De serie DICHTER BIJ biedt eigenzinnige dichters uit Nederland en Vlaanderen een platform voor nieuw en uniek werk. Deze keer zijn dat de gedichten van Pauline Pisa, die de lezer meeneemt naar de dingen waar die vaak van weg probeert te kijken. Een voorpublicatie uit haar dichtbundel ‘Halfrust’.

STEUN RO

Pauline Pisa – ‘Halfrust’. Uitgeverij Marmer, € 12,50. Met Illustraties door Jasper Henderson.

Pauline Pisa (Utrecht, 1968) is dichter en publiceerde in 2008 de bundel ‘Het gestolen wijf’. In 2006 stond ze in de finale van de NK-poetryslam en won ze de poëzieslag in het Amsterdamse café Festina Lente. Ook volgens North Sea Poetry zijn de optredens van Pisa een bijzondere ervaring: ‘Pauline Pisa bruist en fonkelt op het podium. Pisa tilt je op en voert je mee in haar aansprekende wereld van verbeeldingskracht.

‘Halfrust’ is Pisa's eerste poëziebundel bij uitgeverij Marmer en geldt als haar officiële debuut als dichter. Halfrust zou je kunnen omschrijven als een toestand waarin de kalmte bedrieglijk is, als het kwispelen van de staart van een liggende hond. Zo zijn Pisa’s gedichten: ze blikt achter de patiëntennummers binnen de psychiatrie, grijpt verlangend naar de dingen die voorbij zijn, en toont haar moeite om vooruit te komen. Soms lichtvoetig, dan weer ernstig en bang, maar altijd vol mededogen.

Met een vaak plotselinge scherpte neemt ze de lezer mee langs momenten waar hij vaak van weg probeert te kijken.

De bundel, die op 24 januari wordt gepresenteerd, ligt vanaf 10 januari in de boekwinkels.

AQM_Pauline_Pisa

SCHOOT VAN LEER

 

Op een dag/

die er verder niet toe deed/

liep ik het huis van mijn eerste binnen/

hij had mij niet aangekeken/

sleutelde aan zijn lichaamstaal/

pas toen mijn jas was uitgegleden/

en als een vijver op de grond uiteen viel/

keek hij op//

 

Zijn baard aaneengesloten/

de verstreken tijd in groei/

de hond sliep in een geverfde grijstint op de mat/

bij het vuur met vlakke hand sloeg hij/

op zijn schoot van leer/

in golven nam ik plaats//

 

Zachtjes doen zei hij/

mijn moeder zetelt duifgrijs in de nok/

ze kan geen vogel in de lucht verdragen//

 

OPSCHUIFDAGEN

 

Er wordt niet meer gesproken/

aan de witgepleisterde muren hangen/

scherpgeslepen potloden//

 

Over de wand verspreid staan/

getallen in kolommen/

kruinhoogte in kinderjaren/

en beenlengteverschil//

 

Op het dressoir/

een uitneembare voorziening/

het bebloede plaatje//

 

Ik leun tegen een nieuw seizoen/

deel scheuten uit/

mijn hoofd staat als een volle knop/

ik ben nu bijna opgeschoven//

 

Bij het daglicht kun je het verstand/

door mijn melkgebit zien schijnen//

 

ZWAAI MAAR MET JE BLOEMENBOS

 

Kom//

 

Til je poot op/

schud je voet uit/

maak jezelf los/

leg je oor maar op mijn rikketik/

laaf je aan de roffels die ik voor jou heb opgebouwd//

 

Wees welkom in de tussenruimte//

 

We gaan proberen/

om het raam te laten kieren/

de flarden van een bries te vangen/

ik beloof je tijdig naar het licht te draaien/

mijn tuinvogels zullen je blank zetten/

lopen zich al vol/

ik heb hun aankomsttijd bepaald//