Psychische mishandeling: in de klauwen van een narcist

Honderdduizenden Nederlanders zijn slachtoffer van narcistische mishandeling en de — vooral psychische — gevolgen van dergelijk misbruik zijn groot. Toch herkennen veel therapeuten dit niet, waardoor getroffenen vaak verkeerde diagnoses krijgen. "De opleiding leert ons niets over de immense schade die narcisten kunnen aanrichten."

Dreigen, cancelen, uitfoeteren, belachelijk maken — ook het recente rapport van de commissie-Van Rijn over misstanden bij de publieke omroep laat scherp zien hoe we met elkaar omgaan in Nederland. Er wordt heel wat gebasht en getreiterd. Sinds in 2017 #MeToo aandacht vestigde op de omvang van seksueel misbruik, en er in de afgelopen jaren telkens nieuwe onthullingen over grensoverschrijdend gedrag zijn, mag je misschien hopen dat het meer mogelijk wordt om misdragingen aan de kaak stellen.

Voor één groep slachtoffers gaat dit echter niet op. Dat zijn de ongeziene slachtoffers die stelselmatig “achter de voordeur” belaagd worden door een narcistische, of psychopathische pester. Niet zelden is dat de partner, maar het kan ook een zus of broer zijn, een collega, of bijvoorbeeld de buurvrouw. Er zijn zelfs ouders die hun kind jarenlang en stelselmatig psychisch mishandelen. De — vooral psychische — gevolgen van dergelijk misbruik zijn groot. Des te opmerkelijker is het dat professionele behandelaars in veel gevallen geen verband zien met pervers narcistisch misbruik, als slachtoffers bij hen aankloppen. Om de eenvoudige reden dat therapeuten die oorzaak niet kennen, noch herkennen. Hun overtuiging is: waar twee vechten, hebben twee schuld.

Gebi Rodenburg (58) is sinds 1990 psycholoog, maar pas zeven jaar geleden las ze voor het eerst boeken van Iris Koops over de diepe sporen die psychisch misbruik bij mensen nalaat. ‘Toen vielen de schellen van mijn ogen’, vertelt ze. ‘Ik begon de dynamiek van de dwingende controle en het verhulde karakter van dit misbruik in de praktijk te herkennen.’

Rodenburg sloot zich aan bij een netwerk van gespecialiseerde therapeuten (zie kolom, red.) en behandelt inmiddels veel cliënten die met deze vorm van mishandeling te maken hadden, of hebben. ‘Sommigen hebben zonder succes al jaren een hulpverleningstraject achter de rug’, vertelt ze. ‘Met allerlei misdiagnoses, zoals een angststoornis, stemmingsstoornis of depressie. Maar als ik inzoom op hun situatie, blijken ze last te hebben van het narcistisch slachtoffersyndroom. Met henzelf is niets mis. Ze hebben heel normale reacties op jarenlange mishandeling. Reacties die veel overeenkomen met PTSS, het posttraumatisch stresssyndroom.’

Sneaky

Zonder duidelijke of directe aanleiding — en belangrijk: zonder dat de buitenwereld het merkt — haalt de narcistische pester van alles uit te kast om macht en controle over zijn slachtoffer te krijgen, en hem figuurlijk uit te schakelen (de pleger wordt hier ‘hij’ genoemd, uiteraard kan die ook een ‘zij’ zijn, red.).

Vrij sneaky zaait hij verwarring. Hij zegt het een en doet het ander, ontkent feiten, kaatst de bal terug, en legt de schuld altijd bij de ander. Zijn motto is: verdeel en heers. De gewetenloze pester stookt, liegt en manipuleert. In werksituaties pronkt hij met de veren van het slachtoffer, geeft hij die niet de verdiende credits, indoctrineert en intimideert hij, en vervalst hij zo nodig de notulen. Dit alles gebeurt subtiel, vaak achteloos en onzichtbaar voor anderen — en het houdt niet op. Ondertussen zorgt de narcistische intrigant ervoor dat zijn mikpunt steeds meer geïsoleerd raakt van diens sociale omgeving, zodat die nergens meer terechtkan met zijn ervaringen en zorgen.

Ik raakte steeds meer verstrikt in haar web van manipulaties en controle.

