Thuis bij de dictator van Albanië

De intacte villa van Albanië's ex-dictator Hoxha zegt veel over de Albanese omgang met zijn traumatische verleden.

Een wat zenuwachtige menigte jongeren verzamelt zich voor de hekken. De lacherige sfeer kan niet verhullen hoezeer ze nog onder de indruk zijn van de oorspronkelijke bewoner van dit pand, die dertig jaar geleden overleed.

Deze enorme villa in het hart van Tirana, in de volksmond bekend als het Blok, was altijd al een onneembare vesting. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot zijn dood in 1985 zetelde hier Enver Hoxha, de man die Albanië veertig jaar lang eigenhandig vorm gaf. Hij sloot het land af van de buitenwereld, begraven in een socialisme zonder vrienden. Eerst stuurde hij de Russen, en later de Chinezen naar huis. Tot Albanië eenzaam en vergeten de val van de muur moest afwachten.

Het volk leerde om het Blok heen te lopen, het gezicht afgewend van de bewakers

In het Blok herhaalde hij dat isolement voor zichzelf in miniatuurvorm. Vanachter de hoge hekken moest hij gissen naar hoe zijn volk er voorstond. En dat volk leerde om het Blok heen te lopen, het gezicht afgewend van de bewakers.

Tussen praal en kitsch

Wat dat betreft is er in 2014 weinig veranderd. Een bijgebouw aan de rand van het terrein adverteert met grote letters de whiskybar die daar huist, maar de villa zelf blijft onneembaar, gesloten voor het publiek. De vele ruimtes liggen te verstoffen, met het interieur intact. Maar soms wordt er een uitzondering gemaakt, zoals voor een groep kunstenaars en andere creatievelingen die komen brainstormen over een nieuwe bestemming voor de villa.

Eerst uiteraard een rondleiding. Wijlen de brute dictator had een zeer kitscherige smaak, maar wat er van het interieur is overgebleven is nog vrij eenvoudig. Vergeleken met de paleizen van zijn Roemeense collega Ceaucescu steken de vijf fleurige badkamers van de familie Hoxha toch wat karig af. Ze zijn groot en het zijn er veel, maar de plastic douchegordijntjes hebben toch iets knulligs.

Het pronkstuk van de woonkamer is een Grundig kleurentelevisie, destijds hét statussymbool van Albanië, waar Hoxha's onderdanen het moesten doen met Chinese televisies die werden aangepast zodat het onmogelijk was naar buitenlandse zenders te kijken.

‘Volstrekt Scarface’, roept een bezoeker met grote ogen

Het bontst maakt nog Envers oudste zoon Ilir het, met zijn privévertrekken op de zolder. Een groot schilderij van dravende paarden aan het hoofd van het bed, een spiegel omzoomd met gloeilampen bij het voeteneind. ‘Volstrekt Scarface’, roept een bezoeker met grote ogen.

De gasten schieten volop 'selfies'; op Hoxha's wc, languit op de sofa… De huisbewaarder die het pand al zo'n 25 jaar onder zijn hoede heeft ziet het minzaam aan. Ook hij weet niet goed wat hij aan moet met de situatie.

Een vrouw werpt een sluikse blik in één van de vele garderobekasten een verdieping lager. Hoe is het om in de kleerkast van Enver Hoxha te kijken? ‘Bizar, heel bizar’, zegt ze. ‘Ik ben van 1981, maar ik kan me niet indenken hoe dit voor ouderen moet zijn die Hoxha echt nog hebben meegemaakt. Het is zo ontluisterend.’

Afrekenen

Dat is precies het doel van de bijeenkomst. Bedenken hoe dit pand na dertig jaar kan worden “gedemystificeerd”. ‘Doe iets nuttigs met deze ruimte, zonder het verleden te negeren of te veel te dramatiseren’, houdt de Duitse architect Andreas Ruby zijn gehoor voor.

Laat Albanië dáár nou net moeite mee hebben. Hier is nooit echt afgerekend met het verleden. Het socialistische regime werd niet omvergeworpen, het loste langzaam op. Hier en daar ging een standbeeld omver, maar een woedende menigte om het Blok te plunderen kwam nooit op de been.

De honderdduizenden bunkers waar Hoxha het land mee vol liet leggen worden achteloos gesloopt. Niet om het einde van de isolatie te vieren, maar omdat het staal geld waard is. De overige monumenten worden vooral genegeerd. De vragen die ze oproepen zijn te pijnlijk.

Albanezen vechten ieder moment van de dag om het communisme uit hun geheugen te wissen

Zhujeta Cima heeft daar ruime ervaring mee. Jaarlijks organiseert zij een muziekfestival tussen Hoxha's bunkers en elke keer krijgt ze felle kritiek. ‘Albanezen vechten ieder moment van de dag om het communisme uit hun geheugen te wissen’, zegt ze. ‘Het is overal, maar ze willen het niet zien.’

‘Is de historische bagage te drukkend, of kunnen wij ons dit gebouw opnieuw toe-eigenen?’ vraagt Ruby. De zaal zwijgt. Ook de mensen die even tevoren graag het bloemetjesbehang belachelijk maakten en foto's schoten van Hoxha's wc hebben moeite met radicale oplossingen. Na enig aandringen gaan de meeste stemmen op voor een museum. ‘Voor mij is dit juist iets speciaals om te bewaren’, zegt een deelnemer. Dat is de consensus van de avond.

Ruby zou het gebouw juist graag in zijn tegendeel laten verkeren. Hij stelt voor er een kunstenaarskolonie van te maken, een ontmoetingsplaats voor lokale artiesten en collega's uit de Europese Unie, die er op uitnodiging een half jaar zouden moeten komen werken. Daarvoor is het duidelijk nog te vroeg, al zou het er best eens van kunnen komen. Hoe meer jongeren de kans krijgen om op Hoxha's wc te zitten, hoe sneller de “demystificatie” gaat. Maar uit de interieursmaak van de Hoxha's zullen de bezoekende kunstenaars waarschijnlijk weinig inspiratie kunnen putten.

Mijn gekozen waardering € -

Joost van Egmond (1975) schrijft over de rafelige rand van Europa. De regio waarvan niemand weet wat-ie ermee aan moet, nog het minst de bewoners zelf. Op dit kanaal schrijft hij vooral over de onderstroom van het nieuws. Voor wie wel wat van deze buurt weet, maar meer context wil.