Innig tevreden betoonde de Tweede Kamer zich op maandag 6 april over de onverminderd neerbuigende opstelling van minister Hoekstra tegenover Italië en Spanje. Niks Eurobonds, wat betuttelende liefdadigheid was wel genoeg. Is dat zoals hij zegt verstandig, of is het gevaarlijke enghartigheid, juist nu Europa wankelt onder de coronacrisis?

STEUN RO

No taxation without representation, met die oneliner gaf de Bostonse advocaat en politieke activist James Otis rond 1761 vorm aan het standpunt van de Britse koloniën in Noord-Amerika. Ze wilden niet meer bijdragen aan de rijksbegroting van het moederland zolang ze in Westminster geen stem in het kapittel hadden. Hij zette er een eerste concrete stap mee op weg naar de onafhankelijkheidsverklaring die vijftien jaar later de oprichting zou betekenen van de Verenigde Staten.

Vanaf dat allerprilste begin was duidelijk dat Amerika in niets lijkt op ons hedendaagse Europa, dat zich ruim 200 jaar later moeizaam probeert te verenigen. Amerika begon als dertien koloniën met een duidelijk, gezamenlijk doel: een onafhankelijke, weerbare Unie. Binnen de EU bestaan juist over het doel van de onderneming grote meningsverschillen. De dertien koloniën waren bovendien niet bezwaard met een ingewikkeld verleden, terwijl in Europa iedere vierkante meter doordrenkt is van bloed en oud zeer. De Amerikaanse koloniën waren jong en onbedorven, en hadden een heel homogene bevolking – het zwarte en indiaanse deel telde domweg niet mee.

Amerikaan worden

Die bevolking wilde niets liever dan Amerikaan zijn, zoals ook latere immigratiestromen op een enkele uitzondering na altijd gedreven werden door de wens Amerikaan te worden, tot op de dag van vandaag. Ook daarin verschilt het moderne Europa enorm van Amerika. De EU heeft in zijn jonge jaren juist te maken gekregen met aanzienlijke groepen immigranten die generatie op generatie weigeren om te integreren en in sommige gevallen op het land van herkomst georiënteerde, moeilijk te bereiken parallelle samenlevingen vormen. Tenslotte is ook de schaal van de onderneming volslagen onvergelijkbaar. Waar de EU ruim een half miljard mensen moet verenigen, ging het in de Amerikaanse koloniën om niet meer  mensen dan er nu in onze provincie Utrecht wonen.

Wie dus in de Verenigde Staten een voorbeeld ziet voor de Europese eenwording, heeft echt niet goed opgelet. Er is eigenlijk maar één samenwerkingsverband in de geschiedenis dat wel wat leek op het Europese project: de Republiek der Verenigde Nederlanden. Ook dat was een vereniging van al langer bestaande eenheden, vaak met langdurige onderlinge  geschillen en verschillen, die zich met veel gedoe aaneensloten tot een wat gammele, vaak over geld ruziënde eenheid. Net als de EU-landen waren de gewesten relatief rijk maar niet allemaal even rijk. Net als de EU-landen waren ze ook technisch prominent, en niet alleen op gebieden als waterstaat, scheepsbouw, cartografie en textiel. Ook de landbouw in de Republiek gold als een voorbeeld van moderne efficiëntie.

Hoogmoedig en niet erg betrouwbaar

Ooit riep Henry Kissinger ten einde raad uit: “Who do you call if you want to speak to Europe?” Net zo dreven de Verenigde Nederlanden met hun onnavolgbare interne gesteggel buitenlandse relaties regelmatig tot wanhoop. Maar bij alle onenigheid begrepen ze heel goed (alleen Amsterdam bleef lang eigenwijs) dat hun enige kans om in het westerse politieke krachtenspel, gedomineerd door Spanje, Frankrijk en Engeland, te overleven, erin lag zich als één land op te stellen, met alles wat daarbij hoort. En dat lukte, totdat Napoleon in de laatste jaren van de achttiende eeuw de hele toenmalige wereldorde omverschopte. De Republiek behaalde zelfs zulk groot militair, economisch, cultureel en intellectueel succes, dat zij en haar erfopvolger, het Koninkrijk der Nederlanden, tot op de dag van vandaag tot de rijkste en gelukkigste landen ter wereld bleef behoren. Zelfs in tijden dat het slecht ging.

