Irak: 15 jaar cel voor antieke scherven, echte rovers gaan vrijuit

Irak gaf een 66-jarige Brit die antieke scherven wilde meenemen naar huis vijftien jaar cel. Daarentegen gaan Iraakse plunderaars van archeologische vindplaatsen al jarenlang vrijuit en is niemand berecht voor de enorme schade die ISIS toebracht aan het Iraakse erfgoed.

Een gepensioneerde Britse geoloog heeft in Bagdad vijftien jaar cel gekregen omdat hij geprobeerd heeft twaalf potscherven en andere eeuwenoude voorwerpen Irak uit te smokkelen. De 66-jarige had met een groep toeristen de antieke Mesopotamische site Eridu bezocht in de Iraakse Dhi Qar provincie. Het is een van de oudste archeologische sites ter wereld en staat op de Wereld Erfgoedlijst van Unesco.

De voorwerpen zouden dateren uit 1800 BC. De Brit zei tegen de rechter dat hij zich van geen kwaad bewust was. Hij deed dit wel vaker als hij op reis was. De voorwerpen waren voor persoonlijk onderzoek, niet voor verkoop. Ook zijn gids, die zeer ervaren was, belandde in de gevangenis. Hij zou twintig scherven bij zich hebben gehad. Deze 85-jarige overleed aan een hartaanval bij zijn aanhouding.

Vijftien jaar gevangenisstraf is veel in een land waar corruptie onbestraft blijft en militieleden die betogers mishandelen, ontvoeren en vermoorden niet vervolgd worden. Het is ook veel in een land waar de radicale moslimgroep ISIS voor vele miljoenen aan erfgoed heeft geroofd en vernield, zonder dat er ooit iemand voor is berecht. Voor ISIS waren de inkomsten uit de roof van erfgoed onderdeel van haar verdienmodel. Vijf jaar nadat de groep uit Irak werd verdreven is er echter niets bekend over pogingen de geroofde kostbaarheden terug te vinden.

Lucht

Voor de Britse geoloog kwam de veroordeling mede daarom wellicht uit de lucht vallen. Ook zijn advocaat had gerekend op een jaar voorwaardelijk. In Irak gaan echter steeds meer stemmen op om geroofd erfgoed terug te eisen. Belangrijke voorwerpen staan in Britse en Franse musea. In de tijd dat die twee landen grote delen van het Midden-Oosten beheersten, hadden archeologen de gewoonte de meest waardevolle vondsten mee naar huis te nemen.

Irak is een goudmijn voor smokkelaars, met heel veel archeologische sites die nog niet eens onderzocht zijn. Na de Golfoorlog van 1991 tot na de Amerikaanse inval van 2003 zijn tal van die plekken geplunderd, mede als gevolg van een gebrek aan toezicht. Ook de Unesco-site waar de Brit zijn voorwerpen vergaarde werd en wordt nog steeds niet bewaakt.

Plunderingen komen voor tijdens iedere oorlog, en overal ter wereld. Zo komt nu uit Oekraïne het bericht dat de Russen tweeduizend unieke voorwerpen hebben verwijderd uit musea in de door hen veroverde stad Mariupol. Daaronder zijn waardevolle, oude iconen. Maar Irak heeft er vanwege de vele oorlogen in verhouding wel heel vaak mee te maken gehad.

Zo zijn in de chaos na de val van Saddam in 2003 ook musea leeggeroofd. In maart ging in Bagdad een tentoonstelling open van zo’n honderd geroofde schilderijen en beelden uit 1940-1960, die met veel moeite zijn teruggevonden. Ze waren doorverkocht naar verzamelaars en musea in Zwitserland, de VS, Qatar en Jordanië. Een kostbaar schilderij werd teruggevonden in een Bagdadse antiekwinkel. De verkoper had geen idee van de waarde. Ze zijn onderdeel van zo’n zevenduizend werken die in 2003 verdwenen, waarvan er ongeveer 2300 terug zijn in Irak.

Antiek

Hoe groot het probleem is, blijkt wel uit het feit dat de afgelopen jaren tienduizenden antieke voorwerpen die illegaal naar Amerika waren vervoerd, naar Irak zijn teruggebracht. De jongste lading van zeker twintig kratten bestond uit 17.000 voorwerpen. Die zijn vorig jaar augustus door  de Iraakse premier Kadhimi terug naar Bagdad gebracht. Zo’n 12.000 voorwerpen daarvan waren via een veilingbureau terechtgekomen bij het Museum van de Bijbel in Washington.

Die zaak kwam vier jaar eerder aan het rollen toen het Amerikaanse ministerie van Justitie de christelijke organisatie achter die aankopen, Hobby Lobby, een boete van 3 miljoen dollar oplegde. Het had de herkomst van meer dan 5000 voorwerpen niet gecontroleerd. Toen Hobby Lobby als gevolg van de uitspraak ook andere voorwerpen in haar bezit en dat van het Museum van de Bijbel onderzocht, bleek dat duizenden daarvan ook illegaal uit Irak kwamen.

Deel waren het kleitabletten en zegels uit de verloren antieke stad Irisagrig – die plunderaars eerder bleken te hebben ontdekt dan de archeologen. Maar nog belangrijker was het fragment van een 3500 jaar oud kleitablet met daarop het Gilgamesh epos. Dat is een van de oudste literaire werken ter wereld. Het Museum van de Bijbel had er 1,6 miljoen dollar voor betaald. Het was onderdeel van zijn tentoonstelling, vanwege het feit dat het epos melding maakt van een Eden en een grote overstroming vergelijkbaar met die uit de latere Bijbel.

In september ging ook dat terug naar Irak. Tijdens de ceremonie die ter gelegenheid daarvan in Washington werd gehouden, zei de Iraakse ambassadeur in de VS, Fareed Yasseen: “Onze geschiedenis is belangrijk voor ons. We worden erdoor gemaakt. We zijn een oud land, en dat kan je niet van ons afnemen.”

Kelder

In Mosul, Iraakse tweede stad die vanaf 2014 drie jaar lang de hoofdstad was van het ISIS-kalifaat, is een deel van de voorwerpen die de groep uit het Museum voor de Oudheid stal, na de bevrijding teruggevonden in een kelder waar ze waren opgeslagen. Belangrijke andere voorwerpen, zoals twee beroemde gevleugelde stieren (lamasu’s) uit de Assyrische periode, zijn echter vernield. Een deel van de vernielde voorwerpen is met pijn en moeite gerestaureerd en worden weer tentoongesteld.

Toen de ISIS-video’s van de vernielingen in het Mosulse museum naar buiten kwamen, waren er nogal wat Irakezen die verzuchtten dat veel van hun erfgoed gelukkig veilig was in buitenlandse musea. Bovendien weten Irakezen dat veel antieke voorwerpen alleen maar in het buitenland terecht zijn gekomen dankzij plunderende landgenoten voor wie de verdiensten vooropstonden.

Het probleem is dat de overheid een dubbele boodschap afgeeft over het belang van het erfgoed voor de Irakezen. Aan de ene kant worden archeologische vindplaatsen en de vele sites waar nog geen opgravingen plaatsvinden niet bewaakt. Daardoor is het wel erg makkelijk er waardevolle fragmenten weg te halen. Er zijn weinig gevallen bekend van Iraakse erfgoedplunderaars die zijn bestraft. En bij geen van de processen tegen ISIS-aanhangers speelde de vernietiging of diefstal van erfgoed een rol.

Anderzijds zette het Iraakse ministerie van Cultuur zich in om duizenden scherven en fragmenten die illegaal uit Irak zijn weggehaald en die Hobby Lobby aankocht, terug te halen. Het feit dat ze meekwamen met het vliegtuig van Iraakse premier, gaf ook het belang daarvan aan.

Louvre

Irakezen volgen met interesse hoe Griekenland onlangs een paar friezen uit de Acropolis terugkreeg uit Italië. En ook hoe het zich al jaren inzet om de zogenoemde Elgin Marbles terug te vorderen van het British Museum. Want ja, die Iraakse Lamasu en de Steen van Hamurabi staan dan wel veilig in het Franse Louvre, het is wel Iraaks erfgoed. En dat hoort in Irak, vinden velen.

De hoge straf voor de Britse geoloog lijkt vooral een poging om erfgoedrovers zoveel angst aan te jagen, dat ze afzien van diefstal. De vraag is of dat zal werken; daarvoor valt er te veel mee te verdienen. Zolang er nog verzamelaars, handelaren en musea zijn die flink willen betalen voor dit soort voorwerpen, zullen er dieven zijn die het erop wagen.

Als de veroordeling een ding duidelijk maakt, dan is het wel machteloosheid. Hier is een geoloog die betrapt is met een relatief kleine hoeveelheid voorwerpen (waarvan de waarde vermoedelijk niet erg hoog is, anders had dat een rol gespeeld in het proces) en flink is bestraft. Maar de dieven die de 17.000 voorwerpen buitmaakten die uiteindelijk bij Hobby Lobby en het Museum van de Bijbel terechtkwamen, zijn nooit gepakt. Die gaan al jarenlang vrijuit en kunnen hun werk ongestoord voortzetten.

Mijn gekozen waardering € -

Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten