In een ontuchtzaak probeert de Volkskrant betrokkenen anoniem te houden. We achterhalen snel de identiteiten. Maar mogen we zomaar video en foto van hen publiceren? Nog meer voorbeelden, van de NOS, kranten en Tarik Z. en De Correspondent die het koppie verloor.

STEUN RO

Artikel vanmorgen in de Volkskrant van Maud Effting: Vliegangstpatiënte spant tuchtzaak aan tegen therapeut. Aanklacht wegens misbruik van een ex-medewerkster tegen de directeur bij instituut Valk dat vliegangst bestrijdt. Bekend tafereel: hij zegt dat het vrijwillig was en ze het uitlokte, zij vindt van niet.

Zij heet ‘Marjo’ en hij ‘Van G.’ Keurig netjes anoniem, beiden. Maar hoe lang duurt dat in het internettijdperk? Twee seconden. Verdachte Van G. is directeur bij Valk. Dan heet hij gewoon Lucas van Gerven.

En Marjo is net wat moeilijker te vinden. Maar uit het feit dat ze haar voornaam niet laat maskeren in de krant kun je opmaken dat ze er geen bezwaar tegen heeft om gevonden te worden met haar volledige naam. Die luidt, zo blijkt uit ondermeer een verslag over een test met een vliegangstapp, Marjo van Lijssel.

Ze heeft ook een LinkedIn profiel dat met het het interview in de Volkskrant samen van haar privacy weinig heel laat. Binnen de kortste keren is via een datingsite haar mailadres bekend en via een bedrijvensite haar woonadres en 06-nummer.

Directeur van Gerven wil tegen de krant niets zeggen over de beschuldiging van Marjo. Uit het BNR-verslag treedt mevrouw naar voren als een niet al te stabiel figuur. In haar eigen woorden: 'Als ik Schiphol naderde zat ik al helemaal onder de tranquillizers. Ik ben een keer naar Bonaire gevlogen en tijdens de start ben ik zo in paniek geraakt, omdat ik dacht dat de motor in brand stond, dat ik ben gaan gillen.'

Ze is een open boek nog vóór de tuchtzaak vandaag in Den Haag begint, wat onverlet laat dat haar directeur in de fout gegaan kan zijn. Van Gerven wordt door de krant geduid als verdachte. Moeten we dus bij het plaatsen van een portret een balkje voor de ogen plaatsen? Google zet gewoon portretten van haar op een rijtje, zie boven. En mogen we Marjo met een foto van LinkedIn afbeelden, of moeten we het slachtoffer beschermen? Een verkenning met recente voorbeelden:

Auteursrecht en portretrecht

In artikel 21 van de Auteurswet is het portretrecht geregeld, maar heel slecht: het gaat enkel over het recht op portretten die je door een ander laat maken. De maker mag niet zonder jouw toestemming publiceren. Inmiddels is er veel jurispridentie waarbij het portretrecht wordt afgewogen met recht op vrije informatievergaring en – voorziening en privacyrechten. Dar moet een balans tussen bestaan en die is niet eenvoudig te vinden.

Jurist Arnoud Engelfriet van ICTrecht schreef een standaardartikel geschreven dat veelvuldig wordt geraadpleegd, en terecht. Ik citeer meer dan wettelijk is toegestaan, maar met de kudo’s voor Arnoud, een van een roedel voortreffelijke mediajuristen die Nederland gelukkig rijk is:

'Nieuws en verslaggeving van gebeurtenissen op de openbare weg vallen onder de vrije meningsuiting. Omdat een vrije pers erg belangrijk is voor de democratische samenleving, genieten zulke publicaties een zeer hoge mate van bescherming. Ook bij verslaggeving in de vorm van publicatie van een foto met een portret.

Een privacy-belang inroepen tegen zo'n publicatie ligt dan lastig. De rechter moet dan het privacy-belang van de persoon op de foto afwegen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Dat blijkt uit het Ferdi E.-arrest. Daarbij zal bijvoorbeeld meespelen hoe relevant de foto is bij het bericht, of het "afblokken" van het gezicht de nieuwswaarde van de foto in stand houdt en hoe bekend de persoon is. Hoe bekender iemand is, hoe minder hij kan doen tegen privacyschendingen in het kader van (roddel)journalistiek.

Een getuige van een misdrijf zal sneller een privacybelang kunnen inroepen, omdat hij door publicatie van zijn portret in grote problemen kan komen. En hoe een getuige er uit ziet, is zelden relevant voor het nieuwsfeit waar hij over getuigt. De nieuwswaarde van de foto is dan klein.

Iemands gezicht voorzien van het bekende zwarte balkje, of tegenwoordig steeds vaker een digitale vervorming van het hele hoofd, is een manier om iemand onherkenbaar te maken. Als dat kan, is er geen sprake meer van een portret en dus kan er dan ook geen portretrecht meer worden ingeroepen. Alleen blijkt dat, zeker bij "afbalken", mensen vaak nog steeds herkenbaar zijn. Zo'n balkje maakt het dan alleen maar erger: de persoon wordt dan herkenbaar neergezet als crimineel.'

Tot zover Arnoud Engelfriet, wiens hele artikel lezenswaardig is. Ik ben door schade en schande wijs geworden in het portretrecht, maar stuit er nog steeds op in de praktijk, bijvoorbeeld op Leugens.nl. Collega’s worstelen er ook mee. Twee frappante recente voorbeelden: NOS Journaal en kranten met Tarik Z. en De Correspondent met een eigen webshop om privacyschending te tarten.

