Steeds vaker worden schaapherders ingezet om graslanden, heidevelden en andere terreinen te begrazen. In de duinen bij Castricum graast de kudde van schaapherder Daphne Hogeweg. ‘Ze verdienen hun geld met wat ze het liefste doen: eten. Kan het mooier?’

STEUN RO

Ze studeerde geschiedenis en fotografie en had een carrière voor ogen in het museum. Maar de  museumwereld viel haar tegen, veel liever wilde ze werken met dieren. Nu is ze elke dag buiten op pad met haar schapen en geniet ze met volle teugen van haar werk. ‘Dit is voor mij de meest diervriendelijke manier van werken met dieren. Ik hoef ze niet uit te buiten, we werken samen.’

We spreken af bij een duiningang vlak naast camping Bakkum. De kudde staat een stukje verderop in een duinvallei. Als we aankomen bij de kudde, schakelt Daphne de elektriciteit uit die op het rasterhek staat en maakt een opening voor de schapen. Bordercollie Silke rent om de kudde heen, werpt een intense blik naar de schapen en hop… de hele kudde komt in beweging.

‘Silke heeft bijzonder veel eye,’ legt Daphne uit, ‘Ze is een felle tante en overdrijft een beetje, maar omdat ze zoveel eye heeft, hoeft ze verder bijna niks te doen. Ze hoeft maar te kijken en de schapen gaan al rennen. In mijn ervaring worden honden met eye geboren maar elke hond heeft een eigen stijl. Mijn andere hond Ewan werkt een stuk rustiger en vriendelijker voor de schapen.’

‘Ik werk graag met rust. Als ik voortdurend met de hond om de kudde joeg, dan zouden de schapen niet meer zo gevoelig zijn. Ik doe sowieso graag een beetje kalm aan voor de schapen. Ze moeten lekker de tijd hebben om te eten. Als we wild gaan doen, hebben ze voortdurend hun kop omhoog en dan eten ze niet… Zeker in deze tijd van het jaar is het nog best moeilijk om voor het donker je buik vol te hebben, zoveel staat er niet meer.’

‘Rustig aan Silke’, spreekt Daphne de hond toe, ‘down, goed zo meissie…’ Als we even later aankomen bij een weids stuk duin, vertragen we het tempo. ‘Vanaf hier is het zo langzaam mogelijk lopen en zoveel mogelijk eten. De schapen onderhouden het terrein als natuurlijke grasmaaiers!’

Het klinkt als een logische en natuurlijke manier van natuurbehoud. Waarom gebeurt het niet veel vaker?
Er zijn al een stuk meer schaapskuddes dan toen ik elf jaar geleden begon. Vroeger liepen overal schapen. Maar met het veranderen van het boerenbedrijf, verdwenen de schapen uit de natuur. In de jaren ’80 kwam daar de zure regen bij waardoor de vergrassing helemaal snel ging. Toen zagen we: onze hei verdwijnt want het gras groeit sneller dan de hei en onze duinen worden overgenomen door gras en braam. We zijn er steeds meer achter gekomen dat schapen het Nederlandse landschap gevormd hebben. Sindsdien zie je weer meer schapen in de natuur.’

Wat zijn voordelen van begrazen met schapen ten opzichte van maaien met machines?
‘Begrazen is veel beter voor de bodem. Je ziet het niet, maar als je maait, gebeurt er door die grote zware machines die op de grond duwen van alles tot anderhalve meter in de grond. Dat zie je ook bij biologisch dynamische boeren, die hebben een veel rijkere grond dan reguliere boeren, gewoon omdat ze daar rekening mee houden. En niet alleen de bodem profiteert van grazen, ook het leven erboven. Met maaien wordt alles gelijk, bij grazen blijven hier en daar plukken staan wat goed is voor de insecten. Schapen fungeren als ´taxi´s´ tussen natuurgebieden omdat zaden en insecten meeliften in hun vacht en tussen hun pootjes. Ze zorgen voor meer diversiteit.  Als je een schaapskudde inzet, heeft iedereen daar baat bij: bodem, insecten, amfibieën, kleine beestjes, vogels…’

Hoe werkt het hier in de duinen?
‘Duinbeheer, wat we hier doen, daar is natuurlijk sowieso niet tegenop te maaien. En gif kan ook niet omdat er waterwinning is. Schapen of grote grazers zijn de enige vorm van beheer. Ze verschralen de duinen: ze eten gras en ruigte zoals braam en kruipwilg, waardoor ruimte ontstaat voor duinplanten die langzamer groeien of op open plekken. Het duinviooltje bijvoorbeeld, die op haar beurt de parelmoervlinder aantrekt en zo is alles in de natuur met elkaar verbonden. Hoe groter de biodiversiteit, hoe sterker het natuurgebied. Als de duinen worden overwoekerd door struik en bos, neemt de biodiversiteit af.’

Eten schapen niet het liefst gras?
Vleesschapen gaan voor het Macdonalds gras, zoals ik het noem. Ze zijn zo gefokt: ze eten snelle suikers want ze moeten snel vet aanzetten. Mijn schapen worden helemaal niet zo gelukkig van vers gras. Dat past niet bij ze, ze krijgen er diarree van. Ze eten zoals geiten eten. Ze houden van braam, berenklauw, brandnetels, kruipwilg, oude grassen en riet. Schapen eten ongeveer 10 kilo aan ruwe stof per dag.’

Waar staan jouw schapen zoal?
Mijn opdrachtgevers zijn zogenaamde Terrein Beherende Organisaties in Noord en Zuid Holland. Het kan van alles zijn: het Waterschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer… Maar ik heb ook particuliere klanten. We onderhouden bijvoorbeeld twee golfbanen in Noordwijk en Wassenaar, daar begrazen we de ruige delen om de baan heen, de zogenaamde roughs. Die moet ruig genoeg zijn om je bal in kwijt te raken – dat kost punten – maar niet zo ruig dat spelers uren kwijt zijn met het zoeken naar de bal…’

Schapen op een golfbaan? Wat onverwacht…
‘Deze banen kiezen heel bewust voor natuurlijk en duurzaam onderhoud. Waar vroeger gif werd gespoten en gewerkt werd met grote machines, zetten ze nu een schaapskudde in. Veel leuker én vooral ook groener. Mijn andere kudde staat nu in Noordwijk op de golfbaan. Ik ga er vanavond heen om ze te verzetten, in het donker met een hoofdlampje op. Er moet sowieso elke dag iemand bij de schapen langs want je weer maar nooit wat er gebeurt. Er kan eentje klem komen te zitten of er kan een hond in de kudde zijn geweest… Als ik zelf niet kan, gaat een vrijwilliger.’

Een vrijwilliger?
‘Ze zeggen: it takes a village to raise a child. Dat vind ik ook gelden voor een schaapskudde. Ik kan dit niet alleen en dat hoeft gelukkig ook niet. Mensen vinden het leuk om te helpen. Ik heb een super lief team van vrijwilligers en ook mijn vriend helpt af en toe mee. Als je verliefd wordt op een schaapherder dan krijg je de schapen erbij… Gelukkig vindt hij het hartstikke leuk. Hij denkt er zelfs over om mee te gaan werken.’

Naast de vrijwilligers, zijn vooral honden Tyche, Silke en Ewan onmisbaar bij het hoeden van de schapen. Silke en Ewan hebben afgelopen zomer een nest puppies gekregen. Eén ervan, Elvi, heeft Daphne gehouden. Elvi is vandaag een dagje mee. Daphne houdt haar goed in de gaten. We lopen om de kudde heen tot we voorop zijn. Dan mag het kleine hondje los. Ze rent op de schapen af en zet ze onbedoeld op een hoopje. ‘Ze heeft nog geen idee van haar invloed…’

Hoe leer je honden eigenlijk schapendrijven?
‘Sommige mensen oefenen in kleine groepjes. Ik doe dat zelf niet. Ik neem de honden gewoon mee naar de kudde en ze leren het gaandeweg. We hebben gaandeweg allemaal wat geleerd. De schapen ook, die weten dat als er een hond mee is, ze achter de herder aan moeten lopen want als ze dat niet doen, geeft het gezeur. Silke weet dat ze voorop loopt tot het moment dat ik haar roep. Dat heb ik haar geleerd, net zoals Elvi het nu ook leert. Het zijn super slimme honden die heel veel afkijken.’

 

Heb je Elvi uitgekozen op schapendrijf-kwaliteiten?
‘Ik heb gezocht op een hondje dat zacht is en goed contact maakt met mij. Dat doet Elvi heel erg goed. Toen ze haar ogen nog dicht had, wist ik al: ik heb verbinding met haar, zij wordt het. Ik zorg er nu vooral voor dat ze niet te dicht bij de schapen komt. Ze is nog zo klein. Als een schaap haar nu een beuk geeft… Alles wat ze nu meemaakt is één grote herinnering voor de rest van haar leven. Ik wil niet dat ze bang wordt. Met twee schapendrijvende ouders komt de rest sowieso wel goed.’

Hoef je haar verder helemaal niets te leren?
‘Ik hoef niet echt te trainen. Ik laat haar zo nu en dan iets kleins doen waarvan ik zeker weet dat het goed gaat. Zo wordt ze steeds sterker. Wat de honden vooral van mij leren, is afstand houden van de schapen en rust nemen. De honden zijn zeven dagen per week aan het werk, dat is heel intensief. Ze moeten daarom van mij tussendoor gaan liggen. De schapen moeten rustig kunnen eten.’

‘Verder gaat het heel natuurlijk. De schapen zijn een kudde. Ze volgen graag. Zeker als je het leidschaap mee hebt, de baas van de kudde. Die zwarte daar, dat is de baas. Het is een hamel, een gecastreerde ram. Wist je dat daar het woord belhamel vandaan komt? Vroeger hadden ze een bel om. Ik doe dat nooit want het lijkt me voor zo’n dier heel irritant, de hele dag dat geklingel.’

‘Ik heb twee tot drie leidschapen in elke kudde en die zijn voor mij heel belangrijk. Ze wijst naar een wit schaap dat een stukje verderop staat. Zij is ook een leidschaap. Het fijne van een schaapskudde is dat die niet zo getrapt is als bij mensen. Bij mensen is een directeur over het algemeen in elke situatie de directeur. Bij schapen is dat niet zo. Als er iets is dat één van de leidschapen eng vindt, bijvoorbeeld door water lopen, zie je dat automatisch een ander naar voren gaat die het overneemt. Hoe het precies werkt, snap ik zelf ook niet helemaal. Maar toen een paar jaar geleden een leidschaap overleed, wist ik intuïtief wie het volgende leidschaap zou worden en die werd het ook. Er was geen strijd, ze begon gewoon.’

Je bent opgegroeid in Amsterdam. Hoe kwam je op het idee om schaapsherder te worden?
Lachend: ‘In de stad kwam ik niet veel schapen tegen inderdaad! Maar mijn familie komt van Texel en we gingen vaak naar de Waddeneilanden. Als klein meisje wilde ik boer worden, dus het zat er altijd al in. Ik heb die optie ook serieus overwogen, maar als je ouders geen boer zijn, is dat een slecht begin want waar koop je een boerderij onder een miljoen?’

‘Schaapsherder ben ik geworden via een omweg. Ik houd al mijn hele leven erg van dieren. Op de middelbare school had ik een honden-uitlaat-bedrijf en ik train al van jongs af aan paarden. Toen ik besloot weg te gaan bij het museum, kon ik aan de slag bij een startend paarden- en huifkarrenbedrijf op Terschelling. Ze zochten iemand die kon paardrijden, jonge paarden kon beleren voor de toeristen en op de huifkar kon zitten als koetsier. Ik heb het vijf jaar met super veel plezier gedaan. Toen begon het me tegen te staan.’

‘Mensen willen paarden altijd meteen aaien of erop zitten. Ik had die kudde paarden goed leren kennen en zag aan hun ogen en oren dat ze dat vaak helemaal niet leuk vonden. In de beginfase, toen het nog niet zo druk was op het bedrijf, vonden ze het nog wél leuk. Toen hadden ze lol om met z’n allen twee uur naar buiten te gaan en dat er dan mensen op hun rug zaten, vonden ze niet zo erg. Het ging allemaal super gemoedelijk. Maar toen moesten ze vier uur op een dag en daarna zes uur… Je zag gewoon dat ze het steeds minder leuk gingen vinden. Ik zag eruit gaan wat erin had gezeten en dat deed super veel pijn. Ik heb alle diploma’s om les te geven maar ik kon het niet meer. Ik wilde graag met dieren werken, maar op een andere manier, zonder ze uit te buiten.’

Had je toen al ervaring met schapen?
‘De eigenaar van het paardenbedrijf op Terschelling had ook Texelse schapen voor het vlees. Ik moest er iedere avond met de landrover naartoe om ze een emmer brok te geven of ze op een ander stuk van de dijk te zetten. Ik vond dat zo leuk om te doen. Ik hou van de geur van schapen, van hun gedrag en dat ze zo coöperatief zijn. Schapen zijn zo fijn om mee te werken! Ik merkte ook dat mensen heel anders op schapen reageren dan op paarden, veel opener. Met een schaap kan je verder ook niet zoveel…’

‘Toen ik begon als schaapherder was er nog geen opleiding. Ik ben gewoon begonnen, als freelancer. Mijn eerste opdracht was voor een herder in de buurt van Arnhem. Ik kreeg een hond mee waar ik niet zo mee klikte. Zijn stijl was anders dan die van mij, wat harder met veel geblaf. Ik vroeg of ik Ewan mee mocht nemen, een andere hond van hem die toen nog maar één jaar was. Het klikte meteen en Ewan is altijd bij me gebleven. Hij is al elf jaar mijn ‘rechterhond’ en trouwste vriend en heel rustig en zacht met de schapen.’

‘Een paar jaar heb ik met veel plezier voor diverse kuddes gewerkt. Tot het me leuker leek om mezelf aan te bieden met een kudde. Ik begon met een kleine kudde en leasede er schapen bij van collega-herders die schapen te veel hadden. Inmiddels heb ik iets meer dan 300 schapen. Het merendeel Schoonebeeker en Drentse heideschapen, maar ook andere, bijzondere rassen. Mijn schapen hebben allemaal een mooie lange staart. Dat zie je niet zo vaak. In Nederland zie je vooral Texelse vleesschapen, die zijn zo gefokt dat ze korte staarten hebben.’

Hoe houd jij de groepsgrootte van de kudde in check?
‘Alle rammen worden met vier maanden gecastreerd. Dat moet anders is het niet te doen. Ik probeer het wel zo laat mogelijk te doen, zodat ze zich zoveel mogelijk als man kunnen ontwikkelen. Sommige rassen hebben prachtige, gekrulde horens en die krijgen ze in het eerste jaar. Als ik ze vroeg castreer, ontwikkelt dat niet. Ieder jaar koop ik een ram om te dekken. Dit jaar had ik een mooie met lange zwarte krullen. Vervolgens zoek ik schapen uit waarvan ik weet: jij hebt het hele jaar goed gewerkt, je hebt geen mankementen gehad, je bent mooi en je past goed in de kudde. Die zet ik bij de ram en vijf maanden later heb ik lammetjes. De ooien (vrouwelijke schapen) staan met hun lammetjes in een aparte kudde tot ze groot genoeg zijn voor de grote kudde. Dit jaar had ik 44 lammetjes.’

In welk opzicht ben jij anders dan de meeste andere schaapherders?
‘De meeste schaapherders in Nederland fokken schapen voor het vlees. Zij begrazen ook, maar fokken daarnaast lammeren voor de slacht. Die eten een seizoen mee en gaan dan weg. Vaak alleen de rammen, soms ook ooien. Ik ben onder de herders een ‘wollige sok’, ik breng nooit een schaap naar de slacht. Mijn schapen blijven allemaal bij mij en doen hun hele leven precies waar ze voor gemaakt zijn: ze eten de hele dag. Mijn schapen worden dan ook twaalf, dertien soms wel vijftien jaar oud. Je hoort vaak ‘je moet gehecht raken aan de kudde, niet aan een schaap’. Ik snap dat, maar bij mij werkt het niet zo. Ik hou van al mijn schapen.’

Je hebt meerdere kuddes. Is dat een bewuste keuze?
‘Ik had zelf niet persé groter hoeven worden dan één kudde, maar ik kan mijn hoofd niet boven water houden met 200 schaapjes en een paar opdrachten. De grote begrazingsbedrijven vormen concurrentie voor mij. Daarom ben ik afgelopen jaar ietsje gegroeid. Met twee kuddes, spreid ik het risico. Ik wil liever helemaal niet aan geld denken maar soms moet het.’

Hoe kijk jij naar die fok-begrazings-bedrijven?
‘Waar ik moeite mee heb, zijn begrazingsbedrijven met een paar duizend schapen, die doen alsof ze herder zijn. Wat ik niet helemaal eerlijk vind, is dat deze grote bedrijven vaak natuursubsidie krijgen én gratis land om hun schapen groot te brengen terwijl boeren heel veel geld betalen voor land. Zij pakken dus eigenlijk op twee manieren de markt. Je zou kunnen zeggen: ze zijn super slim bezig want ze produceren vlees met relatief lage kosten. Maar je kunt ook zeggen: op kosten van de staat produceren ze goedkoop schaapsvlees onder het mom van natuurbehoud…’

‘Voor mij is het lastig concurreren met grote begrazingsbedrijven omdat zij inkomsten genereren met de verkoop van vlees, terwijl mijn schapen alleen grazen. Mijn prijzen liggen daarom hoger. Aan de andere kant heb ik geen stal nodig en ik voer niet bij met hooi en brok. Mijn kosten zijn laag. Maar ik moet wel altijd eten hebben voor mijn schapen en het lastige is, dat ik mijn opdrachten langzaam opeet… Bij de Haagsche golfbaan was bijvoorbeeld veel achterstallig onderhoud toen ik er negen jaar geleden begon. Toen stond ik er zes weken in het voorjaar en nog eens tien in het najaar. Inmiddels kan ik het bijhouden met vijf, zes weken per jaar. Als ik een klus heel graag wil, ga ik soms in prijs naar beneden om te kunnen concurreren met de grote bedrijven.’

Heb jij ooit overwogen om ook wat schapen te fokken voor de slacht?
‘Nee, maar toen ik me realiseerde dat ik geld liet liggen door niet naar de slacht te brengen, heb ik wel een rekensommetje gemaakt. Stel, ik fok jaarlijks 100 lammetjes extra voor de slacht, dan zou dat zo’n 60,- euro per lam opbrengen. Om die inkomsten te compenseren, verhuur ik mezelf in de winter aan een schapenfokbedrijf op Texel. Ik doe daar de nachtdiensten en help hun schapen geboren worden. Met dat bijbaantje verdien ik net zoveel. Ik vind het wel ieder jaar moeilijker omdat het merendeel van de dieren die ik ter wereld help, uiteindelijk eindigen op iemand ’s bord. Aan de andere kant is dit een bedrijf dat op een eerlijke manier schapen houdt, die bedoeld zijn voor het vlees. Ik eet zelf grotendeels veganistisch, maar voor iedereen die wel vlees eet, past dit bedrijf in mijn idee van eerlijk voedsel.’

