Conflictbeslechting in het kerkrecht geeft een diffuus beeld. Hebben de leden bij het ene kerkgenootschap of geloofsgemeenschap wel rechten, bij de ander blijkt de wil van de kerkenraad wet. En daarmee is de kern van de zaak aangeraakt: de rechtsongelijkheid tussen gemeenteleden en kerkenraad, bestuursleden of Parnassiem. Reglementen blijken niet te worden nageleefd, Gelijk en Ongelijk balanceren op de rand van de afgrond en het gezonde verstand heeft het nakijken.

STEUN RO

Wat wel duidelijk is dat de lijfstraffen, zoals steniging, zweep – of stokslagen – hier dan wel mogen zijn verdwenen, de nodige dwang is niet verdwenen. En dat alles in naam van de Eeuwige.

Hoe de rechten en plichten binnen een religieuze instelling zijn geregeld, is volgens docent Klaas-Willem de Jong aan de Protestants Theologische Universiteit geheel afhankelijk van het kerkgenootschap zelf en de keuze die daar is gemaakt.

In zijn praktijk als adviseur komt hij van alles tegen. Wat op het moment in de Protestantse Kerk in Nederland vrij veel speelt, zijn kerksluitingen wat gepaard gaat met de nodige bezwaarprocedures. Deze procedures lijken sterk op die in het seculiere bestuursrecht.

De Jong kan zich voorstellen dat er leden zijn binnen de verschillende kerkgenootschappen en geloofsgemeenschappen, die zich niet veilig voelen binnen de kerk. ‘Bij conflicten hebben leden altijd een ultiem recht’, zo laat hij weten, ‘en dat is wat ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor staat, dat je het kerkgenootschap kunt verlaten. Met andere woorden: er mogen geen beletselen zijn om het kerkgenootschap de rug toe te keren als je dat wilt.’

Het is een keuze die kan worden gemaakt, maar het beeld oproept dat dit gebeurt met de staart tussen de benen. De Jong erkent dat het heel moeilijk is om als je je onheus bejegend voelt je gelijk te halen binnen de kerk of geloofsgemeenschap.

‘De burgerlijke rechter moet zich in geloofszaken onthouden van een oordeel. Als mensen zich miskend voelen, heeft dat echter op een of andere manier vaak ook weer te maken met verschillende geloofsovertuigingen.’

Hij verklaart dat in geval van onenigheid de hoofdlijn is, dat kerkelijke procedures tot op het hoogste niveau dienen te worden uitgevochten. Pas dan kan de stap naar de burgerlijke rechter worden gezet. Er zijn slechts een paar uitzonderingen.

Dat is het geval als onvoldoende is gebleken, dat basisrechten als hoor en wederhoor zijn toegepast en als er geen voorziening is om een spoedeisende uitspraak te krijgen. Als die schending is vermengd met een bepaalde geloofsovertuiging zal de rechter slechts tot een marginale toetsing overgaan en/of nagaan of de procedure wel op de juiste wijze is gevolgd.

De laatste jaren staan tuchtprocedures in de Protestantse Kerk verhoudingsgewijs in vrij veel gevallen in het teken van seksueel misbruik en heeft betrekking op personen, die in een bepaald ambt of functie zijn geplaatst. Kerkelijke tuchtrechtprocedures voltrekken zich naar zijn mening vaak in beslotenheid en komen alleen naar buiten als de burgerlijke rechter eraan te pas komt.

Kerkelijke jurisprudentie op dit terrein is volgens De Jong slechts zeer beperkt publiek beschikbaar. Hij durft niet te zeggen of er in de praktijk grote verschillen zijn binnen de verschillende kerkgenootschappen en geloofsgemeenschappen, omdat zijn kennis zich beperkt tot de Protestantse Kerk. Wat wel altijd volgens hem een rol meespeelt, is naarmate de organisatie kleiner wordt het ingewikkelder wordt in de zin van dat mensen familie van elkaar zijn of elkaar kennen. ‘Dan komt de onafhankelijke kerkelijke rechtspraak nogal eens onder druk te staan’, zo meent hij.

De onafhankelijkheid kan naar zijn mening worden bevorderd als een lid van een rechtscollege kan worden gewraakt of een beroep doet op zijn verschoningsrecht, omdat hij de idee heeft niet op een onafhankelijke wijze naar een conflict te kijken, zoals dat ook in de Protestantse Kerk het geval is. ‘Mijn opvatting is, dat niet te lichtvaardig over wraken moet worden gedacht. Wie dat doet, neemt het rechtsprekende college immers bepaald niet voor zich in.’

Hij kan zich voorstellen, dat veel mensen de psychologische strijd niet willen aangaan met een rechtscollege als ze overhoop komen te liggen met een kerkenraad, omdat ze geloven toch geen kans op hun gelijk te maken. Ook is er naar zijn mening vaak onwetendheid hoe en bij wie een conflict moet worden aangekaart.

Uit eigen ervaring weet De Jong dat het kerkelijk recht behoorlijk gecompliceerd in elkaar zit die deskundigheid vereist om daar op een behoorlijke manier mee om te gaan. ‘Wat ook een rol meespeelt, is dat er in de meeste geloofsgemeenschappen niet zo ontzettend veel jurisprudentie bekend gemaakt is, dat je van tevoren zou kunnen berekenen welke koers je moet varen.’

Problematisch daaraan is in zijn optiek, dat het kerkrecht vaak in besloten kring plaatsgrijpt en de buitenwereld er geen weet van heeft. In tegenstelling tot het tuchtrecht ten aanzien van medici en advocaten, dat in openbare bronnen terug is te vinden. ‘Al met al een precair punt’, aldus De Jong.

En dat geldt ook ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting binnen de kerk. Binnen de Protestantse Kerk zijn er volgens De Jong in de laatste twintig jaar twee situaties geweest van predikanten, die er een zodanige vrijzinnige opvatting op nahielden, dat daar hele grote vraagtekens bij gezet zijn of deze mensen nog wel predikant genoemd konden worden.

Hij zegt: ‘En dan loop je inderdaad aan tegen een ander grondrecht dat we hebben, en dat is de vrijheid van meningsuiting. Dat botst zeker, maar dan prevaleert op dit moment eigenlijk altijd het recht van de kerkelijke organisatie; het collectieve recht van godsdienstvrijheid.’

De Jong: ‘Er zijn kerkgenootschappen waar het tamelijk duidelijk is waar de grenzen liggen. Bij de Protestants Kerk is dat veel minder duidelijk. Dus in feite wordt in de kerkelijke jurisprudentie vastgesteld waar die speelruime bestaat of juist wordt beperkt. Mocht een kerkgenootschap misbruik maken van zijn organisatie vrijheid is de civiele rechter bevoegd om in te grijpen. Dat is naar zijn mening het geval als de strafwet overtreden wordt, bijvoorbeeld als er sprake is van publiekelijk haat zaaien.’

Opvallend is dat uit het reglement betrefende de inrichting en het bestuur van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap blijkt, dat de arbitragecommissie geschillen behandelt waartegen geen beroep kan worden ingesteld en dat gebeurt met uitsluiting van de burgerlijke rechter.

Arbitrage kent volgens De Jong zo zijn eigen lastige kanten. Hoewel hij voordelen ziet in arbitrage kunnen er echter in zijn ogen ook ‘zomaar dingen gebeuren waar je geen vat op hebt en is het mogelijk, dat er heel andere belangen worden gediend dan de zaak, waar het om gaat. Het is zeker een lastig onderwerp, zodra je er zelf mee te maken krijgt. Dat merk ik aan de vragen die ik zo nu en dan krijg, omdat het niet allemaal rationeel is te verklaren.’

Sinds vorig jaar augustus is de website mijnkerkinorde.nl online gezet. Initiator is Louis Meijer. Aanleiding is een kerkelijke kwestie in 2014 geweest rond een gemeentelid dat slachtoffer is geworden van karaktermoord en machtsmisbruik binnen de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (GKv).

Volgens Meijer ging het om een persoonlijke vete van een kerkenraadslid tegen een gemeentelid en had dat niets meer met een kerkelijke aangelegenheid te maken. De kerkorde bood het gemeentelid geen rechtsbescherming en hoor en wederhoor werd niet toegepast.

Hij zegt: ‘Als een kerkenraad als hoogste gezag zich niet houdt aan de kerkorde of sterker nog de vrijheden krijgt toebedeeld vanuit zijn kerkorde, waardoor een gemeentelid op achterstand komt te staan, dan is er iets grondig mis. Dat is eigenlijk waarvan wij hebben gezegd: Kerk, dit moet je niet willen.

‘Je faciliteert in feite de mogelijkheid, dat er personen zijn binnen zo’n kerkenraad of bestuur die zich aan macht vergrijpen of profileren, zonder dat een gemeentelid iets in handen heeft om daartegen op te treden. Dat is wat er misgaat. Dat hebben we in onze casus aan den lijve ondervonden’, aldus Meijer, die aangeeft dat er binnenkort nieuwe casussen zullen worden geplaatst op de website.

Hij heeft in een brief aan de synode een oproep gedaan kritisch te zijn bij het opstellen van een nieuwe gezamenlijke kerkorde als gevolg van een fusie dit jaar tussen de Nederlands Gereformeerde Kerk (NGK) en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de rechten van zo’n 150.000 leden te waarborgen.

Meijer: ‘Er is een interkerkelijke commissie voor geschiloplossing (ICG), maar die weigert kennis te nemen van feitelijk materiaal en vult derhalve de haar toebedeelde rol niet in. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van meerdere kerkgenootschappen. Dat is wel een plus moet ik zeggen. Dan heb je in ieder geval een zekere garantie, dat je niet te maken hebt met eigen circuitjes, lijntjes en relaties. In theorie is die commissie dus onafhankelijk. Zelf hebben we ervaren dat die commissie in de praktijk zijn doel voorbijschiet door elke vorm van onderzoek bij voorbaat te weigeren.

