Vivian Maier is de hoop van elke amateur fotograaf. Een paar jaar geleden had geen mens van haar gehoord. Nu kosten haar foto’s duizenden dollars en reizen de hele wereld rond. Vanaf 7 november hangt haar werk bij FOAM in Amsterdam.

STEUN RO

Tot een jaar of vijf geleden had niemand van Vivian Maier gehoord. Nou ja, niemand. Een handvol ouders kende haar als kindermeisje. Maar zelfs zij hadden geen idee dat Maier ook een fanatiek en getalenteerd fotografe was.

Dat begon te veranderen in 2007 toen John Maloof op een veiling een doos met duizenden negatieven kocht. De verkoper wist dat ze van Maier waren, al had hij geen idée wie dat was.

Maloof, een Amerikaan van Libanese komaf, wist aanvankelijk niet goed wat hij met de negatieven moest, maar er zaten – vond hij  – wel degelijk een aantal juweeltjes tussen. Hij raakte gefascineerd: wie was Vivian Maier?

'Ik heb een ton van haar werk uit de jaren ‘50 tot ’70,' schreef hij in een oproep op de foto site Flickr. 'Is dit werk goed genoeg voor een expositie of een boek? Worden dit soort verzamelingen vaker gevonden? Elke aanwijzing is welkom.'

Kindermeisje

De Britse krant The Independent plaatste als eerste een artikel over het mysterieuze kindermeisje dat graag foto’s nam. Andere media volgden en op zeker moment kwam Maloof in contact met de ouders en kinderen met wie Maier had gewerkt.

Maier, zo bleek, werd geboren in New York in 1929, maar bracht een groot deel van haar jeugd door in Frankrijk. Na terugkomst in de Verenigde Staten, ging ze als kindermeisje aan de slag in Chicago. Ze leed een teruggetrokken leven. Er kwamen zelden of nooit vrienden over de vloer.

In haar vrije tijd ging ze graag naar de bioscoop en fotografeerde ze. Wanneeer ze ook maar een dag vrij had of met de kinderen aan de wandel ging, deed ze dat altijd in het gezelschap van een camera.

Ze had er verschillende, maar haar favoriet was toch wel de Rolleiflex. Vandaar de vierkante negatieven. Vaak sneed ze haar foto’s nog wat bij om zo min mogelijk omgeving te tonen en de kijker te dwingen te concentreren op dat waar het werkelijk om gaat: om dat piepkleine kinderhandje, bijvoorbeeld, dat zich nog net in het licht vast klampt aan moeders zwarte rok.

Maier was vooral een straat fotografe en haar werk geeft een goed beeld van het dagelijks leven in New York en, vooral, Chicago in de jaren ’50, ’60 en ’70. Ze had een goed gevoel voor licht en compositie, maar haar grootste kracht was toch wel haar oog voor het (klein) menselijk leed.

Neem haar foto van twee zwarte jongetjes en een blond meisje samen op de wip. Simpel, maar doeltreffend. Hetzelfde geldt voor het straat schoffie dat trots zijn knipmes toont en de baby die een baby pop hoog houdt.

Respectabel ouder echtpaar

Maar niet al haar werk is zo recht toe recht aan. Neem haar foto van een respectabel ouder echtpaar dat langs loopt. Hij is in het zwart, zij in het wit gekleed.  Beiden dragen een bril. Het lijkt niets bijzonders en toch intrigeert het. Is het zijn opwaaiend kuifje dat glimt in het licht dat het beeld grappig maakt en tot leven brengt?

Maier maakte veel portretten van al dan niet achteloze voorbijgangers en af en toe een zelfportret in een spiegel of winkelruit. Ze oogt als een verdwaalde Mary Poppins met een camera op haar buik.

Ik denk dat haar wat naieve voorkomen haar hielp in het benaderen van mensen. Mensen lieten haar dichtbij komen. Ze was geen bedreiging.

Al wil dat niet zeggen dat ze geen lef had. Op haar tochten door Chicago en New York schuwde ze ook de wat ruigere buurten niet en, in 1959, ging ze in haar eentje op wereldreis!

Maloof, tevens maker van de documentaire Finding Vivian Maier, beschrijft haar als een een 'socialiste, feministe, en iemand die zegt waar het op staat.'

Overigens, heeft Maier zelf niets meegekregen van het sprookje 'van onbekend kindermeisje tot beroemd fotograaf.' In 2008, gleed ze uit en viel op haar hoofd. Ze overleed een jaar later, vlak voordat de roem aan haar deur klopte. Ze was toen 83 en woonde in een verzorgingstehuis.

Volgens een van haar vroegere werkgevers was het misschien maar goed dat ze de golf van media aandacht niet meer hoefde mee te maken: 'Ze zou het hebben gehaat.'

 

 

 

Peter Speetjens (1967) woont sinds 1996 in Beiroet. Hij was correspondent voor Trouw en De Standaard, en publiceerde verhalen in onder andere De Groene Amsterdammer, NRC en Vrij Nederland. In 2004Πco-regiseerde hij de film 2000 Terrorists. Peter schrijft vooral over Libanon, de regio en de manier waarop zij gestalte krijgt in de media.