Joke Roelfsema: ‘Het verlies van mijn zoon is onderdeel van mijn leven’

Joke Roelfsema werkte als manager in de zorg, toen in 2017 haar zoon Michiel verongelukte. In haar boek "Wat is er gebeurd?" beschrijft ze haar rouwproces waar zij doorheen moest.

Op een zondagmorgen om half tien wordt Joke opgeschrikt door de deurbel. Het zijn twee agenten van de politie Groningen. Haar zoon Michiel (21) is die ochtend dood aangetroffen naast het spoor, onder een viaduct.
‘Is het een ongeluk, is het een bewuste keuze of is hij geduwd? Dat zijn vragen die we gaan onderzoeken,’ zegt de ene agent.
Ongeloof en verbijstering zijn de eerste reacties. Diezelfde zondagmiddag nog belt Joke haar leidinggevende, Aafke. Want ‘Hoe moet het met mijn werk?’ is toch het eerste wat door haar hoofd gaat.

Overlevingsmodus

In het hoofdstuk ‘Verlies’ beschrijft Joke indringend de chaotische stroom van gewaarwordingen: emotionele gesprekken met haar dochter en met haar moeder, de autorit naar het Groningse politiebureau, het bezoek aan het mortuarium. En ja, ze gaat ook met haar man en Aafke naar haar werkplek, om de mooie stilteruimte te zien die collega’s voor Michiel hebben ingericht, met bloemen en kaarsen.
Joke: ‘Tegelijk merkte ik toen dat ik zelf de medewerkers liep te troosten. Ik vond het zo erg voor hén; bij mijzelf was het nog niet echt binnengekomen. Ik zat in de overlevingsmodus. Die eerste week kon het nog lijken alsof Michiel bijvoorbeeld op vakantie was. Iedereen riep: “O, als dat míj zou overkomen …!” terwijl ik zelf geen idee had wat het zou betekenen om hem te missen. Maar na een poosje draait de wereld weer door. En dan komt het besef: wacht eens, hij komt écht nooit meer terug. En nu?’

Werk

Vlak na de uitvaart is Jokes eerste impuls: ik stop met werken.
‘Ik dacht: wat heeft alles nog voor zin? Als mijn kind er niet meer is, wie ben ik dan nog als moeder, als vrouw, als manager? Maar ik had zo’n geluk met Aafke. Ze zei: “Dit is geen tijd om beslissingen te nemen. We kijken het gewoon dag voor dag aan.” Ik kreeg alle ruimte om uit te zoeken waar ik wel of niet aan toe was. Eenmaal schoot me ’s nachts iets te binnen en dacht ik: ‘Oh, ik had die-en-die medewerker iets beloofd …’ En dan belde ik haar de volgende dag om dat door te geven. Maar ik wou niet uit mijn huis. En zoals dat gaat met rouw: op sommige momenten kun je weer van alles. Je staat ’s ochtends op om koffie te zetten en je gaat aan de slag. Maar na twee uur is je accu weer leeg. En het liefst wil je weer in bed kruipen, want je hebt nergens meer energie voor.’

Al kon Joke het zelf niet opbrengen om naar haar werkplek te gaan, de collega’s bleven naar haar uitreiken. ‘Dat was heel belangrijk. En dat hoefde voor mij echt niet met bezoekjes, maar daar is iedereen verschillend in. Ik kreeg ontzettend veel kaartjes, berichtjes, appjes … Die warmte deed zoveel goed. De secretaresse zei op een bepaald moment: “Wat kan ik voor je doen?” Ik zei: “Nou, jij kunt zo goed koken. Kook alsjeblieft iets. Gewoon aardappels, vlees en groente.” En dan bracht ze voor twee personen warm eten met een toetje. Fantastisch.’

