Herdenkingen Slag bij Warns? Nee – Slag bij Stavoren! Deel 2

Deel 1 van deze serie behandelt onder meer de ware gebeurtenissen rond de Slag bij Stavoren / Staveren / Starum in 1345 en hoe deze ten onrechte als de Slag bij Warns in de geschiedenisboeken belandde. In deel 2 gaan we nader in op de jaarlijkse herdenking van deze slag.

Na het verbod op de processie ter herdenking van de Slag bij Stavoren, begin 16de eeuw, denkt niemand er meer aan de slag te herdenken. Tot enkele lieden eind jaren dertig van de 20ste eeuw de herdenking nieuw leven willen inblazen, als “nationale gedenkdag” voor alle Friezen, binnen en buiten Friesland.

Weinigen willen ervan weten. Het zou te militaristisch zijn en zo’n herdenking zou de vijandschap tussen Hollanders en Friezen alleen maar aanwakkeren, terwijl juist – in het licht van de dreiging vanuit Nazi-Duitsland, eenheid nodig is.

Nog vlak voor de Duitse inval, op 28 maart 1940, verschijnt in de Leeuwarder Courant een pleidooi om tóch de slag, die inmiddels foutief bekend was komen komen te staan als de “Slag bij Warns”, te herdenken.

Maar het merendeel van de Friese Beweging (de overkoepelende naam voor allerlei Friese organisaties van diverse gezindten die ijveren voor de emancipatie van de Friese taal en cultuur, die door de ver-Nederlandisering van Friesland meer en meer in de verdrukking waren gekomen) ziet niets in dat plan.

Na de Duitse inval

Wie er wel wat in zien zijn de nationaal-socialisten. Vier maanden na de Duitse inval publiceert het Nationaal Dagblad, een NSB-krant, dit:

(…) Eeuwenlang was de 26ste dag van Herfstmaand de Friesch-nationale feestdag. Maar de Fransche wind woei te sterk en de dag kwam in het vergeetboek, ja werd angstig-zorgvuldig weggestopt. Dit jaar zou voor het eerst weer een waardige herdenking plaats vinden. Het „Frysknasjonael Forbân” (R.P. Sybesma) had een en ander voorbereid. Fryslân zou weer getuigen op de heilige plaats van het Friesche volk: het Roode Klif. Om redenen die verband houden met den oorlog tegen Engeland moest de toestemming voor dezen Gedenkdag, die reeds afgekomen was, weer worden ingetrokken. Doch Warns wordt niet vergeten!” (…)

Het artikel eindigt met den oproep:

“Fryslân zal zijn dooden niet vergeten! Dat beloven wij elkaar op den 26sten van Herfstmaand 1940, nu de lucht vol krijgsrumoer is, maar ook over de Friesche landen de wind van vernieuwing, van een nationaal en sociaal ontwaken waait.”

Friesland zal zijn doden niet vergeten?

Let wel: dit gaat dus in september 1940 expliciet niet om de met naam bekende Friese militairen en burgers die in de meidagen van 1940 waren omgekomen, maar om een onbekend aantal Friezen, dat in 1345 gesneuveld was, en waarvan niemand de namen weet. Hoe die vermaledijde nazi’s zo’n herdenking voor zich zien wordt in 1942 duidelijk.

De eerste herdenking van de Slag bij Warns, 1942

In september 1942 is het dan zover: een Friese nationaal-socialistische splinterorganisatie heeft van de bezetter toestemming gekregen de slag bij Warns te herdenken. Een vijftigtal deelnemers verzamelt zich op zaterdag 25 september in een schoolgebouw te Rijs, waar ze zich laven aan redevoeringen en samenzang. Daarna stapt het gezelschap op de fiets en rijdt van Rijs naar het Rode Klif, voor nog een toespraak, poëzievoordracht, samenzang en – het zou ook al niet – gesiegheil.

De Leeuwarder Courant (LC) doet in 1975 uitgebreid verslag van deze surrealistische bijeenkomst. Het is een ontluisterend verslag, dat namen en rugnummers van de deelnemers noemt en uitgebreid uit de toespraken citeert. Omdat het LC-artikel deels in het Fries geschreven is en namen bevat die in 1975 nog belletjes doen rinkelen maar die anno 2023 even vergeten zijn als de namen van de Friese strijders uit 1345, is als bijlage bij dit artikel een geheel Nederlandse en middels voetnoten becommentarieerde versie van het LC-stuk gemaakt, dat alhier (pdf) te lezen is.

Tweede herdenking, 1943

Een tweede nationaal-socialistisch getinte herdenking vindt op 26 september 1943 plaats – met al minder deelnemers. Tot een derde nazi-herdenking zal het niet komen. Na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, gaan de gedachten van veel Friese nationaal-socialisten vooral naar hun eigen hachje uit, en minder naar de gebeurtenissen uit 1345.

Na de bevrijding

Ondanks het besmette verleden van de Warns-herdenking besluiten Friese organisaties direct na de bevrijding de herdenking nieuw leven in te blazen. Hoewel een ere-comite gevormd wordt, dat bestaat uit mensen die of in het verzet hebben gezeten of door het nazi-regime gegijzeld waren, wordt expliciet de Slag bij Warns 1345 (oftewel, de Slag bij Stavoren) herdacht – en niet de slachtoffers van de bezetting of de overwinning op Nazi-Duitsland.

Dat is voor dominee Jan Wiersma, die gevraagd is om de wijdingsdienst bij de herdenking te leiden, aanleiding om juist in die dienst het verband te leggen tussen de gebeurtenissen in de Tweede wereldoorlog en de veroveringsdrift van graaff Willem IV in 1345. Wiersma, in 1979: “Ik eindigde met een pleidooi voor het leven en laten leven. Vervolgens liet ik het Wilhelmus en het Friese Volkslied zingen.

In 1946 en 1947 is de herdenking een kleinschalige gebeurtenis. In 1948 plant men het groter aan te pakken.

Initiatief herdenking op Rode Klif

“De raad van de Friese beweging heeft dit jaar het initiatief genomen, de slag bij Warns in een bijeenkomst op het Rode Klif te herdenken. De Raad is daarbij van oordeel, dat de klemtoon vooral op de hedendaagse Friese strijd moet vallen. Er zijn ook plannen gemaakt, om de betekenis van deze dag in de toekomst beter bekend te maken in alle lagen van het Friese volk en. het Rode Klif een Fries-nationale gedenkplaats te doen worden.”

Aldus het Deventer Dagblad. De Wildervanker krant De Noord-Ooster voegt daaraan toe: “Het is de bedoeling, hier in de toekomst naast de mast voor de Friese vlag een gedenksteen op te richten.” Bij de herdenking van 1949 is die mast aanwezig en kan de Friese vlag gehesen worden. Maar dat gebeurt op 26 september alleen daar, niet bij overheidsgebouwen.

De bestuurders kijken namelijk met argusogen naar het steeds sterker wordende Fries-nationalisme. Dit wantrouwen van de autoriteiten ontaardt op vrijdag 16 november 1951 in Kneppelfreed (knuppelvrijdag),  als de politie met veel geweld Friese activisten uiteen slaat.

Stichting Slach by Warns

Eerder dat jaar is begonnen met de aanleg van een monument op het Rode Klif. Daar is een stuk grond aangekocht, dat onder het beheer komt van de op 25 augustus 1951 opgerichte stichting “Slach by Warns”, die vanaf dan de jaarlijkse herdenking organiseert. In de statuten is te lezen wat precies de doelstelling van de stichting, en dus de herdenking is:

“De Friese gemeenschap gelegenheid bieden tot beleving van identiteit en gemeenschapsvorming; deze bewust maken van haar maatschappelijke positie als ‘kleine’ taalgroep; een stem geven aan die gemeenschap met het oog op haar democratische (mensen)rechten; en verantwoordelijk en moreel gedrag bespreken als kleine gemeenschap in een globaliserende wereld.”

Het monument, dat door vele honderden vrijwilligers wordt gebouwd, bestaat uit een onderlaag van zwerfkeien die in de glooiing van de IJsselmeerdijk zijn gevonden, bekroond met een 14 ton wegende zwerfsteen, die in de jaren dertig van de 20ste eeuw bij Tijnje (bij Drachten) bij grondwerkzaamheden is gevonden.

De kei van Tijnje

Volgens een hardnekkig Drents gerucht is die steen kort na de Slag bij Ane (1227) door Friese huurlingen, die in opdracht van de bisschop van Utrecht wraak namen op het opstandige Drenthe, geroofd uit het mythische Hunsow, en vervolgens bij Tijnje begraven. Maar enig concreet bewijs voor dit verhaal ontbreekt. Sterker nog: het zwerfkeienveld dat leidde tot het ontstaan van de mythe van Hunsow is ontstaan in de ijstijd, toen het pakijs rotsgesteente vanuit Scandinavië naar onze contreien voerde. Het ligt dan ook voor de hand dat de zwerfkei van Tijnje een zelfde oorsprong heeft.

Volgens een eveneens hardnekkig maar ditmaal Fries gerucht zou de aannemer, wiens arbeiders de Tijnjer steen vonden en uitgroeven, Gerrit Roorda uit Tijnje, een van de initiatiefnemer van het monument op het Rode Klif zijn geweest. Maar in contemporaine krantenartikelen over de Warnsherdenkingen van vóór 25 september 1951 wordt zijn naam niet genoemd. Sterker nog: de Leeuwarder Courant berichtte op die dag dat de zwerfkei “op verzoek” [van een comité van de Friese beweging] door Roorda ter beschikking was gesteld. Oftewel: duidelijk bewijs dat deze Gerrit Roorda niét tot de initiatiefnemers had behoord.

1952

Op vrijdag 26 september 1952 is het dan zover: het kakelverse monument op het Rode Klif wordt onthuld. Het Algemeen Handelsblad:

“In de grote zwerfsteen, welke in het midden van dit uit steenbrokken opgetrokken monument staat, is gegrift: “1345. Leaver dea as slaef.” (Liever dood dan slaaf). De onthulling van het monument geschiedde doordat de tweeling Aechje en Haeije Struikama uit Gaasterland een oorkonde inmetselden. Even van te voren was, onder het zingen van het Fries vlaggelied, de Friese vlag, die de inwoners van de gemeente Hemelumer Oldephaert en Noordwolde beschikbaar stelden nadat hun gemeenteraad een voorstel tot het aanbieden van een Friese vlag voor het monument had verworpen, gehesen. (…)”

“Namens het herdenkingscomité legde de heer P. Wybenga een verklaring af. De Friezen, die in de geschiedenis nooit een aanvalsoorlog hebben gevoerd, zo zei hij, hebben wel veel strijd moeten voeren tegen onrecht en verdrukking. Ook thans is dat nog nodig, want nog steeds hebben de Friezen hun rechten op het kiezen van hun eigen magistraatspersonen nog niet herkregen. Ook wees spr. op de noodzaak van verplicht Fries onderwijs op de scholen in Friesland. Er zal nog veel actie op staatkundig gebied nodig zijn, zo zei hij. De heer I. de Jong te Amsterdam zei in zijn toespraak, dat het Friese volk vrij van chauvinisme is, maar hard als graniet wanneer het gaat om de verdediging van zijn rechten. De Friese beweging staat nog midden in de strijd maar die strijd is niet zonder uitzicht; integendeel, er komen tekening en perspectief in.”

Memorabel

Wat toen gezegd werd is memorabel: veel van wat de sprekers toen beoogden is in de decennia erna bereikt: de Friese taal heeft een officiële status gekregen, en het Fries is in Friesland een verplicht vak geworden. Toch zijn er ook kanttekeningen bij bovenstaande verhaal te plaatsen: dat Friezen nooit aanvalsoorlogen hebben gevoerd is simpelweg niet waar. Friezen gingen op kruistocht – oftewel: uit plunderen in het Middenoosten. Ze waren willige strijders in de wraaktochten van de bisschop van Utrecht. En ook zullen Friezen betrokken zijn geweest in de vele koloniale aanvalsoorlogen die Nederland in het verleden voerde. Wat dat betreft was en is er voor borstklopperij geen enkele reden. Maar dit terzijde.

Na 1952

De jaarlijkse herdenkingen op het Rode Klif worden in de jaren na 1952 steeds door enkele honderden mensen bijgewoond. De autoriteiten doen niet aan de herdenking mee: lang weigeren Friese gemeentebesturen op de herdenkingsdag de Friese vlag te hijsen. Tot 1959, dan is het tij kennelijk gekeerd en geeft de burgemeester van Dokkum een toespraak, en wonen voor het eerst duizend mensen de herdenking bij.

Daarna kabbelen de herdenkingen rustig door, meestal bijgewoond door enkele honderden mensen. Tot 1992, als de herdenking gekaapt wordt door Vlaamse en Nederlandse rechts-extremisten van Voorpost (een afsplitsing van het Vlaams Blok), de Centrumdemocraten, het Nederlandse Blok en de Nederlands-Kroatische Werkgemeenschap. Tot ontsteltenis van velen krijgen zij spreektijd, waarbij Alfred Vierling van het Nederlands Blok zegt dat “voor een eensgezinde Friese strijd een gemeenschappelijke vijand nodig is, en dat daarom de politiek de provincie maar moet volstoppen met Marokkanen en Turken.”