Daarom is de synode gevraagd dit beter te regelen of uit te besteden en in ieder geval oog ervoor te hebben, dat als je een niet welwillende kerkenraad hebt het grandioos mis gaat en je op basis van een kerkorde niets kan als gemeentelid, omdat er niets is geregeld. Het kan daardoor voorkomen, dat iemand ‘onder tucht’ wordt geplaatst en uiteindelijk wordt geschorst/geroyeerd, omdat hij zich niet voegt naar de wensen van de kerkenraad.

Als zich situaties voordoen die wrevel of in ieder geval tegengestelde belangen veroorzaken, dan moet je volgens mij heel snel als kerk zijnde willen zeggen: Dat ligt buiten onze expertise. Dat beleggen we bij andere instanties die dat kunnen beoordelen. Men probeert het daarentegen allemaal kerkelijk op te lossen en dan is de vraag: Waarom zouden we dit eigenlijk willen en waarom denken we dat we dit kunnen? .

Meijer neemt als voorbeeld het seksueel misbruikverhaal binnen de rooms-katholiek kerk. Hij zegt: ‘Waarom gaat het nou fout? In eerste instantie wil de kerk het zelf oplossen en het stil houden. Je mist dan meteen dat het slachtoffer in bescherming wordt genomen. Dat zie je bij machtsmisbruik al snel gebeuren: Het slachtoffer moet vechten voor zijn rechten, terwijl de bescherming voor het slachtoffer volledig ontbreekt binnen de kerk. Ook buiten de kerk vindt het slachtoffer geen gehoor, want dan wordt verwezen naar het kerkelijk recht.’ Hij bevestigt dat vaak de beslotenheid wordt gekozen voor de afwikkeling van een zaak om die zo snel mogelijk in de doofpot te stoppen. ‘Er wordt een verkeerd belang gediend.’

Dat zou je niet verwachten binnen een kerkgenootschap?

‘Dat is het nou net waarom we er ook zo verbeten in zijn om hierin door te gaan, omdat we het ook over een kerkgenootschap hebben waar je nou juist het tegenovergestelde mag en moet verwachten. Daarom zeggen wij: dat kan niet. Morgen kan het een ander overkomen. Dus maak mijn kerk in orde. De vraag die wij daarbij hebben is: Waarom zou je het niet willen regelen. Wat is je voorbehoud of angst nou om gewoon te zorgen dat het helder is wat de rechten zijn van de één en van de ander en de route die daarvoor moet worden gevolgd. We hebben daarvoor ook een voorstel gedaan aan de synode, maar dit is afgedaan alsof het een revisieverzoek zou betreffen.’

De moeilijkheidsgraad is naar zijn mening vaak terug te voeren op een mechanisme binnen de kerkenraad, dat zodra er een twistpunt aan de orde is men de gelederen sluit en het eigenbelang laat prevaleren. ‘En de eigen positie of die van een medekerkenraadslid beschermt. De persoon die daartegen ageert, plaatst zichzelf in een isolement en een kerkenraad lost dat niet op, maar bevestigt dat in feite. Plat gezegd: ze willen het gezeik de kop indrukken.’

Wat verwacht u van de politiek?

We hebben een aantal politieke partijen aangeschreven. Bij de PvdA, het CDA en de SP vonden we al gehoor. Binnenkort volgt een gesprek met de VVD, met de ChristenUnie en mogelijk met Groen Links. Zij zijn natuurlijk wel degenen die rechten waarborgen van iedere burger in Nederland en die dus ook kerkleden moeten willen dienen. En wat wij vooral bij hen hebben neergelegd is dat spanningsveld van een verkeerde interpretatie van scheiding tussen kerk en staat, waardoor het kerklid geen rechtsbescherming kan krijgen.

Hoe bedoelt u dat verkeerd?

‘Dat het te eng wordt toegepast. Dat het meteen op elke kwestie wordt toegelegd. Dat is niet de bedoeling van scheiding van kerk en staat. Het grondrecht scheiding kerk en staat is, dat je je eigen geloof mag hebben en een rechter zich daar niet over kan uitlaten. Maar wat gewoon blijft staan, is het Burgerlijk Wetboek wat wel voor iedere burger in Nederland blijft gelden en die rechten mogen door wat dan ook of wie dan ook niet geschonden worden.

In de praktijk is het heel lastig om kerk en staat van elkaar te scheiden. Dat zie je ook aan uitspraken van rechtbanken. Een rechter snapt er niets van hoe een kerk werkt. Die komt al heel snel bij: “Ja, jullie hebben een eigen statuut. Los het daar maar mee op. Ik kan er niets mee.” Dat is lang niet altijd waar.’

(Een casus van een rel binnen de Gereformeerde Kerk is te vinden op https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/de-kruiningse-kerkrel-in-90-seconden~vad6faec9/)

Foto: De steniging van de Heilige Stefanus (schilder Rembrandt, eigendom: Musée des Beaux Arts in Lyon)

De zweepslag van het kerkrecht (1)

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
jvg