Tarik naar DWDD

Op haar blog Charlottes Law publiceerde Charlotte Meindersma een uitgebreid artikel, ook geplaatst op De Nieuwe Reporter: Mochten NOS en de kranten verdachte Tarik in beeld brengen? Tarik was overduidelijk in beeld. Maar mag hij verbieden dat zijn portret wordt uitgezonden. Ofwel: heeft hij een redelijk belang zich tegen openbaarmaking van zijn portret te verzetten?

Vanwege het resocialisatie- en rehabilitatiebelang oordeelt een rechter vaak dat er niet meer afgebeeld mag worden dan nodig. Heeft het verhaal van de overval het beeld nodig? Vanwege de noodzaak tot informeren en het publieke debat, en het niet verder opsmukken van de beelden of in een andere context plaatsen, concludeert Meindersma bevestigend: het – talloze malen – uitzenden van de video over Tarik door de NOS vormt geen probleem.

En niet onbelangrijk: hij eiste zendtijd en wilde dus zelf in beeld. Maar niet op deze manier, als een loser die op tv gearresteerd werd. De kans is overigens niet gering dat hij ook vrijwillig terugkeert in beeld, bijvoorbeeld in De Wereld Draait Door. Zo neem je resocialisatie in eigen hand tegenwoordig.

Niet meer dan nodig

Bovendien geldt in de privacyvoorschriften dat je de privacy niet verder mag aantasten dan ‘nodig’ is. Je kunt dus privacy niet schenden als die er niet meer is. De naam Tarik Zahzah, zijn woonadres, familie, studie en jeugd waren online heel spoedig bekend.

Moet er dan bijvoorbeeld in de berichtgeving nadien nog een balkje voor de ogen? NVJ-secretaris Rosa García López legde het uit op Lindanieuws, analoog aan de boven beschreven duiding van Arnoud Engelfriet: als je privacy van een verdachte nog kunt beschermen, en voor de nieuwsvoorziening zijn de ogen en naam niet nodig, laat ze dan achterwege.

Dat kan potsierlijk worden zoals in het geval van Volkert van der Graaf, de veroordeelde moordenaar van Pim Fortuijn. Overigens bleek de samenleving bij zijn terugkeer veel toleranter dan verwacht. Dat moet de voorvechters van absolute privacy toch aan het denken zetten. In het Facebook-tijdperk is het denken over privacy veranderd. Koning Onbenul regeert, maar mensen kiezen ook heel bewust voor minder privacy. Daar heb ik een heel boek over geschreven, met een aardige scan.

Nette Telegraaf

Meindersma benadrukt dat een zwart balkje voor de ogen van de verdachte hen ook juist stigmatiseert: 'Niet iedere persoon die door de media met zwart balkje wordt getoond, is een verdachte of dader. Tarik is inmiddels wel een verdachte, dus mag hier een zwart balkje gebruikt worden.'

Maar hadden na alle vormen van identificatie van de overvaller van de NOS de kranten nog enige reden om terughoudend te zijn? Wel degelijk, vonden ze zelf. De Volkskrant plaatst geen portret op de voorpagina en hield zich aan Z.. Het AD, een in de provincie Zuid-Holland waar Tarik woont veel gelezen krant, ging er vol in met een portret met wapen.

De Telegraaf ging er keurig mee om door van het gelaat een illustratie te maken. Maar is Tarik toch niet herkenbaar met zichtbare gelaatstrekken?

Hier weegt de context voor de afweging tussen privacy en recht op informatie. Hoe gekleurder het verhaal, hoe minder portret privacy mag schenden. Diskrediet is immers juist in de combinatie snel gezaaid.

Zo noemde Telegraaf Tarik Z. een ‘geestesgestoorde’. Sommigen vonden dat te ver gaan. Het ‘anders doe je zoiets niet’ lijkt daarvoor een voor de hand liggende rechtvaardiging. Als ‘gek’ is bovendien terugkeer in de samenleving sneller mogelijk dan als crimineel. Een baan krijgen is een ander verhaal.

De Correspondent struikelt

Vandaag komt De Correspondent met een opvallende schuldbekentenis: 'Drie weken geleden openden we een webshop waarin we mokken met foto’s van andermans kinderen verkochten. Ondertussen is de webshop onder druk gesloten en, na lang beraad, weer heropend. Wat is er gebeurd?'

Dimitri Tokmentzis, de beste Nederlandse onderzoeksjournalist op het onderwerp data en privacy, zag het portretrecht deerlijk over het hoofd. Notabene in een artikel waarin hij met een zelf geopende webshop Koppie Koppie mokken liet bestellen met portretten van willekeurige kinderen wier portretten op bijvoorbeeld Flickr staan.

De les: ook al publiceren mensen hun foto’s overal, mag je die nog niet zomaar overnemen. Ze hebben portretrecht in het verlengde van de Auteurswet, die overigens een economische grondslag heeft.

Daarmee is dit recht, onbedoeld, een belangrijke vorm van privacybescherming geworden. Dat is zo gek nog niet, vind ik: ook privacy wordt meer en meer een geldkwestie. Je betaalt met je data voor ‘gratis’ content en diensten. Ofschoon nu nog vaak onbewust. Dat zal snel veranderen, dan gaan we data bewust verhandelen, ook onze foto’s en video.

    Peter Olsthoorn schreef boeken over internet, Google en The Power of Facebook,Πartikelen over ICT, media (internet vooral), inlichtingendiensten en innovatie. Hij spreekt over deze onderwerpen, treedt op als dagvoorzitter en interviewer op het podium. Was journalist in Oost-Europa, correspondent en oprichter van netkwesties.nl.