Verhalenbundel vol moord en doodslag

Jori Stam laat met zijn verhalenbundel 'Een volstrekt nutteloos mens' zien dat hij oog heeft voor de psychologische mechanismen die de mens voortdrijven. Een interessant, maar ook nog wat wisselvallig debuut.

‘Een dag na de voorjaarsborrel van de uitgeverij had zijn redacteur hem gevraagd een literaire thriller te schrijven, en daarom belandde Harm Edelman aan de rand van een afgrond in een Noors paradijs.’

Zo begint het titelverhaal van Een volstrekt nutteloos mens, het literaire debuut van Jori Stam (1987). Volgens het omslag – want zoals tegenwoordig gebruikelijk is staan er ronkende werfteksten op het omslag van (vaak bevriende) collega-schrijvers – zou het ‘de beste verhalenbundel van het jaar’ zijn: ‘spannend, actueel en in een virtuoze stijl. Van een schrijnende schoonheid.’ Dat maakt nieuwsgierig.

Harm Edelman, de hoofdpersoon van het openingsverhaal Een volstrekt nutteloos mens, is een zeer geordende vijftiger, die naar Noorwegen gaat om aan zijn nieuwe boek te werken. Zijn levenspartner Anne heeft – tot Harms ongenoegen – een vriendschap aangeknoopt met de buren Joep en Mariëtte, en zo komt het dat ze gezamenlijk naar het noorden afreizen voor vakantie. Harm probeert ruimte en tijd voor zichzelf te claimen, maar als Anne, Mariëtte en Joep terugkomen van boodschappen doen, besluit Joep hem te vergezellen bij een wandeling, hetgeen Harm razend maakt: ‘Er begon een vuur door Harm heen te razen dat zijn huid van binnenuit leek te verschroeien. Anne had hem in de supermarkt verraden, alsof ze hem pijn wilde doen – hem wilde vernietigen.’ De man is niet gezegend met veel relativeringsvermogen, zullen we maar zeggen.

Dergelijke beknopte beschrijvingen – de manier waarop Harm zijn koffer inpakt is er ook zo één – zorgen ervoor dat Harm je een beetje de kriebels bezorgt. Ook in andere verhalen geeft Stam op subtiele manier informatie over zijn figuren prijs. Het verhaal ‘Rhodos.jpeg’ bevat bijvoorbeeld ook een geweldige alinea. Vijftiger Marten zit gevangen in een bloedeloos huwelijk en fantaseert over een slippertje met zijn jongere collega Machteld. Nadat Marten zich heeft afgetrokken op die foto van Machteld in bikini lezen we:

‘Hij draait zich om. Op de muur ziet hij gekleurde potloodstrepen met daarnaast verschillende data en lengtematen. Hier en daar vrolijke stickers van een glimlachende rups die een duim opsteekt. 13 januari 2010 – 127 cm. 9 mei 2010 – 129,5 cm. Een stuk daarboven: 20 augustus 2011 – 138 cm. De laatste opgeschreven lengte is genoteerd op 14 september 2011: 142 cm. Boven die datum niets anders dan de leegte van de muur.’

Verdere uitweidingen zijn niet nodig; in één klap is duidelijk waarom zijn vrouw zo veel drinkt, waarom de twee nauwelijks nog contact hebben, hoe het komt dat hun leven zo armzalig is.

Au.

In ‘Kerstdiner’ staat eveneens zo’n treffende passage. Een jongeman kiest ervoor om de kerstavond bij zijn demente opa in het verzorgingshuis door te brengen in plaats van bij zijn moeder, stiefvader en oma. Dat wordt hem niet in dank afgenomen. ‘Je bent net zo erg als hij vroeger was,’ bijt zijn oma hem toe. En twee weken later staat stiefvader doodleuk op de crematie van grootvader te vertellen ‘hoe gezellig het was geweest op kerstavond, hoe fijn het was dat de hele familie nog een keer bij elkaar was gekomen’.

Wisselvallig

Het zijn dit soort passages die laten zien dat Jori Stam talent heeft en oog voor het optekenen van psychologische mechanismen en drijfveren achter menselijk gedrag. Ook heeft hij een eigen stemgeluid gevonden, onderkoeld en clean. Maar virtuoos? Zo opmerkelijk is Stams stijl en taalgebruik nou ook weer niet. Inhoudelijk zijn de afzonderlijke verhalen bovendien niet allemaal even goed uitgekristalliseerd. Dat er veel moord en dood voorkomt in de bundel is een te verdedigen keuze – we leven nu eenmaal in een wereld vol moord en dood, en onze aardkloot wordt bevolkt door naargeestige en vreemde figuren. Maar bij een bundel die uit maar tien verhalen bestaat, is het op een gegeven moment wel een beetje véél. Stam laat weliswaar overtuigend zien hoe het soms volledig kan ontsporen in een mensenhoofd, en hoe er van alles broeit en brandt onder de oppervlakte, maar hij toont zich minder sterk als het gaat om de ontknoping van zijn verhalen. Dan vormt de dood eerder een te gemakkelijk en vooral ook te abrupt slotakkoord dan een bevredigend einde.

Een volstrekt nutteloos mens is daarmee al met al best een verdienstelijk, maar nog wat wisselvallig debuut van een nieuwe, interessante schrijver.

Jori Stam – ‘Een volstrekt nutteloos mens’ (176 p.). Atlas Contact, € 19,99.

 

Mijn gekozen waardering € -