Knuffelen is goed voor kinderen

Babys die regelmatig geknuffeld worden, ontwikkelen zich beter op allerlei vlakken en die positieve effecten blijven hun hele leven zichtbaar. Hoe werkt dit precies en hoe vaak is "regelmatig"?  

´Het kost een flinke dosis zelfbeheersing om het kindje niet uit het bedje te halen en te sussen. Maar wie volhardt helpt het kleintje bij zijn eerste schrede op weg om ’n flink en beheerst mens te worden.

In een boekje uit 1960 over de verzorging van ‘Onze Baby’ worden jonge moeders nog aangemoedigd om zichzelf te beheersen en hun baby´s vooral níet te veel te knuffelen. Bij het verzorgen van de baby ging het vooral om reinheid en regelmaat. Baby’s moesten stevig worden ingebakerd en elke drie uur – op de klok – worden gevoed. Huilde de baby? Dan liet je hem of haar gewoon liggen. Een baby veel knuffelen werd gezien als verwennerij…

Inmiddels weten we dat knuffelen juist goed is voor baby´s. De positieve effecten van knuffelen zijn legio. Het vermindert stress, het verhoogt de weerstand en het geeft een ontspannen gevoel. Het werkt als een pijnstiller en het bevordert genezing en groei. Het stimuleert de spijvertering, het vergroot het vermogen om te leren en het maakt socialer en vriendelijker. Knuffelen is zo’n beetje het beste wat je kunt doen met/voor je baby…

‘Je kunt er dan ook niet vroeg genoeg beginnen,’ zegt Minke den Heijer,  orthopedagoog en oprichter van Babykennis Academie, een organisatie die gespecialiseerd is in de mentale gezondheid van baby’s en peuters. Minke: ‘De vroegste babytijd is één van de belangrijkste periodes in het leven van een mens. In de eerste 1000 dagen wordt het fundament gelegd voor onze verdere ontwikkeling. Onze eerste levenservaringen, als we nog helemaal afhankelijk zijn van onze primaire verzorgers, leggen de basis voor de rest van ons leven.’

Voortschrijdend inzicht

Een belangrijk onderzoek dat onze kijk op knuffelen veranderde, was dat van de Amerikaanse psycholoog Harry Harlow. In een experiment dat vandaag de dag als omstreden en harteloos zou worden aangemerkt, toonde Harlow dat babyaapjes die na de geboorte gescheiden waren van hun moeder, een zachte kunstaap zónder voeding verkozen boven een ijzeren kunstaap mét voeding. De aapjes kozen kortom knuffelen boven eten.

Wat eigenlijk vrij voor de hand ligt, was nu ook wetenschappelijk bewezen: geborgenheid is een basisbehoefte van baby-dieren. Het is essentieel voor een normale en gezonde ontwikkeling. Dat geldt voor babyaapjes én voor mensenbaby’s. Want inmiddels hebben vele onderzoeken aangetoond dat lichaamscontact (knuffelen) de gezondheid van baby’s op allerlei manieren stimuleert. Ook bij vroeggeboren baby’s in de couveuse zien we dat aanraking de ontwikkeling bevordert.

´Door al die wetenschappelijke inzichten, zijn we anders gaan kijken naar het belang van knuffelen en lichaamscontact,´ zegt Minke den Heijer. ‘We weten nu bijvoorbeeld ook dat lichaamscontact bij pasgeboren baby´s direct na de geboorte heel belangrijk is. Het ondersteunt de ontwikkeling van allerlei vitale functies zoals eten, slapen en huilen en het is belangrijk voor de ontwikkeling van een gezonde ouder-kind  relatie.’

Het gouden uur

Waar vroeger de baby direct na de geboorte werd meegenomen om gewogen, gewassen en aangekleed te worden, is nu het devies: zo snel mogelijk bij mama op de borst. Het Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheid attendeert zwangere vrouwen op het belang dit zogenaamde ’gouden uur’: het allereerste uur na de geboorte van de baby.

Huid-op-huid contact tijdens deze eerste kennismaking tussen moeder en kind is volgens Nynke Steenbergen, adviseur van het NCJ, heel belangrijk: ‘In dit ‘gouden uur’ wordt de basis gelegd voor de band tussen moeder en kind. De vele voordelen ervan zijn wetenschappelijk bewezen. Het bevordert de hechting, het reguleert de lichaamstemperatuur, vermindert stress, stabiliseert de stofwisseling en zorgt voor een hogere kans van slagen van borstvoeding.’

Een baby heeft aanraking nodig om te overleven

We kunnen wel stellen dat aanraking voor een baby van levensbelang is. Een pasgeboren baby is voor warmte, voeding en zorg volledig afhankelijk van volwassenen. Door te huilen en te spartelen, zoekt een baby contact, geborgenheid en veiligheid. Aanraking brengt de baby tot rust. Evolutionair gezien vergroot een baby met dit gedrag zijn/haar kans om te overleven. Het is niet voor niks dat de tast zich al zeven of acht weken na bevruchting in de baarmoeder ontwikkelt, veel eerder dan bijvoorbeeld zicht (ogen) of horen (oren)…

Tast en aanraking vormen een belangrijke motor voor de ontwikkeling van een kind. Dit proces wordt gekatalyseerd door het hormoon oxytocine. Als mensen (of dieren) elkaar liefdevol aanraken, strelen en omhelzen, maken de hersenen dit hormoon aan. Het zorgt ervoor dat de bloeddruk daalt, de hartslag rustiger wordt en de aanmaak van stresshormonen vermindert. Oxytocine wordt daarom ook wel het knuffelhormoon genoemd.

Oxytocine stimuleert ook de band tussen ouder en baby. Met andere woorden: onder invloed van het hormoon oxytocine voel je je tevreden, rustig én geborgen! De perfecte omstandigheden voor groei en ontwikkeling. Minke den Heijer van Babykennis Academie: ‘De hersenen van een baby groeien heel hard. Knuffelen creëert de perfecte omstandigheden voor die groei. Het zorgt voor een veilige basis van waaruit je kind de wereld kan ontdekken. Knuffelen ondersteunt ook de ontwikkeling van het emotionele brein.’

Het emotionele brein

Het emotionele brein wordt ook wel het zoogdierenbrein genoemd. Dit deel van de hersenen is evolutionair gezien een oude, diepe structuur. Het ligt in het midden van de hersenen, boven het reptielenbrein. Andere zoogdieren hebben dit deel van de hersenen ook. Het emotionele brein regelt alles wat met emoties en affectie te maken heeft. Het onthoudt en reguleert gevoelens van liefde, genegenheid, verdriet en angst. Het stuurt de zogenaamde fight flight reactie* en stimuleert automatische, instinctieve reacties zoals woede en angst.

Een goed ontwikkeld emotioneel brein zorgt voor emotionele stabiliteit. Knuffelen ondersteunt die ontwikkeling. Kinderen die genoeg geknuffeld zijn, ervaren in de puberteit en daarna minder angst en hebben meer zelfvertrouwen. Een goed voorbeeld is het onderzoek van Harvard-neuroloog Charles Nelson, die in de jaren ’90 het verschil tussen geadopteerde weeskinderen uit Roemenië en een groep Engelse kinderen van dezelfde leeftijd uit liefdevolle gezinnen onderzocht.

De jongvolwassen adoptiekinderen hadden in hun thuisland voldoende eten gekregen, maar geen aandacht, liefde of knuffels. Hersenscans lieten zien dat het totale hersenvolume van de weeskinderen acht procent lager was dan dat van de Engelse controlegroep. Ook bleek het gemiddelde IQ van de kinderen uit Roemenië significant lager en hadden zij vaker last van AD(H)D en depressieve klachten.

Regelmatig knuffelen is dus goed voor de algehele ontwikkeling van kinderen. Maar hoe vaak is regelmatig? En knuffel je een kleuter even vaak als een baby? Als je baby gaat kruipen en daarna lopen, wordt de afstand tussen jou en je kind vanzelf een beetje groter. Een kind dat zich veilig voelt in de wereld, heeft niet meer de hele dag de veilige bescherming van jouw armen nodig. Loslaten is belangrijk. Maar knuffelmomentjes ook…

Er zijn geen richtlijnen

Er zijn geen strakke regels of richtlijnen voor hoe vaak je ‘moet’ knuffelen. Ieder kind is anders en ieder kind heeft andere behoeftes. Minke: ‘Let op het gedrag van je kind. Kinderen kunnen goed aangeven of ze meer of minder willen knuffelen. Als ouder is het belangrijk dat je regelmatig laat merken aan je kind dat je beschikbaar bent voor een knuffel. Vooral op moeilijke momenten, bijvoorbeeld bij verdriet, boosheid of teleurstelling. Maar ook voor het slapen gaan en op feestelijke en gezellige momenten kan het fijn zijn om even lichamelijk contact te zoeken. Dit soort knuffelmomentjes zijn meestal dagelijkse kost…’

Als je kind niet wil…

Niet alle kinderen houden van knuffelen. Wat te doen als je kind er niet van houdt? Moet je  kinderen knuffelen tegen wil en dank? ‘Dat gaat te ver,’ zegt Minke van der Heijen. ‘Actief knuffelen is belangrijk. Het initiatief nemen tot knuffelen is zeker goed. Het is ook goed om je kind te knuffelen als het zelf toenadering zoekt bij angst of stress. Maar forceer niks. Respecteer de grenzen van je kind. Worstelt je kind zich los, laat het dan gaan. Forceren van lichaamscontact werkt averechts.’

Kun je kinderen ook te veel knuffelen? Het idee dat je je baby verwent door veel te knuffelen, is inmiddels achterhaald. Als je baby huilt, dan is er iets en jij kunt (in de meeste gevallen) dat probleem oplossen. De behoefte van je kind aan lichamelijk contact en bescherming is even reëel als de behoefte om te plassen, eten of drinken.

Minke: ‘Maar blijf goed op de signalen van je kind letten, vooral als het groter wordt. Op het moment dat je kind behoefte heeft aan meer zelfstandigheid en je dwingt je kind (vaak onbewust) om toch bij je in de buurt te blijven, dan ga je voorbij aan de autonomie-behoeften van je kind. Je kind kan dan het gevoel krijgen dat het niet klaar is voor een volgende zelfstandige stap en dat doet iets met de ontwikkeling van het zelfvertrouwen. In het contact met je kind gaat het telkens om de balans tussen het vertrouwen geven dat ze iets zelf kunnen en geborgenheid bieden, bijvoorbeeld door knuffelen.’

Is je kind nog een baby of je kleintje dol op knuffelen? Hou je dan vooral niet in en knuffel hem of haar zoveel je wilt! De tijden dat we onze baby’s alleen in hun bedje lieten huilen, zijn gelukkig voorbij…

Kader

Babykennis Academie
De Babykennis Academie verzorgt scholing, training en behandelingen aan zorgprofessionals en ouders rondom de relatie tussen ouders en baby. Alle programma’s zijn ontwikkeld vanuit de Infant Mental Health-visie, een wetenschappelijk visie die ervan uitgaat dat de ontwikkeling van kinderen beïnvloed wordt door de relatie met hun ouders en verzorgers. De basis van deze relatie wordt tijdens de zwangerschap gelegd en de eerste levensjaren zijn heel belangrijk omdat het babybrein ontzettend snel groeit en de baby volkomen afhankelijk is van de ouders/verzorgers.  babykennis.nl

Huidhonger
Tijdens de corona-pandemie kwam de term ‘huidhonger’ in het leven. Het leek of iedereen het knuffelen miste. Wetenschappelijk magazine Quest deed onderzoek naar de Nederlandse behoefte aan knuffelen. Wat bleek? Het merendeel van de mensen vond het nieuwe normaal zonder zoenen en knuffelen helemaal niet zo erg. Nederlanders zijn minder dol op knuffelen dan je zou denken. Maar hoe komt dit? Houden we écht niet van knuffelen of zijn we het niet gewend (omdat we wellicht vroeger zelf niet geknuffeld zijn?)?

Couveuse
Onderzoekers van de Bar-Ilan Universiteit in Israël onderzochten in 2013 de ontwikkeling van te vroeg geboren baby’s die twee weken doorbrachten in de couveuse. Ze lieten 73 baby’s elke dag een uur vasthouden door hun moeder, en 73 baby’s fulltime in de couveuse. De baby’s die elke dag waren vastgehouden hadden een sterkere band met hun moeder én ontwikkelden zich cognitief beter. Zelfs jaren later, konden zij beter omgaan met stress dan de kinderen uit de andere groep.

Fight or Flight
De fight or flight reactie (vecht- of vluchtreactie) is een automatische lichamelijke reactie op een stressvolle of angstige gebeurtenis. Een bepaalde dreiging activeert een acute stressreactie die het lichaam voorbereidt op vechten of vluchten. Deze reactie is evolutionair en bedoeld om onze overlevingskansen in bedreigende situaties te vergroten. Overmatige activering van de vecht- of vluchtreactie kan lijden tot een angststoornis.

BedSharing
Bedsharing – het samen slapen met je kind in één bed – is een gevoelig onderwerp. Sommige ouders zweren erbij omdat het de hechting bevordert, de band tussen moeder en kid stimuleert door het fysieke contact en omdat het borstvoeding vergemakkelijkt. Tegenstanders keuren het af omdat het o.a. het risico op wiegendood (SIDS) zou verhogen.

Foto van Eye for Ebony via Unsplash

 

Mijn gekozen waardering € -

De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is cultureel antropoloog, uitgever van de Natuurkrant en eigenaar van Uitgeverij 11