Maar hij krijgt stevig weerwoord. Klaas Jansma, onder andere bekend van zijn colums over Friesland in het Friesch Dagblad, benadrukt in zijn toespraak dat etnische verscheidenheid in Friesland een goede zaak is. “Dat een Ghanees uit Leeuwarden, een Vietnamees uit Hallum, een zigeuner in Sint Nyk of een Joegoslaaf in Burgum bijna per ongeluk zeggen: “Ik ben een Fries”, aldus Jansma.” – aldus bericht het Nieuwsblad van het Noorden.

Kentering

De poging van de rechts-extremisten de herdenking over te nemen is een faliekante mislukking. Meer en meer Friezen spreken zich uit tegen hun verderfelijke gedachtengoed en ook tegen het bloed- en bodendenken, dat in sommige gelederen van de Friese Beweging aanwezig is. In 1993 is er dan ook geen plaats meer voor de rechts-extremisten.

E. van de Veen, dan voorzitter van de Stichting Slach by Warns, in het NRC Handelsblad: “Wij willen ze hier niet. Hier is geen plaats voor mensen die de afschuwelijke daden van het Derde Rijk, die bij een deel van ons nog vers in het geheugen liggen, ontkennen of goedpraten. Wat zij voorstaan, het geweld, het onrecht, het overheersen en de verheerlijking van het recht van de sterkste, het vertrappen van het recht van de zwakkeren, dat veroordelen wij vandaag bij deze herdenking.”

Dezelfde krant citeert ook P. van der Plank, een van de sprekers op de ochtendbijeenkomst, die beklemtoont dat niet de herdenking van een vrij onbelangrijke slag centraal staat op de ‘betinking’ (herdenking), maar de nieuwe slag tegen het opkomend fascisme. „Wij houden de fascisten vandaag buiten de deur. Het fascisme is de ideologie van de dood.” En bericht verder: “De Friese Beweging, een verzamelnaam van wetenschappelijke, culturele en politieke groeperingen die strijden voor het behoud van de Friese taal en cultuur, wijst het ‘volksnationalisme’ van extreem rechts af, aldus verschillende andere sprekers.”

Antifascisten in actie

Om de rechts-extremisten effectief te weren mobiliseert de organisatie een ordedienst van ruim vijftig man. Deze ordedienst, in het Fries “oarderploech”, bestaat deels uit mensen van het Frysk Anti Faksisme Komitee, de voorganger van de huidige Anti Fascistische Actie Fryslân (AFA Fryslân).

Anno nu

Op de door corona afgelaste herdenkingen van 2020 en 2021 na, zijn er sedert  1993 geen noemenswaardige incidenten gebeurd rond de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Warns, die dus eigenlijk de herdenking van de Slag bij Stavoren is, en die dus niet op of bij het Rode Klif plaats vond.

Ik vroeg daarom, ruim een maand geleden, aan stichting Slach by Warns of er ooit nagedacht is om de naam in Slach by Starum te wijzigen?

Woordvoerder Bruno Remmler antwoordde, op 11 december 2022: “We komen hier zo spoedig mogelijk op terug.”

Dit is deel 2 van een drieluik over de Slag bij Stavoren die onterecht wordt aangeduid als de Slag bij Warns, de herdenkingen bij het Rode Klif en de tekst “Leaver dea as slaef”.
Deel 1: Tota Frisia? slag bij Warns? Nee – Slag bij Stavoren!
Deel 3: De geschiedenis van het “leaver dea as slaef”.

Foto: CC BY-SA 3.0 –  Bouwe Bouwer, 2005

Bronnen bij dit deel

De krantenartikelen die voor dit artikel gebruikt zijn stammen uit Delpher, het digitale krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek Den Haag.
Dr. G.R. Zondergeld. De Friese Beweging in het tijdvak der beide wereldoorlogen. De Tille, Leeuwarden, 1978. Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen.

Klik hier voor donaties aan Bart FM Droog (direct, via Paypal).

[paytium name="Eenmalige donatie" description="Donatie Bart FM Droog - "] [paytium_dropdown label="Ik waardeer met" options="1,50/3/5/10/25/100/250" options_are_amounts="true" /] [paytium_total label="Mijn gekozen waardering" /] [/paytium]

Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie.
Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.