Voorpublicatie ‘Het maakbare uur’ – Op 22 augustus 2018 deed Dion Beukeboom in het Mexicaanse Aguascalientes een vergeefse poging om het werelduurrecord wielrennen te verbeteren. Voor het boek ‘Het maakbare uur’, dat op 26 februari a.s. verschijnt, volgde Jurgen van Teeffelen de renner een jaar lang. Twee dagen voor ‘het uur U’ zag hij mensen met blauwe doekjes in de weer en een motor op de baan rijden.

STEUN RO

Ah, daar is hij weer, de ciclista holandés. De bewaker staat op van zijn stoel en opent het hek dat toegang geeft tot de parkeerplaats van het Velódromo Bicentenario. Bij het passeren van de taxi steekt hij zijn hand op. De inzittenden hoeven hun namen niet meer op het papier te schrijven dat hij officieel elke bezoeker aan de wielerbaan moet laten invullen. Hij kent deze lui inmiddels wel, ze zijn hier bijna dagelijks te vinden. Soms op een racefiets, soms in hun vaste taxi. Zoals vandaag.

Hij is blij dat er weer wat reuring is. In de zomer gebeurt er namelijk bar weinig op het terrein. Het is schoolvakantie in Aguascalientes en dat betekent dat de activiteiten in de hal op een laag pitje staan. Geen zaalhockeyende kinderen of rolschaatsende tieners derhalve. Af en toe traint het badmintonclubje nog, dat is het wel zo’n beetje. Dus zijn de buitenlandse wielrenners die hun geluk komen beproeven op de wielerbaan meer dan welkom. De Deen Martin Toft Madsen bijvoorbeeld, die op 26 juli het werelduurrecord bij de mannen aanviel. Na het uur stond er een afstand van 53 kilometer en 630 meter op het bord. Het was bijna een kilometer minder dan de afstand die Wiggins in 2015 fietste maar wel de tweede beste afstand sinds de wereldwielerbond UCI de regels in 2014 veranderde. Het is prima nieuws voor Dion Beukeboom en zijn coach Jim van den Berg. Want het klinkt toch net even wat aansprekender wanneer je Sir Bradley Wiggins van de troon mag stoten dan ene Martin Toft Madsen. Maar vooral het feit dat de relatief onbekende Deen een stuk verder reikte dan Alex Dowsett en Rohan Dennis doet vermoeden dat de Nederlanders er goed aan hebben gedaan om naar de Mexicaanse hoogvlakte af te reizen.

De Nederlanders kijken bij de ingang even of de grote baas van de hal niet op de tribune zit toe te kijken. Hij lijkt er vandaag niet te zijn, dus wippen ze behendig de boarding over en lopen over de baan naar het middenterrein. Er staat een zwarte motor aan de rand. Het is een Honda CB-1, zo valt er op de zijkant te lezen. Een Mexicaan met gitzwarte haren, snor en baardje staat erbij. Hij draagt een wit poloshirt waarop AGUASCALIENTES staat, een zwarte trainingsbroek en witte sportschoenen. Hij glimlacht vriendelijk naar het bezoek, in zijn mond lichten twee zilveren tanden op.

Van den Berg stapt op hem af: ‘Hola.’ Hij vervolgt in het Engels: ‘Ben je door Carlos gestuurd?’ De Mexicaan kijkt hem niet-begrijpend aan. Hij spreekt geen Engels, zoveel is Van den Berg wel duidelijk. Van den Berg spreekt echter geen Spaans. Hij pakt zijn telefoon erbij. Google translate biedt soelaas. , Carlos heeft hem gevraagd hier met zijn motor te komen. Waarom eigenlijk, dat weet de Mexicaan niet. Zeg maar wat hij moet doen, laat hij Van den Berg weten.

De Mexicaan moet de wielerbaan op met zijn motor en rondjes gaan rijden, maakt Van den Berg hem duidelijk. Hoelang? 30 minuten, tonen de vingers van Van den Berg. Hoe hard? 60 kilometer per uur, wijst Van den Berg op de snelheidsmeter op het stuur aan. De motorman zet zijn helm op, een Specialized-fietshelm met luchtgaten en zonder vizier, en start de Honda. Omdat het middenterrein lager ligt dan de baan, moet hij eerst een smalle schuine helling op. Dat gaat ternauwernood goed.

Terwijl de Honda zijn rondjes draait, vertelt Van den Berg wat de bedoeling van de rijdende motor is. Nee, hij gaat niet als derny fungeren tijdens Beukebooms warming-up over twee dagen; de Honda moet de luchtstroming in de hal op gang brengen. Een beetje wind in de rug creëren als het ware. Wiggins heeft het ook gedaan: vlak voor zijn poging reden er een stuk of vijf motoren over het hout van het Londense Lee Valley-velodroom. Het is in geen enkel verslag van Wiggins’ recordpoging te lezen. Waar heeft Van den Berg die informatie vandaan? ‘Via via,’ zegt hij, ‘van meerdere kanten.’ Het is het grijze gebied waar mogelijk voordeeltjes te halen zijn. Er staat in ieder geval nergens in het reglement van het uurrecord dat van tevoren niet met een motor op de baan gereden mag worden.

Intussen zitten mecanicien Ton Vrolijk en hulpcoach Wouter Ruchtie op hun knieën op de baan met elk een blauw Swifferachtig doekje in de hand. Er ligt stof op de baan en dat laat zich maar moeilijk verwijderen, hebben de Nederlanders gemerkt. Sinds hun aankomst in Aguascalientes hebben ze de baan elke dag gestofzuigd maar het vuil blijft maar terugkomen. Vandaar dat Vrolijk gisteren een paar pakken met doekjes heeft ingeslagen bij de Mexicaanse Blokker. Ze lijken hun werk te doen: Ruchtie houdt een doekje in de lucht dat meer bruin dan blauw kleurt.

‘Gooi maar weg,’ zegt Van den Berg.

‘Kunnen we ze niet wassen?’ reageert Ruchtie.

‘Niks ervan. Ik wil geen nat op de baan.’

Hardnekkig stof op de baan dus. Het is het gevolg van de renovatie die de baan in mei heeft ondergaan met het oog op de Pan-Amerikaanse wielerwedstrijden die tussen 29 augustus en 2 september in Aguascalientes plaatsvinden. De renners die de baan hadden uitgekozen om in de zomer het werelduurrecord te verbeteren, waren er niet blij mee. Toft Madsen en zijn begeleiders toonden op Facebook een filmpje van een dikke laag stof die na tien minuten fietsen op de banden was neergestreken. Het zou al snel een kilometer in het uur kosten, vermoedden ze. Er was werk aan de winkel. Operatie Schone Banden ging van start. In een later filmpje zien we Toft Madsen met een bezem de baan vegen en is zijn coach met een grote oranje stofzuiger in de weer; ook een aantal Mexicaanse schoonmaaksters worden ingeschakeld om de baan stofvrij te maken voor de recordaanval van de Deen.

Toen Beukeboom voor het eerst de plankier van het Velódromo Bicentenario betrad, anderhalve week nadat Toft Madsen en zijn gevolg waren vertrokken, constateerde hij dat er nog steeds ruimschoots stof uit alle gaten en kieren van het hout opdook. Ook de Nederlanders zijn daarom dagelijks in de weer met de oranje stofzuiger en ook zij hebben assistentie van de Mexicaanse schoonmaakdames gekregen. Op aanraden van Van den Berg heeft Ruchtie ze nog wat extra pesos toegestopt.

Eerlijk gezegd hebben de Nederlanders zelf ook bijgedragen aan het stof op de baan. Ze hebben hem namelijk geschuurd. Eerst een klein beetje, later veel uitgebreider. Het was ze opgevallen dat de gekleurde lijnen en het blauw van de Côte d’Azur ruw aanvoelden, alsof de Mexicanen structuurverf hadden gebruikt. Omdat Beukeboom tijdens het rondjes fietsen veelal de zwarte lijn probeert te volgen, is dat niet handig: het scheelt in de rolweerstand. Een week geleden hebben ze daarom buiten het zicht van de bewaking de zwarte lijn opgeschuurd. Maar nadat dit klusje geklaard was werd het de Nederlanders snel duidelijk dat eigenlijk de hele piste niet gladgepolijst aanvoelde. Waarschijnlijk hebben de Mexicanen tijdens de renovatie de baan in zijn geheel opgeruwd om de kans op valpartijen tijdens de Pan-Amerikaanse Spelen te verkleinen. Handig voor de minder ervaren renners die meedoen en behoefte aan grip hebben, maar voor een renner die het werelduurrecord wil verbeteren kan de baan niet glad genoeg zijn. Het hele stuk aan de binnenkant van de baan moest daarom geschuurd worden. Een paar avonden terug hebben Van den Berg, Ruchtie en Vrolijk hun geheime expeditie uitgevoerd. Vijf uur waren ze ermee bezig geweest, om één uur ’s nachts keerden ze pas huiswaarts.

 

Vanaf de enige stoel die er op het middenterrein te vinden is, staart Beukeboom naar de rondtoerende Mexicaan en de schoonmakende Nederlanders. Zijn kale schedel glimt in het ochtendlicht dat door het witte dakdoek naar binnen schijnt. Hij heeft zwarte steunkousen aan en twee repen blauwe tape zijn op zijn linkerbovenbeen geplakt. Het is niks bijzonders, geeft hij aan. Hij heeft soms het gevoel dat zijn hamstrings wat opspelen, vandaar deze voorzorgsmaatregel. Hoe het met hem gaat? Mwah, hij voelt zich een beetje moe en de spanning begint te komen. Het zijn vaak de moeilijkste dagen voor een atleet: het belangrijkste werk is gedaan, nu is het vooral wachten of de gedane arbeid zich uitbetaalt in de gehoopte topprestatie. Dat geeft twijfels: heb ik wel goed genoeg getraind?