Hoewel Koos (70+) vijf jaar geleden is gescheiden, heeft hij nog dagelijks last van ‘ervaringen met een verborgen narcist gedurende een huwelijk van ruim 35 jaar’. Hij tobt en twijfelt veel en het kost hem moeite om mensen te vertrouwen. Het gesprek voor dit artikel rakelde weer allerlei verwarrende emoties bij hem op.

Begin jaren 80 werd Koos verliefd op een aantrekkelijke, wat gereserveerde vrouw. Hij vertelt: ‘Voor de buitenwereld was ze charmant, maar tijdens ons huwelijk raakte ik, zonder dat ik het doorhad, steeds meer verstrikt in haar web van manipulaties en controle. Terwijl ik dit vertel, merk ik hoe moeilijk ik het vind om die jaren met haar concreet te beschrijven, omdat ze zo subtiel en geraffineerd te werk ging. Niet zelden zette ze me op een dwaalspoor en twijfelde ik aan de dingen die gebeurden, en aan mezelf. Mijn toenmalige echtgenote hield voortdurend subtiel controle over mijn doen en laten. Als ik wel wat ruimte kreeg en er deed zich wat voor, prentte ze me in wat zíj allemaal voor mij over had. Als het al tot een aanvaring kwam, lag het nooit aan haar en verdraaide ze de feiten. Vaak volgde dan een stiltebehandeling. Dan zei ze dagenlang niets.’

‘Ze voelt zich onfeilbaar en kan absoluut geen kritiek verdragen’, vervolgt hij. ‘Als ik grenzen wilde stellen, verweet ze me haar te wantrouwen en werd ze kwaad, dus ik ben me steeds behoedzamer gaan gedragen om conflicten te vermijden.’

Pervers

Gebi Rodenburg: ‘Als psychisch geweld langer aanhoudt, kunnen slachtoffers een schim van zichzelf worden. Ze gaan aan van alles twijfelen en verliezen hun zelfvertrouwen. Ook sociaal krijgen ze een knauw. Ze kunnen zeer wantrouwend worden, en onhandig in de omgang. Vaak houden ze moeite met relaties, of met het leven in het algemeen. Bij hen zie je vaak klachten als zware depressie, eetstoornissen of suïcidaliteit, maar ook fysieke klachten als migraine of slaapproblemen.’

Dát psycholoog Rodenburg jarenlang bij dit soort klachten niet aan mogelijk psychisch geweld dacht, is niet verwonderlijk. Nog altijd zijn de gevolgen van pervers narcistisch misbruik in Nederland vrij onbekend en onbegrepen. In opleidingen komt het fenomeen niet of nauwelijks aan de orde, laat staan dat er richtlijnen zijn om slachtoffers van een narcistische, of psychopathische pleger te herkennen en te behandelen.

En hoewel onderzoek van onder meer de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA) uitwijst dat ruim de helft van de mensen met een zware depressie of angstklachten vormen van psychische mishandeling heeft meegemaakt, wordt er zelden aan de gevolgen daarvan gedacht. Hoe kan dit? Rodenburg legt uit: ‘Als het begrip “narcisme” of “narcistisch” gebruikt wordt, haken veel therapeuten af. Vanuit onze studies psychologie en psychiatrie kennen we de kenmerken, zoals agressie en geen empathie en inlevingsvermogen hebben. We weten dat narcisten over grenzen van anderen gaan, dat ze een groot ego hebben en verslaafd zijn aan aandacht en macht. Maar opmerkelijk genoeg leren we niets over wat de gevolgen van hun narcistisch gedrag kunnen zijn voor de slachtoffers, zeker in een-op-een-situaties. We leren niets over de immense schade die ze kunnen aanrichten. Ook het DSM, het classificatiesysteem voor psychische stoornissen beschrijft het niet. En zo gaat het mis.’

Toch blijven veel therapeuten erbij dat beide partijen een aandeel hebben in conflicten, vertelt Rodenburg. Pleger en slachtoffer moeten er samen uitkomen, vinden ze. ‘Bij normale vechtpartijen en onenigheid gaat dit op. Dan verwijs je naar mediation of  relatietherapie, of je raadt iemand een assertiviteitscursus aan. Maar als het om narcistische mishandeling gaat, adviseer ik dat niet meer, want die “oplossingen” zullen de mishandeling juist verergeren. Die zijn olie op het vuur. Psychisch geweld is namelijk ongelijkwaardig.’ De pleger zal, zo vertelt Rodenburg, het mea-culpa-spel glimlachend meespelen en vervolgens weer op de oude voet verdergaan. ‘Dit fenomeen vraagt om een moreel standpunt: níemand mag zo met een ander omgaan. Narcistisch of niet, iedereen blijft verantwoordelijk voor zijn eigen denken en handelen.’

De pleger zal het mea-culpa-spel meespelen en vervolgens op de oude voet verdergaan.

De term ‘narcistisch slachtoffersyndroom’ komt uit Amerika (narcissistic victim syndrome. Ook daar is het geen officieel diagnosticeerbare stoornis. Ook daar worden slachtoffers vaak niet goed geholpen, terwijl ze lijden aan opdringerige, of ongewenste gedachten, flashbacks, vermijding, gevoelens van eenzaamheid en extreme alertheid.

Het woord narcisme wordt in het dagelijks verkeer nogal eens ten onrechte gebruikt. Het is iets anders dan egocentrisch zijn, of ijdel. De vraag rijst hoe een therapeut kan bepalen dat er sprake is van een narcistisch slachtoffersyndroom. Hoe voorkomt die dat de gewone treiteraar over één kam geschoren wordt met de narcistische pleger? Rodenburg: ‘Als de cliënt herkent wat er over het syndroom is beschreven, is dat ons uitgangspunt. Ik stel geen diagnose over de plegers, want die heb ik niet gezien. Wel is een belangrijk kenmerk dat perverse plegers geen verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag. Zij hebben er geen last van. Een gewone treiteraar kan wél bereid zijn om naar zijn gedrag te kijken en er iets aan te doen.

Grofweg zijn er openlijke en verborgen narcisten. De openlijke zijn makkelijk herkenbaar, ze verbloemen hun machtswellust en gewetenloosheid niet. De verborgen narcistische persoonlijkheid heeft echter verschillende maskers en is veel moeilijker te herkennen. Op het podium laat die een heel andere persoon zien dan achter de coulissen in het directe contact met een familielid, collega, of partner.

Gaslighting

Een veelgebruikte tactiek van narcistische pesters is gaslighting. Een begrip dat met een hashtag ervoor het goed doet op sociale media, bijvoorbeeld om al dan niet betrouwbare politici, of het gedrag van journalisten of wetenschappers te karakteriseren. In dit geval staat gaslighting echter voor continu manipuleren, hersenspoelen en indoctrineren van een slachtoffer, waardoor die aan zijn omgeving en zichzelf gaat twijfelen. Het begrip komt van de film Gaslight (VS 1944, regie George Cukor, naar een toneelstuk van Patrick Hamilton – red.).

Spoiler: Paula (Ingrid Bergman) woont met haar man Gregory (Charles Boyer) in het huis van haar tante, die niet lang geleden vermoord is. Daar gebeuren vreemde dingen. Paula hoort af en toe voetstappen op zolder en dan knipperen de gaslampen. Haar echtgenoot overtuigt haar ervan dat dat niet kan, dat ze hallucineert. Hij vindt het beter dat ze geen vrienden meer ontvangt, omdat ze dat emotioneel niet aan zou kunnen. Er verdwijnen kostbare spullen, waaronder schilderijen, waar Paula de schuld van krijgt. Ze kan zich dingen niet herinneren die ze volgens Gregory wel heeft gedaan. Gregory’s verloren horloge blijkt in Paula’s handtas te zitten.

Dat de dienstbode nauwelijks met haar praat, werkt ook op Paula’s zenuwen. Ze weet dan nog niet dat Gregory haar heeft opgedragen niet met zijn vrouw te spreken. Uiteindelijk blijkt dat Gregory de manipulator is, de aanstichter van dit alles. Hij zocht op zolder naar de juwelen en trachtte Paula gek te maken, om te voorkomen dat ze hem zou ontmaskeren. Het blijkt zelfs dat hij de tante vermoord heeft om de juwelen te ontvreemden, maar die heeft hij niet kunnen vinden. Gaslighting verwijst naar de flikkerende gaslampen op momenten dat Gregory op zolder óók gaslicht nodig heeft tijdens het zoeken naar juwelen. Sommigen zien in de juwelen zelfs een verwijzing naar de ziel.

Gekmakend

Nog enkele tactieken van de narcist zijn stiltebehandeling — Gebi Rodenburg: ‘Stel je voor hoe gekmakend het is voor een minderjarig kind als de moeder dagenlang niets tegen hem zegt.’ — en “omdraaien”. Dit laatste wordt ook DARVO genoemd — een acroniem van deny, attack, and reverse victim and offender — ontkennen, aanvallen en het omkeren van slachtoffer en dader.

Een voorbeeld van omdraaien: een man pleegt overspel. Zijn vrouw komt erachter doordat ze zijn apps leest. Hij verwijt haar dat ze in zijn telefoon heeft gesnuffeld, hij beticht haar ervan jaloers te zijn en noemt haar onbetrouwbaar. Geen wonder, wrijft hij haar fijntjes in, dat hij een vriendin heeft. Rodenburg: ‘Zo’n man neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag, maar maakt de ander tot het probleem. Omstanders weten meestal niet dat de pleger is begonnen. Zij horen alleen dat het doelwit zo labiel is, niet gezellig is, of zo zeurt — en ze gaan mee in die dynamiek.’

Naar buiten toe was ze altijd super aardig.

Monique (48) worstelt al van jongs af aan met een moeder ‘met narcistische trekken’. Ze vertelt: ‘Mijn moeder heeft twee gezichten. Naar buiten toe was ze altijd super aardig — en vol lof over mij, want ik zat op het vwo. ‘Dat heeft ze van mij’, zei ze dan, want het moest wel op haar afstralen. Maar achter de voordeur deed ze niet anders dan me afkatten en denigreren. Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik een keer trots thuiskwam met een voldoende — wat maar drie klasgenootjes was gelukt — ik had een 6-. Mijn moeder zette me weg: “Alles onder 7 telt niet”.’

‘Mijn vader steunde mijn moeder in alles en ze maakte hem medeplichtig. Als hij thuiskwam klaagde ze over mij, opdat hij óók boos op mij moest worden. Ze vroeg hem de pollepel te geven, waarmee ze me sloeg. “Als oudste” moest ik immers “het goede voorbeeld geven”. In mijn tienertijd schreef ik in mijn dagboek dat ik er een einde aan wilde maken. Kort erna schreeuwde ze me toe: hoe ik haar dat kon aandoen?. Ze had mijn dagboek gelezen.’

Vampiers

Wat beweegt narcistische plegers? Gebi Rodenburg noemt ze een soort vampiers, hun objecten fungeren als een soort voeding. Met hun dwingende controle willen ze ervoor zorgen dat hun doelwit niet van een bepaald imago afwijkt, zoals de ‘gehoorzame dochter, de ‘aanhankelijke echtgenote’, de ‘applaudisserende schoonzus’, of ‘dociele vriend’.

Rodenburg: ‘Een cliënte van mij wilde als jonge vrouw op eigen benen staan. Dat was niet wat haar moeder had bedacht, ze moest gehoorzaam en volgzaam blijven. Toen de cliënte daar niet meer aan voldeed, is de moeder haar jarenlang zwart gaan maken in de familie en bij de buren. Dus zolang je binnen de lijntjes blijft, is er niets aan de hand. Maar wee je gebeente als je daarbuiten treedt, dan kunnen er narcistische trekken tevoorschijn komen die eerder niet zichtbaar waren.’

Dat slachtoffers op den duur geïsoleerd raken, is evident. Niemand zal ze geloven. Bewust of onbewust raken omstanders zelfs medeplichtig. Ze kijken weg, of gaan mee in het narratief dat het slachtoffer altijd zo achterdochtig is, of niet gezellig. Zijn of haar gedrag wordt dan makkelijk verkeerd uitgelegd. Slachtoffers worden zo al snel het zwarte schaap. Anders dan bij fysiek huiselijk geweld en seksueel misbruik, kunnen slachtoffers van psychisch geweld geen aangifte doen bij de politie. Er is immers geen aantoonbaar geweld — er zijn geen blauwe plekken — en het OM vervolgt niet. Zo blijft deze vorm van misbruik ongestraft.

Zelfbeeld

Narcisme is een stoornis in het zelfbeeld. Hoeveel mensen die hebben, is moeilijk te zeggen. Volgens de website psycholoog.nl heeft 1 à 6 procent van de Nederlanders een dergelijke persoonlijkheidsstoornis, over het algemeen iets meer mannen dan vrouwen. Stichting ‘Het verdwenen zelf’ schat voorzichtig dat er in Nederland 80.000 tot 160.000 mensen een narcistische persoonlijkheidsstoornis hebben. Voor psychopathie zouden vergelijkbare cijfers gelden. Sommige schattingen komen uit op vier procent mensen die een ander emotioneel mishandelt.

Honderdduizenden familieleden, partners, vrienden, collega’s en kinderen staan bloot aan narcistische mishandeling. Het Verwey-Jonker Instituut constateert dat partnergeweld vooral uit psychische mishandeling bestaat (82%), daarna komen fysieke (46%) en seksuele (15%) mishandeling. Sinds een paar jaar onderscheidt het CBS ‘Dwingende controle in huiselijke kring’ in zijn cijfers: “In 2022 zei bijna tien procent van de bevolking van zestien jaar of ouder in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van dwingende controle door iemand uit de huiselijke kring. Vijf procent werd in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer; dit komt neer op bijna 730 duizend personen.”

Ik kon er met niemand over praten en werd ook niet geloofd

Koos vertelt verder: ‘Ik heb ook tekortkomingen en overal is wat, dacht ik altijd. Het was ook niet altijd kommer en kwel, eerder een vicieuze cirkel van aantrekken en afstoten. Heel verwarrend. Ik kon er met niemand over praten en werd ook niet geloofd — ze was immers zo aimabel.

Ik ben veel te lang doorgegaan in dit huwelijk, zat in een soort overlevingsmodus en was te benauwd om alles op te geven. Voor wie zoiets nooit heeft ervaren, is mijn verhaal moeilijk te begrijpen. Toen ik er eindelijk achter kwam dat onze relatie in het teken stond van emotionele mishandeling en haar gebrek aan empathie en reflectie, viel alles op zijn plaats. Narcisme is een persoonlijkheidsstoornis die per persoon erg kan verschillen. Mijn ex is introvert en heeft sterk narcistische trekken. Wie met zo iemand omgaat, komt terecht in een langzaam gistend, giftig proces van controle, subtiele manipulatie en geraffineerd bedrog. Aan de buitenkant zijn deze personen vaak succesvol en vriendelijk, in werkelijkheid zijn ze wolven in schaapskleren.’

Fata morgana

‘Mensen die dit overkomt, zijn vaak empathisch en zorgzaam’, vertelt Gebi Rodenburg. ‘Ze gaan uit van de goede bedoelingen van de ander en zijn vaak gevoelig voor een voorgespiegeld fata morgana in een relatie, of op het werk wanneer de leidinggevende hem of haar ophemelt.’ De bedoeling van de pleger is binding, in welke context dan ook. Die is een meester in het scannen van de ander: wat zijn diens gevoelige punten? De partner, baas, of trainer zal zijn slachtoffer eerst erg ophemelen. Daarna haalt die zonder scrupules zijn slachtoffer op die gevoelige punten onderuit.

H0e kan iemand, al dan niet met behulp van een therapeut, uit de invloedssfeer van de narcist, of psychopaat geraken? Rodenburg: ‘Begrijpen wat er speelt, is de eerste stap. Ook moet je weten dat je er met deze plegers niet samen uitkomt. Je maakt het juist erger als je je kwetsbaar opstelt of iets ter sprake brengt. Als gespecialiseerde behandelaars leren we cliënten om zich tactisch op te stellen; we adviseren om niet in hun hoofd en hart te laten kijken, want dat is munitie die later tegen hen wordt gebruikt.

Afstand nemen, afstandelijker worden, dubbelspel plegen. De belager mag het niet doorhebben. Ondertussen moet het slachtoffer bedenken hoe die weg kan komen door praktische zaken te regelen, want impulsief een scheiding aankondigen kan een trigger zijn voor meer ellende.’ Als de mishandeling binnen gezinsverband plaatsvindt, is het nog lastiger, vertelt Rodenburg. ‘Vaak is het slachtoffer zichzelf door de ogen van de gezinsleden gaan zien. We helpen hem of haar houvast terug te vinden en tactisch overeind te blijven. Soms betekent dit het spel meespelen, maar veel mensen breken ook met hun ouders en familie’, aldus Rodenburg.

Met deze plegers kom je er niet samen uit.

Monique vervolgt haar verhaal: ‘Mijn moeder was medio jaren 70 vanuit Oost-Europa naar Nederland gekomen, waar ze mijn vader ontmoette en zwanger van mij raakte. Mijn ouders trouwden en kregen ook nog een zoon. Mijn moeder zei vaak dat ze liever alleen zonen had gehad. Ze hanteerde verschillende maatstaven. Mijn broer kon niets verkeerd doen. Ze controleerde mijn rooster; na schooltijd moest ik direct thuiskomen. Ik kreeg altijd verwijten, zoals waarom ik de was niet had gestreken, zonder dat ze me dat had gevraagd. Ik deed steeds meer klussen in huis om haar woede voor te zijn. Het was gaslighting. Ik raakte in de war en deed van alles in de hoop dat ik het goed deed. Maar het hielp niet.’

‘Ik ging in Leiden studeren en op kamers wonen. Toen ik mijn vriendje aan mijn ouders wilde voorstellen, arriveerden we in een leeg donker huis, terwijl ze wisten dat we zouden komen. Veel later kwamen ze thuis. Naderhand klaagde mijn moeder dat hij haar geen bloemen had gegeven. Ze erkenden hem jarenlang niet als mijn partner. Kerstkaarten waren altijd alleen aan mij geadresseerd, niet aan ons beiden.’

‘Pas tien jaar geleden durfde ik toe te geven dat ze altijd woede op mij heeft botgevierd. Het draait altijd om haar en ze heeft nog nooit van haar leven sorry gezegd. In die tijd ben ik ook gescheiden; sinds acht jaar zie ik mijn ouders niet meer. Toen heeft mijn moeder het contact met mijn ex sterk aangehaald. Hij is daar kind nu aan huis. Ondertussen ben ik al jaren bezig om mezelf terug te vinden, maar het is een lastig proces. Ik heb een behoorlijke tik gekregen en weet niet of ik er ooit helemaal van genees.’

Monique en Koos heten in werkelijkheid anders. Hun volledige namen en adres zijn bij de redactie bekend.

Dit artikel verscheen ook in HP/De Tijd, maart 2024

Gebi Rodenburg studeerde psychologie en werkt sindsdien als psycholoog, met een onderbreking waarin ze als kunstenaar aan de slag ging. Sinds vijftien jaar heeft ze een eigen psychologiepraktijk in Tilburg. Zeven jaar geleden sloot ze zich aan bij stichting ‘Het verdwenen zelf’. Sinds ruim een jaar is ze er staflid.

‘Het verdwenen zelf’ (verdwenenzelf.org) geeft voorlichting aan slachtoffers en therapeuten over destructief gedrag: emotionele en psychische mishandeling. De naam verwijst naar slachtoffers die een schim van zichzelf worden. Oprichtster Iris Koops schreef enkele boeken aan de hand van buitenlandse literatuur. Aan het netwerk zijn dertig hulpverleners verbonden, waaronder enkele uit België: psychologen, coaches, traumatherapeuten, enz. De website wordt jaarlijks een half miljoen keer bezocht. Per maand wordt 166 keer de therapeutenlijst opgevraagd. De stichting verzorgt ook trainingen voor professionals.

Boeken, onder andere:

Iris Koops: ‘Herstellen van narcistische mishandeling’ en ‘Je leven in eigen hand’

Dr. Ramani Durvasula: ‘Bescherm jezelf tegen narcisme & gaslighting’ (Kosmos uitgevers, verschijnt maart 2024)

Mijn gekozen waardering € -