Kerstpakketten

Geleidelijk bedacht Joke kleine dingetjes die ze wel wilde doen. ‘Zoals helpen met kerstpakketten uitdelen. Dan zie je iedereen weer even, maar met zo’n honderd medewerkers heb je geen tijd om uitgebreid te praten. Ik hoefde ze alleen maar fijne feestdagen te wensen. Dat was een mooie, niet-intensieve manier om toch even contact te hebben.’
Naderhand kreeg ze behoefte om weer wat vaker haar werkplek op te zoeken. ‘Voordeel was dat ik als manager een eigen kamer had en me dus kon terugtrekken. In een kantoortuin was het moeilijker geweest, want dan zouden mensen me telkens kunnen vragen: “Hoe gaat het met je?” Lief bedoeld natuurlijk, maar daar zag ik erg tegenop. Want ik had geen antwoord. Als je in de rouw bent, wisselt het van dag tot dag, en van uur tot uur.’
Door de ruimte die Aafke en de overige werkkring haar boden, kwam Joke na vier à vijf maanden tot de ontdekking dat ze haar bakens wilde verzetten. Ze merkte dat het individueel begeleiden van mensen haar goed lag en besloot om een opleiding tot Transformationeel Coach te gaan volgen.

‘Wat is er gebeurd?’

‘Bij een coachopleiding heb je van die voorstelrondjes waarbij je iets over jezelf moet vertellen. Dus dan gaat dat van: “Ben jij getrouwd? Heb je kinderen?” – “Ja, ik heb twee kinderen.” − “Leuk! Wat doen ze?” Tja, dan draai ik er niet omheen: “Nou, mijn zoon is overleden.” – “O, sorry …” En ja hoor, dan komt die vraag: “Wat is er gebeurd?” En ik zeg: “Nou, daar gaan we het nu niet over hebben.” Ik weet namelijk zelf niet eens precies wat er is gebeurd.
Maar kijk, dit waren wel de dingen waar ik doorheen moest. En daarbij moest ik mezelf ook weer aardig leren vinden. Accepteren dat het prima is om een keer te zeggen: “Hou erover op!” Dat ook een kort lontje bij rouw hoort. Ja, het klinkt zo makkelijk: “Wees lief voor jezelf” – maar hoe doe je dat dan? Wat betekent dat? Nou, bijvoorbeeld dat je gewoon mag zeggen: “Ik wil het er niet over hebben.” En dan niet achteraf denken, zoals ik eerst wel deed: oh, wat ben ik toch een bitch … Nee! Als rouwende ben je kwetsbaar. Je bent van porselein.’

Op de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ had ik geen antwoord. Als je in de rouw bent, wisselt dat van dag tot dag en van uur tot uur

Sinds 2020 heeft Joke een eigen praktijk voor rouwcoaching. ‘En ik vraag aan cliënten dus nooit: “Wat is er gebeurd?” Als iemand zegt: “M’n vader is overleden en ik weet me er geen raad mee,” vraag ik: “Hoe is het op dit moment met jou? Wat merk je? Waarvan heb jij de meeste last?’ Daar gaat het om. Als het van belang is hoe iets is gebeurd, vertellen mensen dat vanzelf een keer.  Doen ze dat het niet, dan is het voor mij niet relevant. Maar dit heb ik zelf ook pas in de afgelopen jaren geleerd, hoor.’

Bijwerkingen

In haar boek Wat is er gebeurd? geeft ze ook adviezen aan medewerkers, teams, leidinggevenden en organisaties: hoe reageer je bij een geval van overlijden? Ook vertelt ze wat er waarschijnlijk met Michiel is gebeurd. ‘Ik ging die vraag steeds uit de weg, tot ik dacht: en nu schrijf ik het op. Maar dan wil ik ook vertellen wíé Michiel was. Want hij is meer dan zijn dood, meer dan zijn ongeluk. Er zit een prachtige persoon achter dit verhaal.’

De tragedie begon met een vrolijk plan binnen zijn vriendengroep: ze zouden samen een spacecake gaan bakken. Perfectionistisch en leergierig als Michiel was, had hij op de website van de Jellinek nauwkeurig uitgezocht hoe ze dat moesten aanpakken: geen alcohol drinken, geen vet eten enzovoort. Daar hadden ze zich keurig aan gehouden. Toch viel de cake toch bij de hele groep verkeerd: al gauw voelden ze zich hondsberoerd.

En er was één ding wat ze níet wisten van cannabis, maar wat Joke achteraf van een rechercheur hoorde: dat het werkzame bestanddeel THC gevaarlijke bijwerkingen kan hebben. Zoals motorische en evenwichtsstoornissen, symptomen die verergeren zodra je in beweging komt. Joke: ‘En toen iedereen misselijk werd, besloot Michiel om naar huis te gaan. Lopend.’
Vermoedelijk boog Michiel zich halverwege over de leuning van het viaduct om over te geven, kon zich niet meer oprichten, verloor zijn evenwicht en viel.
‘Tja, het blijft speculeren,’ zegt Joke. ‘In het begin zoek je alsmaar: hoe kwam dit, wat had er anders gekund? Maar het is niet aan te tonen.’

Bagatelliseren

Het verlies van een kind geldt als het ergste wat iemand kan overkomen. Toch wil Joke dat niet zo absoluut stellen. ‘Ik begeleid ook mensen die hun partner hebben verloren. Dan denk ik: dat zou ik helemaal niet aankunnen. Is je kind verliezen erger? Ik weet het niet. Volgens mij zijn er geen echte gradaties. Dat zou ook onrecht doen aan ieders verdriet.
Wanneer je als volwassene een van je ouders verliest, bagatelliseren mensen dat vaak: “Ja, maar je moeder was toch ook 83?” Daarmee gaan ze zó voorbij aan het feit zij jouw moeder was! Natuurlijk kun je opgelucht zijn, als haar bijvoorbeeld leed bespaard is gebleven. Maar meteen daarna denk je wel aan de moeder die ze was en bij wie je altijd terechtkon. Zo is het ook met een partner, of goede vrienden. Sommige mensen zijn al veertig, vijftig jaar bevriend. Ook dan voel je die gehechtheid; dat is familie die je ooit hebt gekozen. Ik heb gelukkig met Michiels vrienden nog een goede band.’

En, voegt ze eraan toe, het is zo ontzettend belangrijk om over het verlies in gesprek te kunnen gaan. ‘Verlies hoort bij het leven. Alleen vinden mensen het lastig om erover te praten: “Moet ik er wel of niet over beginnen?” Tja, dat vind ik zelf ook moeilijk bij rouwende mensen. Vaak hoor ik, vooral van vrouwen, dat hun omgeving een paar maanden na het overlijden van een partner zegt: “Zit je al op een datingapp? Want het leven gaat door …!” Niet om diegene pijn te doen, maar omdat mensen er moeite mee hebben om al dat verdriet aan te zien. Mensen gunnen je dat het beter met je gaat, maar hebben tegelijk allerlei aannames over wat je als rouwende wel en niet moet doen.’

Zingeving

‘Ik wilde heel graag die coachopleiding gaan volgen. Dat had ik nodig. Toch zeiden sommigen: “Is dat nu wel verstandig? Want bij een coachopleiding gaat het helemaal over jezelf… Is dit wel het juiste moment?” Nou, een beter moment was er niet! Het heeft mij ontzettend geholpen. Ik heb geleerd wie ik ben, en dat het verlies van mijn kind onderdeel is van mijn leven. Die rouwcoaching was ik nooit gaan doen als ik Michiel niet had verloren.
En dan hoor je weer: “Ben je er dan blij om?” Néé! Ik ben intens verdrietig, nog steeds. Dagelijks denk ik: o Michiel, wat mis ik je … Maar ik ben wel blij met wat eruit voortgekomen is, met wat er in mij veranderd is. Ik heb geleerd om pijn te doorvoelen in plaats van uit de weg te gaan. Ik doe nu alleen nog dingen die ik echt belangrijk vind. En ik voel dat rouwcoaching mijn pad is. Dit is de zin die ik mag geven aan het verlies van Michiel.’

Joke Roelfsema: Wat is er gebeurd? Verlies, rouw en een zoektocht naar zingeving.
Zilt, 2023. 176 blz. Prijs €22,99

Mijn gekozen waardering € -

Van Friese afkomst, maar geboren en getogen op de Veluwe. Na het gymnasium deed ik één semester Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna belandde ik op het conservatorium in Zwolle (nu ArtEZ) en begon als muziekstudent met het recenseren van concerten en cd's. Na mijn eindexamen verbreedde dit schrijfwerk zich naar meerdere genres en opdrachtgevers.
Van 1991-1998 studeerde ik daarnaast psychologie in deeltijd aan de Universiteit Utrecht.
Journalistieke aandachtsgebieden: human interest, cultuur, zingeving.