‘Het ziet er toch gewoon prima uit. Een uur 414 watt rijden, en daarna gaan we een biertje drinken. Zo simpel is het’, zegt Van den Berg tegen de renner. ‘

‘Dan moeten we daar nog maar vanuit gaan,’ zegt Beukeboom.

‘Dus niet wat we eergisteren besproken hebben dat je ook voor een tweede beste afstand kunt gaan?’ reageert Van den Berg.

‘Nee, we gaan voor het record.’

‘Prima. Jij bent in controle.’

‘Weet je, ik begin mijn lichaam ook wel een beetje te voelen. Spanning.’

‘Ja, dat is logisch. Je lichaam is zich ook aan het voorbereiden. Ben je al drie keer naar de wc geweest vandaag?’

‘Nee, zo erg is het niet maar ik voel me gewoon niet helemaal fit.’

‘Maar de voorbereiding is hartstikke goed gegaan. Na de dertigminutentest hebben we de starts geoefend en eergisteren nog twee keer een twintigminutenblok en kijk eens hoe goed je daar 414 watt reed.’

‘Jawel. Maar zo makkelijk ging het echt niet.’

‘Zeker wel, je kon de laatste ronden zelfs nog aanzetten, dat ging hartstikke goed.’

Van den Berg draait zich om en steekt zijn wijsvinger in de lucht wanneer de Honda passeert. Nog één ronde te gaan. Hij haalt een rood apparaat, formaat walkie talkie, uit zijn broekzak. Nadat de Mexicaanse motorman langs de kant is gestopt, loopt Van den Berg de baan op en gaat ter hoogte van de startstreep op zijn knieën op de baan zitten, tussen de zwarte en rode lijn in. Hij houdt met zijn rechterhand het apparaat in de lucht, ongeveer op een meter van de houten piste.

‘Waarom hou je de luchtmeter op die hoogte?’ vraagt Beukeboom.

‘Omdat daar je lichaamszwaartepunt zit,’ antwoordt Van den Berg. Na vijf minuten staat hij op en zegt: ‘Drie minuten. Drie minuten een lagere luchtdichtheid. Hier ga je woensdag drie minuten profijt van hebben.’

‘Dat is mooi,’ antwoordt Beukeboom. ‘Dan kan ik weer lekker hard van start gaan.’

Van den Berg loopt naar de eigenaar van de Honda en stopt hem wat geld toe: ‘Muchas gracias.’ De Mexicaan heeft het zwaar gehad. Hij wrijft in zijn ogen. Hij had geen bril op, dus allicht dat er wat stof in zijn ogen gewaaid is. Hij beweegt zijn polsen en armen om te zien of er nog gevoel inzit. Hij schudt zijn hoofd om de kramp van zijn nek te halen. Van den Berg houdt hem zijn telefoon voor: of hij woensdag ook kan komen? Dat moet hij even aan Carlos vragen…Het is goed, knikt hij even later. De Mexicaan zal er overmorgen zijn, met zijn Honda. Hij schudt Van den Berg de hand en wil dat ook bij Beukeboom doen. Die maakt een vuist en geeft hem een boks. Een infectie met een of andere Mexicaanse ziekteverwekker kan de renner nu niet gebruiken. Bij het verlaten van de baan, langs de schuine helling omlaag naar het middenterrein, zwaait de Mexicaan nog even enthousiast naar de Nederlanders. Dat was een fijn klusje, zie je hem glunderen.

Beukeboom heeft zijn stoel verlaten. Hij ziet een stellage staan die gemaakt lijkt van het hout dat op de baan ligt. Het is geen Siberisch hardhout of lariks, vermoedt hij. Eerder geperst vurenhout. Als hij even later langs het grote luchtrooster op het middenterrein loopt, voelt hij met zijn hand hoe de lucht naar binnen wordt geblazen. Misschien kunnen ze de stroming manipuleren?

Ach, laat maar zitten ook. Hij moet gewoon een uur lang 414 watt rijden.

    Jurgen van Teeffelen (1968) is freelance wetenschapsjournalist sinds 2014. Tot die tijd werkte hij als gepromoveerd fysioloog aan universiteiten in Nederland (AMC, Maastricht) en de Verenigde Staten (Yale). Data in plaats van meningen vormen de basis van zijn artikelen. Jurgen schrijft graag over wetenschap in relatie tot sport en bewegen. Hij is auteur van 'Het maakbare uur - een zoektocht naar de ultieme wielerprestatie' en mede-presentator van de 'Slimmer Presteren Podcast'.