Ons moderne Nederland is de erfopvolger van die republiek, en gedraagt zich binnen het Europese project een beetje als het Amsterdam van de eerste decennia van de Republiek: Hoogmoedig, eigenwijs, niet erg betrouwbaar. Dat is bedenkelijk, want de situatie waarin Europa zich nu bevindt, is even precair als die van de opstandige provincies in de late zestiende eeuw. Het is een illusie dat Nederland op zijn eentje – u weet wel, achter die knus gesloten NEXIT-grenzen van Wilders en Baudet – zou kunnen overleven zonder verregaand te verarmen en te verloederen. Rijkdom hangt af van export – er moet, om rijk te blijven, en dat willen we echt allemaal, domweg ontzettend veel meer geld ons land binnenvloeien dan er uitgaat. Dat maakt ons chantabel.

Vazallenstatus

Dat er voor ons in ons eentje niet meer inzit dan een vazallenstatus, laat het wedervaren van Groot-Brittannië zien. Dat land heeft een extreem hoge pet van zichzelf op en vertrouwde bij het verlaten van de EU vast op zijn “special relationship”, de broederbond met de Verenigde Staten. Maar het kreeg nog koudere  douche dan die waaraan prins Charles zich sinds zijn schooljaren dagelijks blootstelt. Zodra Brexit een feit was, was het eerste dat premier Johnson uit Washington hoorde een onverholen dreigement: Kappen met al die EU-standaarden, of je krijgt geen handelsovereenkomst.

Daarmee zitten de Britten letterlijk between a rock and a hard place, want zonder die standaarden verliezen ze de toegang tot hun belangrijkste afzetmarkt, Europa. Dat is armoe, dat is taxation without representation. Al zullen ze het nooit toegeven, het enige wat de Britten zelf mogen kiezen, is op welke klippen ze lopen. Op Scylla Amerika of Charibdis Europa. Ook het Gemenebest komt het oude moederland zeker niet belangeloos redden, als het dat al zou kunnen. Ook de Gemenebestlanden zullen hun best doen om de boter te braden uit de ongemakkelijke situatie waarin Groot-Brittannië is komen te verkeren. Geef ze eens ongelijk.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Globalisering mag dan sinds kort uit de mode lijken te raken, we leven nog altijd in een wereld waarin size matters. Nederland is binnen Europese verhoudingen een aardige middenmoter met op veel gebieden een stevige reputatie en daardoor bovengemiddelde beïnvloedingskansen, maar op wereldschaal stellen we weinig voor. Allerlei landen van China tot Pakistan komen hier graag al dan niet proletarisch winkelen, maar nemen verder weinig van ons aan. Veel meer invloed kunnen we uitoefenen als we dat via een sterk en eendrachtig Europa doen. Economisch is Europa een indrukwekkende olifant van ruim een half miljard bovengemiddeld opgeleide en ontwikkelde, bovengemiddeld rijke en goed georganiseerde mensen. Als die trompettert, legt dat serieus gewicht in de mondiale schaal. Niet alleen economisch, maar ook cultureel en moreel.

EUSSR

Hoe belangrijk die eendracht binnen Europa is, kun je zien aan de verwoede pogingen die Rusland en China doen om de boel uit elkaar te spelen. Beide mogendheden stoken aan de oostelijke grenzen van de EU, en inmiddels tot in Italië toe, met leuke aanbiedingen aan half-geïntegreerde landen als Polen, Hongarije, Bulgarije en Griekenland. China is eigenaar van Piraeus, de strategische haven van Athene, en heeft daarmee een akelige vinger in de Griekse politieke pap. Dat gebeurt allemaal niet voor niets.

Maar niet alleen Poetin en Xi knabbelen aan Europa, ook Amerika en andere partijen proberen om landen tegen elkaar uit te spelen via bilateraaltjes en zo hun  greep op afzonderlijke Europese landen te vergroten. Dat doen ze allemaal niet in ons belang, maar in het hunne. In dat kader past ook de niet aflatende stroom aan desinformatie over dictators te Brussel, een dreigende Superstaat en een vermeende EUSSR, die door goedgelovige ontevredenen ijverig verder wordt verspreid, zoals ze dat vroeger met de mythe van de joodse wereldsamenzwering deden.

Of we dat nu leuk vinden of niet, in een wereld waarin onze belangrijkste tegenspelers Amerika, China en Rusland zijn, en wellicht over een tijdje ook nog opkomende reuzen als kernmacht India, ligt onze enige kans op behoud van onze bevoorrechte positie bij een verenigd Europa, zoals ze lang geleden lag bij een Verenigde Republiek. En dat wilt u allemaal, want uw hypotheek moet betaald, uw kinderen moeten naar school, en u wilt ook nog op vakantie. Natuurlijk, Nederland is een sterk land. We zijn de negentiende economie op aarde, en qua arbeidsproductiviteit zijn we zelfs nummer zeven, ruim vijf keer zo productief als China. We zijn rijk en belangrijk, maar ook betrekkelijk klein. Het Chinese bnp is inmiddels 15 keer zo groot als het onze, het Amerikaanse zelfs bijna 25 keer. Het ontbreekt ons gewoon aan netto spierkracht, en dat is wat telt in de ruwe geopolitiek. De EU heeft die wel. Ze is na de VS de grootste economie ter wereld, de Eurozone is nummer drie.

Strategische goederen

Daar komt nog bij dat we onze maakindustrie bijna geheel naar lagelonenlanden buiten de EU hebben uitbesteed. Dat houdt producten goedkoop, maar het maakt ons ook kwetsbaar. Ineens merken we, nu aanvoerlijnen door de coronacrisis haperen, dat er zomaar tekorten dreigen te ontstaan aan eenvoudige maar onontbeerlijke zaken als paracetamol en andere medicijnen. Of dat in Amerika bestelde hoogwaardige medische apparatuur zomaar in beslag genomen wordt – America first! Alles weer in elk land zelf gaan maken is ondoenlijk en onbetaalbaar. Maar een basis- of noodvoorziening voor strategische goederen is op Europese schaal wel op te tuigen. Dan doen we allemaal wat, terwijl Brussel de taken verdeelt en het stelsel beheert, een beetje zoals al met de Europese wetenschappelijke instituten gebeurt.

Zoiets bouw je op voor de lange termijn en legt harde verplichtingen op aan alle EU-landen. Als de nood aan de man komt, moet iedereen immers op het goed functioneren ervan aankunnen. Dat vereist meer dan een soort vrijblijvende samenwerking. Het vereist een verregaand commitment. Want ook het omgekeerde van de stelling van James Otis is waar: There is no representation without taxation, niemand krijgt medezeggenschap zonder zelf bij te dragen.

Nettobetaler

Een beetje gebeurt dat allang, Leden van de EU betalen lidmaatschapsgeld en krijgen daaruit subsidies terug. Als een van de rijkste lidstaten betaalt Nederland meer dan het terugkrijgt, ons land is terecht nettobetaler. Maar een echt eigen budget heeft de EU niet. Op die manier maak je uiteraard geen weerbare en efficiënte organisatie, terwijl die in deze tijd juist wel hard nodig is, om drie redenen.

De eerste reden zijn die broodnodig blijkende, nu ontbrekende structurele centrale voorzieningen als een eigen strategische basisindustrie. Dat is in ieders belang, maar het lukt niet om zoiets op te zetten en te onderhouden op basis van bijna dertig kibbelende hoofdsteden die allemaal hun eigen sores laten prevaleren. Bovendien laat de chaotische aanpak van de coronacrisis zien wat een ongeorganiseerde bende Europa nog is.  In Amerika klagen gouverneurs van staten terecht over het gebrek aan coördinatie, leiding en steun vanwege de centrale overheid, maar hier is het niet beter.

Kerncentrales

De tweede reden is de behoefte aan centraal beleid op terreinen die het nationale perspectief verre te boven gaan. Neem het klimaatprobleem. Momenteel wordt dat aangepakt door met alle regeringen globale maar tamelijk willekeurige eisen voor over tien of twintig jaar te bepalen, en dat is het dan: ga allemaal maar een mooie tekening maken. Het directe gevolg van die kleuterschoolaanpak is bijvoorbeeld dat Duitsland vol inzet op aardgas, waar Nederland dat gas juist in de ban doet, terwijl Frankrijk kerncentrales bouwt, wat Duitsland dan weer van de duivel acht, en zo voort. Iedereen werkt langs elkaar heen en tegen elkaar in. Je kunt er in dat soort omstandigheden op wachten dat een ambitieuze Eurocommissaris op eigen houtje op zijn stokpaard klimt, met nog meer verwarring en onderlinge onmin tot gevolg.

De derde reden is welbegrepen financieel eigenbelang. Dat Nederland nettobetaler is, heeft als reden dat ons land er al heel lang bovengemiddeld goed voorstaat. Dat vinden we heel gewoon, maar die sterke positie houden we alleen maar zo lang onze EU-medeleden voldoende blijven afnemen. Maar liefst een kwart van ons bbp bestaat uit inkomsten uit handel met andere EU-landen. Als die het slecht doen, raakt dat ons direct en hard in onze portemonnee. We kunnen wel heel stoer doen over soevereiniteit en zo, en zelfs dromen van zelfvoorzienendheid aan goedgelovigen verkopen, maar de realiteit is dat we voor onze welvaart voor een flink deel afhankelijk zijn van de rest van de EU. Nu met name Italië en Spanje een enorme economische dreun te verwerken krijgen, is het dus zaak die landen zich hoe dan ook zo snel mogelijk te laten herstellen.

Wirtschaftswunder

Dit is iets dat de Amerikanen na het eind van de Tweede Wereldoorlog goed inzagen. Ze kregen al gauw in de gaten dat het leeggestolen, uitgemergelde en kapotgebombardeerde Europa geen bodemloze put vol onverbeterlijke ruziemakers was, maar een voor de eigen welvaart onontbeerlijke afzetmarkt die dringend hersteld moest worden. Dat resulteerde in 1948 in het Marshallplan, het gigantische hulppakket dat het wonder van de Europese herrijzenis mogelijk maakte, dat in Duitsland ook letterlijk het Wirtschaftswunder ging heten. Daarbij werd niet gezeurd over binnen welke precieze lijntjes de ontvangers moesten kleuren, en dat werkte. Voor Nederland betekende het dat de al eeuwenlang gestaag opgaande lijn van het bnp al in 1955 weer werd opgepikt, alsof er geen oorlog geweest was. De Europese Gemeenschap en de vondst van het Slochterense aardgas deden voor Nederland de rest.

Laten we vooral niet vergeten dat de grote welvaartssprong die Nederland in de jaren zestig maakte, en waarvan we nog steeds de vruchten plukken, vooral aan dat gas te danken is geweest. Niet aan superieur beleid, maar aan een cadeau van Moeder Natuur dat we ook nog op allerlei manieren uiterst slordig beheerd hebben.

Laten we ook niet vergeten dat ook het door de oorlog geruïneerde Italië er dankzij de Marshallhulp weer bovenop kwam. Misschien niet precies zoals “wij” het graag gezien hadden, maar dát is nou hún soevereiniteit. Een land dat een grotere economie dan de onze op poten weet te krijgen, met een bnp per hoofd van de bevolking dat vrijwel precies gelijk is aan het gemiddelde van de EU, is geen bananenrepubliek en zelfs geen zwakke broeder, ook niet als het een relatief hoge staatsschuld heeft, en al helemaal niet als die staatsschuld voor een groot deel binnenlands gefinancierd wordt. Italianen kopen staatsobligaties als pensioen. Dat betekent dat de betalingen misschien hoog, maar goed voorzienbaar zijn, en dat er moeilijk tegen het land gespeculeerd kan worden.

Masturberende gluurders

Onder de autarkische en fascistische dictator Franco bleef Spanje buiten de Tweede Wereldoorlog. Het kreeg dus ook geen Marshallhulp. Na Franco’s dood in 1975 werd het land lid van de Europese Gemeenschap en ontwikkelde het zich van een achtergebleven en vastgeroeste negorij (“wij” vonden dat heel pittoresk – het beeld is dat van Michelangelo Antonioni’s film Profession Reporter) waar alleen aan de toeristenkusten wat verdiend werd, tot een redelijk welvarend modern en democratisch land dat vlak onder Italië scoort. Ook dat is een prestatie die respect verdient.

Dat alles maakt het extra wrang dat onze politieke elite in het debat over Eurobonds van maandag weer zo’n hoge toon aansloeg, en daar in het Europese overleg dat volgde gewoon mee doorging. Het lijkt wel of straf uitdelen de voornaamste drijfveer is, en minachting laten blijken voor eenieder die niet volledig recht in de enige door Haagse dominees erkende leer is. Dijsselbloem gaf al in 2017 blijk van farizeïsch paternalisme met zijn volkomen ongepaste boutade over drank en vrouwen, Hoekstra doet er nog een schepje bovenop door landen als Italië en Spanje als “de periferie” te betitelen en door het aanbieden van betuttelende liefdadigheid. Hoekstra en Rutte gedragen zich als masturberende gluurders die gewoon doorgaan terwijl inmiddels heel Europa ze ziet staan.

Schulden overnemen

Natuurlijk gaan Eurobonds, Coronabonds of hoe je ze ook noemen wilt er vroeg of laat komen. Eurobonds geven alle Eurolanden de mogelijkheid om op dezelfde voorwaarden geld te lenen. Dat schept economische kansen, maar men staat ook gezamenlijk garant voor elkaars schulden. Dat is iets anders dan schulden “overnemen”, zoals werd gesuggereerd, wat de ander van zijn verplichtingen ontslaat. Maar het draagt inderdaad een zeker risico in zich. Daar staat tegenover dat het zonder Eurobonds bijna onmogelijk wordt voor landen als Italië en Spanje om voldoende uit de schulden te komen en hun zaken op orde te brengen, precies wat Hoekstra en Rutte nu juist zo graag willen. Het lijkt wel wat op de ellende waar een Nederlander in terechtkomt die een boete niet op tijd betaald heeft. Zo’n spiraal is rampzalig voor de betrokken landen, maar uiteindelijk ook voor partner Nederland.

No taxation without representation, maar ook omgekeerd. Een eenmalige noodgift geeft  Hoekstra niet het recht om structurele “strenge voorwaarden vooraf” te stellen aan andermans begroting. Maar een echte commitment door  invoering van Eurobonds doet dat wel. En ja, natuurlijk wordt de EU een transferunie, net zoals onderling heel verschillende voorbeelden van geslaagd samengaan als de oude Republiek, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Duitsland. Het heeft ze allemaal geen windeieren gelegd, in tegendeel. En het maakte dat ze een veel grotere vuist konden maken op het wereldtoneel, net zoals Europa nu zal moeten doen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
rik.smits@peptalks.nl'
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor