije, en haar huis dat in het ISIS-bolwerk Talafar staat. ISIS steunde in Mosul hevig op de soennitische Turkmenen, die als haar meest fervente aanhangers bekend staan. Uit alles wat ze vertelt blijkt hoe ISIS haar leven had overgenomen. “Een zus heeft me gevraagd naar Syrië te komen, maar dat hebben we niet gedaan,” zegt ze met spijt. Veel ISIS-aanhangers verruilden Mosul voor de strijd begon voor Syrië. Maar ook daar ligt ISIS en haar snel krimpende kalifaat onder vuur.

Khaltouma (42) heeft vijf dochters en negen zonen, telt ze moeizaam. Een van hen, Ali, sloot zich aan bij ISIS en is gedood in de strijd. Een tweede, Mustafa, wordt vermist, en uit het gebrek aan informatie dat ze geeft is op te maken dat ook hij bij ISIS zit. Een derde, de twaalfjarige Abdurrahman, kwam om bij een luchtaanval. En is de man die haar twaalfjarige dochter een jaar geleden trouwde nog in leven?

Deze vrouw in haar blauwe jurk met een zwarte hoofddoek los over haar haar verkeert duidelijk in shock. En probeert bewust of onbewust een ongewenst deel van haar verleden te verdoezelen. Terwijl ze omstandig vertelt hoe goed ze haar kinderen opvoedde, dat ze braaf waren en altijd op tijd thuiskwamen, kan ik me door de manier waarop ze de kinderen die ze nog heeft totaal negeert niet aan de indruk onttrekken dat ze die verwaarloost.

Ze vertelt dat haar echtgenoot na het vertrek van zoon Ali naar ISIS totaal over zijn toeren raakte. “Ze waren beste vrienden,” zegt ze, “en toen Ali na een paar maanden omkwam werd hij gek. Hij sloeg me in elkaar, brak van alles, gooide de koelkast uit het huis.” Hij was luid in zijn kritiek op ISIS, en sinds hij is opgepakt door ISIS weet Khaltouma niet waar hij is. Maar op de een van andere manier lijkt haar dat ook niet echt te kunnen schelen.

Wel dat haar zoon Younis in Bagdad vastzit, en ze smeekt om hulp om hem te vinden en vrij te krijgen. Blijkbaar had ook hij banden met ISIS, of haar voorloper Al-Qaida. “We hebben al ons goud en geld uitgegeven aan zijn rechtszaak. Maar nu zit hij in de gevangenis. ISIS zat ook achter hem aan, dus hoezo kan hij met ze hebben samengewerkt? Hij was een goede zoon; hij vertelde me altijd waar hij naartoe ging.”

Een paar jongetjes lopen op blote, stoffige voeten over de hete kiezelstenen bij de tent waar we in de schaduw praten. Die zijn van haar, zegt Khaltouma, en dat geldt ook voor de sterk ondervoede baby in de armen van haar twaalfjarige dochter. De hulpverleners schrokken toen ze achter haar kindhuwelijk kwamen, en het heeft er alles van dat het kind dan ook van de dochter is, wiens echtgenoot vermist wordt. Waarom ontkent Khaltouma dat? En hoe zit dat met die optelsom van haar zonen: waar zijn de drie die ze niet noemt en ik niet zie?

Uit het verhaal over hun laatste weken is dat niet op te maken. Dat gaat over tekorten, water halen uit de rivier, gelukkig zijn als iemand zijn tuintje in een moestuin had veranderd en wat deelde. Over vergeefse pogingen te vluchten; haar dochters probeerden het maar keerden terug omdat ze het niet zonder hulp konden. Over de Koerdische echtgenoot van een van haar dochters, die ISIS niet vertrouwde, en hoe ze gesmeekt had hem bij hen te laten. “Ik wist ze ervan te overtuigen dat we geen man meer overhadden in huis en niet zonder hem konden.” Volgens de ISIS-regels mogen vrouwen alleen naar buiten als ze vergezeld zijn van een mannelijk familielid.

En toen ISIS hen voor de zoveelste keer wilde verplaatsen omdat de strijd weer dichterbij kwam, weigerde Khaltouma dat. Het verhaal wordt verward als het gaat over een luchtaanval op een kelder waarbij ze gewond raakte aan haar arm. Ze was daar met een dochter en schoonzoon. Die laatste kwam om toen hij zijn vrouw met zijn lichaam beschermde tegen de bommen. Maar over de kleintjes rept ze niet. Ze wist te ontsnappen naar een ziekenhuis in Hamam al-Alil, op zo’n dertig kilometer van Mosul. “We hadden vijf moeilijke dagen,” zegt ze over de vlucht.

“Mijn dochter ontsnapte later. Ze dacht dat wij dood waren.” De dochter wist haar via het Iraakse leger op te sporen en ze werden gisteren herenigd in Salamya camp. De dochters spreken niet; ze laten hun moeder het woord doen en kijken toe hoe de hulpverleners de baby voeden met supervoedsel uit een plastic zakje.

Iets verderop zitten vrouwen in de hitte in het open veld brood te bakken. Het valt op hoe weinig mannen er in het kamp zijn. Veel ISIS-mannen zijn omgekomen, en wie het leger nog in Mosul aantrof is gevangengenomen. Of, zoals in de allerlaatste fase, ter plekke gedood.

Irakezen die zich aansloten bij ISIS zijn gehaat. Niet alleen door het leger, voor wie de burgers met bommengordels een nachtmerrie vormden, waardoor het alle burgers als potentiële ISIS-aanhangers moest beschouwen. Maar vooral ook door inwoners van Mosul die drie jaar onder het brute regiem van ISIS leefden, familieleden verloren en hun stad uiteindelijk in puin zagen veranderen.

Wat met de ISIS-families te doen is de grote vraag, die in Irak wordt opgelost door hen in speciale kampen op te sluiten. Ter bescherming van de samenleving, en van henzelf tegen de wraak van die samenleving. Er zijn momenteel twee officiële: een bij Tikrit en een buiten Mosul. De kans dat gezinnen uit Salamya-kamp daar terechtkomen is groot. Officieel heten het rehabilitatiekampen, maar er zijn helemaal geen programma’s om de inwoners weer geschikt te maken voor de samenleving. Aan het beantwoorden van de vraag hoe lang je mensen kunt afzonderen, is Irak nog lang niet toe.

Zelfs als Khaltouma daar niet terecht komt, is de vraag wat ze kan doen. De enige man in haar gezin zit in Bagdad gevangen. Zal haar huis in Talafar de strijd die daar nog tegen ISIS wordt gestreden overleven? En kan ze daar eigenlijk nog wel naar toe terug? Khaltouma zelf kan of wil niet beseffen hoe groot haar problemen zijn, en dat haar toekomst nu in handen is van degenen die van ISIS hebben gewonnen. “Als Younis vrijkomt, komt het goed met ons,” zegt ze. “Dan kunnen we voor ons huis gaan zorgen. Hij zal werk vinden.” En anders? “Zonder Younis is er geen leven.”

    Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten