Pianiste Mi Ying Chen speelt een weemoedige intro. Elisabeth Oets komt binnen, koffertje in de hand, en zingt “Ich wandre durch Theresienstadt”. Hun voorstelling ‘Wachten op transport’ eert de Joodse journalist/chroniqueur Philip Mechanicus (1889-1944).

STEUN RO

Hij was één van de eersten die in de jaren dertig openlijk waarschuwde voor het naderende gevaar. Philip Mechanicus (1889-1844), journalist bij het Algemeen Handelsblad, voorzag al vroeg waartoe het nationaalsocialisme uiteindelijk zou leiden en schreef dat ook op.

Wie was deze begaafde en eigenzinnige man, zoon van een arme Amsterdamse voddenkoopman, die het schopte tot chef Buitenland bij een kwaliteitskrant? Zijn kleindochter, zangeres Elisabeth Oets, schetst een portret in het programma ‘Philip Mechanicus, wachten op transport.’

Ziekenboeg

“Soms leidt de naam tot verwarring, want er zijn twee Philip Mechanicussen,” waarschuwt Elisabeth Oets. “De ene was fotograaf en culinair journalist. Over hem gaat ons programma níet. Wel over de auteur van ‘In Depot’, een dagboek vanuit Westerbork.”
Met pianiste en regisseur Mi Ying Chen stelde ze een programma samen, waarin ze haar visie op Mechanicus verweeft met liederen van Ilse Weber (1903-1944), een Joods-Tsjechische componiste en Duitstalige schrijfster van jeugdverhalen en gedichten.
“In Theresienstadt kreeg Ilse Weber als taak om een groep kinderen in de ziekenboeg te verzorgen,” vertelt Oets. “Ze heeft veel met die kinderen gezongen en maakte daarvoor zelf ook liedjes. Ze zong en componeerde toen bij een gitaar, maar later zijn haar liederen ook voor piano bewerkt. Muzikaal zijn ze vrij eenvoudig, maar de teksten zijn heel sterk.”

Opa

‘Wachten op transport’ is een mengvorm van een recital en een lezing. Elisabeth Oets profileert zich niet alleen als liedzangeres, maar vooral als vertelster. Ze beschrijft het leven van Philip Mechanicus vanuit haar gezichtspunt: als de kleindochter die haar opa nooit heeft gekend, hoewel zijn nalatenschap zeer aanwezig was: “Joods zijn, dat was het dagboek van opa in de kast, die ik niet mocht lezen vóór ik achttien was, want ik zou er maar verdrietig van worden. Joods zijn, dat was matzes eten; niet met Pesach, maar met Pasen en dan met boter en suiker. Joods zijn, dat was tijdens de twee minuten stilte vooral uit je ooghoeken naar je moeder kijken, of ze niet huilde.”

Als SDAP’er had Philip Mechanicus sowieso een maatschappijkritische houding, die hij combineerde met een studieuze geest en een onstuitbare journalistieke missie. Op het moment dat Hitlers troepen Polen binnenvielen, op 1 september 1939, was Mechanicus met zijn gezin op vakantie in Zwitserland. Maar waar menig ander – zeker met zijn vooruitziende blik − zou hebben geprobeerd om veilig in Zwitserland te blijven, stapte hij onmiddellijk op de nachttrein naar Amsterdam. Elisabeth Oets: “Hij móest en zou terug, hij wilde per se naar de krant om te beschrijven en te analyseren wat er gebeurde.”

Philip Mechanicus, eind jaren dertig. Bron: ‘In Depot’. Fotograaf onbekend (Public Domain)

Palestina

Natuurlijk heeft Elisabeth Oets haar grootvader niet persoonlijk gekend. “Maar ik ben gefascineerd door zijn levensverhaal, inclusief het gedeelte vóór de Tweede Wereldoorlog. Vooral vanwege zijn passie om zich te ontwikkelen, als zoontje van een lompenhandelaar. Hij was de oudste van acht kinderen en zijn ouders waren echt straat- en straatarm.”
Hyperintelligent en ambitieus als hij was, knokte de jonge Philip zich al werkend en lerend een weg omhoog: van twaalfjarig magazijnknechtje bij het socialistische dagblad Het Volk tot chef Buitenland bij het Algemeen Handelsblad. Als politiek reporter reisde hij naar de Sovjet Unie, waar hij overigens persona non grata werd. Ook bezocht hij Palestina waar hij, als niet-zionist (“Hij was voor assimilatie,” aldus Elisabeth Oets) profetische woorden sprak over de spanningen tussen de plaatselijke bevolking en de pas geïmmigreerde Joden.
In 1942 werd hij op straat gearresteerd omdat hij halsstarrig weigerde zijn ster te dragen: “Ik ben niet fout, zíj zijn het!”

‘Schipbreuk’

Zo belandde Mechanicus in Westerbork. Maar ook in de bizarre mini-maatschappij van dit doorgangskamp bleef hij nauwgezet beschrijven wat hij zag gebeuren. “Ik heb het gevoel alsof ik als officieel reporter een schipbreuk versla,” noteerde hij op 29 mei 1943. In 1944 kwam hij eerst in Bergen-Belsen en tenslotte in Auschwitz terecht, waar hij werd doodgeschoten.

In 1964 verschenen zijn dagboekschriften in boekvorm, onder de titel ‘In Dépôt, dagboek uit Westerbork’.
Elisabeth Oets: “Wanneer je dat boek openslaat, raak je al gauw verbijsterd over de manier waarop mensen met elkaar omgingen. Hoe schaamtegevoelens geleidelijk naar de achtergrond werden gedrongen, zodat ook het decorum op een laag pitje kwam te staan. Dat gaat zo wanneer je met veel mensen langdurig en dicht opeengepakt zit.”
Qua sfeer en invalshoek verschilt ‘In Depot’ ook hemelsbreed van de dagboeken van Anne Frank en Etty Hillesum. “Het is niet echt een egodocument, mijn opa beschreef niet in de eerste plaats zijn eigen zielenroerselen. Hij observeerde en analyseerde; hij stelde zich op als chroniqueur.”

Eenvoud

De voorstelling ‘Wachten op transport’ wordt gelardeerd met geprojecteerde beelden van Amsterdam begin 20ste eeuw, van familieleden en collega’s, maar ook van een vertrekkende goederentrein en ongeruste achterblijvers in Westerbork. Een tafereel dat in al zijn eenvoud hartverscheurend is, aangezien we inmiddels de afloop kennen.
De afgewogen opbouw, timing en liedteksten maken het sobere programma tot een indringend geheel. Dit relaas van een kleindochter over haar gestorven grootvader werpt weer een nieuw, persoonlijk licht op de betekenis van Joods zijn onder een antisemitisch regime.

(Voor de speellijst 2017 van ‘Wachten op transport’, klik hier)