Het Utrechts Centrum voor de Kunsten is na een lange lijdensweg failliet. Het werd wegbezuinigd. Er is in de vierde stad van Nederland geen plek meer voor een grote, centraal opgezette muziek- en cultuurschool. En ook niet voor pottenbakken, schilderen en videofilmen. De gemeenteraad heeft er wat op gevonden. Voor de binnenkort dakloze cursisten van het UCK denkt de gemeente aan een ‘tool’ waarmee de cursisten zich kunnen oriënteren op het in Utrecht aanwezige aanbod.

Fantastisch natuurlijk: niemand meer in loondienst (de grootste kostenpost waren de muziekdocenten in vaste dienst), iedereen ZZP’er en dan elkaar doodconcurreren op de vrije markt. Landelijk hebben we inmiddels gezien waar dat toe leidt: een groeiend precariaat van ambitieuze en bevlogen cultuurmakers dat zich voor steeds minder geld uit de naad werkt, niet gehinderd door culturele instellingen die zo hun voortbestaan hebben veiliggesteld.

De wijken in

Nu hoeft het niet zo dramatisch te zijn, want in diverse wijken van de vierde stad van Nederland zijn aardige tot unieke initiatieven ontstaan. Dat gebeurde allemaal in de tijd dat het UCK faalde in zijn taak om andere bevolkingsgroepen te bedienen. In Kanaleneiland en Overvecht is een bloeiend jeugdcultuurhuis waar mooie dingen gebeuren met veelal Marokkaanse jongeren. In Zuilen en Wittevrouwen zit Zimihc dat ook iets met senioren doet en Oog in Al heeft het Wilde Westen.

Wat er niet meer is: iets in het centrum en het (zuid)oosten van de stad. Terwijl dat er nu nog wel is. In de periferie van de logge en dure muziekafdeling van het UCK leeft de Theaterschool. En dan niet de acteursopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten, maar de theateropleiding voor amateurs. Ik heb er zelf lesgegeven en gebruik van gemaakt, dus helemaal onpartijdig ben ik niet, maar er gebeurt daar iets moois voor 1200 cursisten per jaar.

Coöperatie van journalisten én lezers. Sinds 2009.