Door een chronisch gebrek aan ruimtelijke ordening is Beiroet hard op weg een onleefbare stad te worden. Al wat telt, is de dollar.

STEUN RO

Ik had tot voor kort een prachtig uitzicht op de haven van Beiroet en de Middelandse Zee. Maar dat is inmiddels wreed verstoord door de 26-verdiepingen tellende woontoren die pal voor me verrees. En dat in een volkswijk met gebouwen van maximaal vijf verdiepingen.

Als een enorme zwarte middelvinger herinnert het gevaarte me dagelijks aan het feit dat Beiroet niet aan ruimtelijke ordening doet. En doet het dat wel, dan is er – voor het juiste bedrag – altijd ruimte voor een uitzondering.

Ook mijn uitzicht “op links” is inmiddels aangevreten door twee nogal anonieme bouwsels. De een is grijs, de ander nog grijzer. Niet langer zichtbaar is het vroeg-moderne hoofdkwartier van het Ministerie van Electriciteit en de enorme moskee in downtown Beiroet, die ‘s avonds op lichtte  als een verjaardagstaart. Dat doet ie nog steeds, maar dat kan ik niet langer zien.

Monumenten

Dit zijn slechts enkele voorbeelden die mij persoonlijk raken. Het gebrek aan planning heeft natuurlijk veel ernstigere gevolgen. Zo zijn er tal van historische gebouwen gesloopt om plaats te maken voor de meest afschuwelijke nieuwbouw. Staat iets op de monumentenlijst? Geen probleem. Laat weer en wind hun werk doen en binnen de korste keren wordt het onbewoonbaar verklaard.

Verder is Beiroet aboluut niet voorbereid op de enorme vloot auto’s die dagelijks de stad verovert. Files zijn regel, parkeren een dagelijkse marteling. Goed openbaar vervoer is er nauwelijks.

De boulevard aan zee, nog altijd het toeristisch visitekaartje van Beiroet, is inmiddels van de stad afgesneden door een betonnen muur hoogbouw met daarin miljoenen kostende apartementjes voor steenrijke Arabieren die daar een paar weken per jaar vertieren. De mensen die daarachter wonen? Pech. Die wonen nu zonder uitzicht op zee.  

De uitzondering op de chaos is het herbouwde centrum van Beiroet. Daar golden wel strike regels en het eindresultaat, een mix van gerenoveerde gebouwen en (soms) spectaculaire nieuwbouw, heeft van architecten over de hele wereld lovende kritieken gekregen. Nu is er in sociaal-economisch opzicht nog wel het een en ander aan te merken op dat project, maar dat is een ander verhaal.

Blauwdruk

De rest van de stad heeft het geprobeerd, maar faalde hopeloos. Keer op keer werden voorstellen aangepast, uitgesteld en niet toegepast. In 1943, bijvoorbeeld, werd de Franse architect en urbanist Michel Ecochard gevraagd een blauwdruk voor het Beiroet van de toekomst te schetsen.

Hij stelde voor een ketting van parken en tuinen te creëeren, die als de longen van de stad zouden fungeren. Maar het Libanese parlement wees het plan af. Grootgrondbezitters en projectontwikkelaars wilden ongestoord kunnen “werken.” Vandaag de dag is Beiroet een stad met verstikkend weinig groen.

In de jaren '60 werd Ecochard nogmaals gevraagd. 'Beiroet kan nog worden gered,' zei hij toen. 'Maar dan moet er onmiddelijk actie worden ondernomen.' Weer riep hij om meer groen, een verbeterde infrastructuur, het centraliseren van overheidsdiensten en industrie, en sociale woningbouw.

Weer wilde het Libanese parlement er niets van weten en Ecochard verliet teleurgesteld het land. Hij was niet de enige die het probeerde. Voor hem was er het Franse "Plan Danger." Na hem waren er Griekse, Zwisterse en Libanese initiatieven. Telkens werden ze dood vergaderd of meteen op de plank gegooid.

Karkas

De burgeroorlog maakte de stedelijke wildgroei slechts compleet. Een recent dieptepunt op de lange lijst van rampen was de bouwwet van 2004. Tot die tijd mocht een gebouw, officieel, 1,5 maal zo hoog zijn als de breedte van de straat. Sindsdien mag het 2,5 half maal zo hoog zijn.

De in 2005 vermoorde Libanese schrijver Samir Kassir somde de treurige stedelijke geschiedenis van Beiroet als volgt op: 'It was the private domain (…) that invaded the public domain and hacked away at its flailing carcass. The metropolitan area was little more than a mass of infringements and trespasses against the ability to breathe that is no less essential to a city than a person.'

Peter Speetjens (1967) woont sinds 1996 in Beiroet. Hij was correspondent voor Trouw en De Standaard, en publiceerde verhalen in onder andere De Groene Amsterdammer, NRC en Vrij Nederland. In 2004Πco-regiseerde hij de film 2000 Terrorists. Peter schrijft vooral over Libanon, de regio en de manier waarop zij gestalte krijgt in de media.