Hoe vervoer je de schapen van gebied naar gebied?
‘Ik heb een trailer waarin vijftig schapen passen. Als ik de hele kudde moet vervoeren – dat gebeurt één tot twee keer per jaar –  dan vraag ik Piet, die is altijd bereid de kudde te vervoeren. Maar ik probeer het zo te regelen dat opdrachten mooi op elkaar aansluiten en we van gebied naar gebied kunnen lopen. Een heel gepuzzel, waar ik soms wakker van lig! Het fijnst is als mensen vooruit plannen. Dat ze in oktober al zeggen dat de kudde in mei kan komen grazen of helemaal fantastisch: als ze vier jaar achter elkaar toezeggen.’

De schapen moeten het hele jaar eten, ook in de winter. Is er in het najaar voldoende werk voor de schapen?
Ik heb in die periode minder betaalde opdrachten omdat de natuur stil ligt, er is geen groei. Maar voor dit duingebied is het najaar juist een goed moment omdat het geen broedseizoen is, dus we storen niemand. Tussen januari en april doe ik beweiding voor biologische boeren. Koeienboeren bijvoorbeeld. De koeien staan dan op stal en hebben de weides slordig en blubberig achtergelaten. Koeien eten heel trekkerig: ze trekken met hun tong het gras eruit. De schapen werken de weides weer bij. Ze eten de resten oud gras op en stampen de grond aan. Fijn voor de boer en ik heb een stuk land voor de schapen. Hoeden is dan niet nodig, maar ik ga wel altijd elke dag even langs.’

Hoe zorg je ervoor dat jouw schapen sterk en gezond blijven?
‘Gezond eten, lichaamsbeweging, een beschutte plek voor de nacht en schoon water zijn het belangrijkst. Antibiotica geef ik alleen als het niet anders kan, bij een longontsteking bijvoorbeeld. Daarnaast geef ik ze twee keer per jaar een vitaminen- en mineralenbolus. Schapen hebben mineralen nodig zoals kalium, magnesium en kobalt en die zijn lastig te vinden in verschraalde gebieden. Ik doe wat ik kan om hun immuunsysteem sterk te houden. Als ik iets zie staan waarvan ik weet dat het niet zo goed voor ze is, dan trek ik het weg. Zo sta ik soms ineens anderhalf uur Sint-Jakob kruiskruid te plukken…’

De schapen hebben een flinke vacht met wol. Verkoop je de wol?
‘Henk scheert de schapen. Hij doet er één per minuut, super leuk om naar te kijken. Ik organiseer jaarlijks een feestelijke schaapscheerdag met kraampjes met woldingen. Helaas brengt schapenwol maar heel weinig op. Best raar, want wol is heel duurzaam. Je hoeft het bijna niet te wassen en het houdt je warm in de winter en koel in de zomer. Als een schaap doodgaat, laat ik de vacht looien. Uit respect voor het schaap. Het looien laat ik in Friesland doen met natuurlijke materialen. Ook de vachten zijn lastig om te verkopen. In China kun je heel goedkoop laten looien met chemisch spul, die vachten liggen voor een prikkie in de winkel. Ik zou eigenlijk eens moeten kijken hoe ik mijn wol en vachten beter in de markt kan zetten… Maar de schapen komen eerst. Zij zijn het allerbelangrijkst.’

Meer weten over Daphne en/of een keer meelopen?
Neem contact op via www.vrolijkeschapen.nl

Foto: filmmaker Lara Aerts

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is eigenaar van Uitgeverij 11