Zachte rituelen bij Allerzielenconcert van het Nederlands Bach Consort

"Een gedanste suite van verdriet" noemt het Nederlands Bach Consort zijn concertreeks rondom Allerzielen. Fijnzinnig repertoire, gelardeerd met zachte rituelen, biedt de bezoeker een plek om te luisteren en eventueel dierbaren te gedenken. Piëteit jegens de doden en rouwenden voert daarbij de boventoon.

Ontkenning. Woede en onmacht. Vechten en onderhandelen. Depressie en vermoeidheid. En tenslotte: aanvaarding. Het zijn de welbekende rouwstadia van Elisabeth Kübler-Ross, die Heleen Koele en Sytse Buwalda, artistiek leiders van het Nederlands Bach Consort, als leidraad dienden voor deze productie rondom Allerzielen. Hoewel het programmaboekje volledigheidshalve vermeldt dat deze vijf stadia elkaar niet per se opvolgen, vormen ze een effectief stramien voor een concert als dit, dat met zijn theatrale elementen eigenlijk ook een soort ritueel is. En ja, hiervoor is de Grote- of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (die tegenwoordig als Academiehuis Grote Kerk door het leven gaat) natuurlijk een gedroomde ambiance. Ook nu het monument in de steigers staat, vormen het koorhek en de muur- en gewelvenschilderingen een sfeervol decor.

Piëteit

‘Wij willen graag de namen noemen van hen die wij zo missen,’ zegt het voorwoord van het programmaboekje. Daarom krijg je bij de ingang al een kaartje aangereikt waarop je de naam van een dierbare dode mag schrijven. Met dit gebaar, losjes ontleend aan de katholieke liturgie van Allerzielen, is de toon gezet: je bent niet zomaar publiek, je bent een mens die iemand mist en wiens stille verdriet ertoe doet.
Het repertoire zou je ‘toegankelijk’ kunnen noemen, al doet zo’n pragmatische term onrecht aan de existentiële diepgang ervan, evenals aan de piëteit in dit samenzijn. Eigenlijk is er ook geen passende omschrijving voor deze vorm; ‘voorstelling’ klinkt te werelds, ‘liturgie’ te kerkelijk. Het woord ‘ceremonie’ komt misschien nog het meest in de buurt.

Lijkwade

Volgens de jonge traditie van het Nederlands Bach Consort zullen we naast repertoire van Johann Sebastian Bach ook nieuwe composities horen. Voor die laatste tekenen de Grieks-Amerikaanse Victor Kioulaphides en de Zwolse jazzpianist en componist Rik Elings. Van Kioulaphides horen we delen uit zijn Requiem, verweven met drie Geistliche Lieder van Bach uit Schemellis Gesangbuch, die Rik Elings weer van rijkgevarieerde bewerkingen voorzag.

In nog geen twee jaar groeide het Nederlands Bach Consort uit tot een van de betere professionele ensembles

Rondom dit alles voltrekt zich de ingetogen choreografie van de Senegalese danser Alioune Diagne, aangrijpend in alle soberheid. In Senegal is de dood, en met name kindersterfte, een alledaagse realiteit, zo vertelt Diagne in het programmaboekje. Nabestaanden wikkelen het lichaam dan in een lijkwade van in zeven meter witte katoen en moeten hun geliefde binnen 24 uur begraven. Het is een dergelijke lijkwade die een voorname rol speelt in zijn dans.

Hoog niveau

Meteen al bij de gregoriaanse Introïtus (Requiem Aeternam) treft je de sacrale sfeer. Na de eenstemmige Introïtus verrijst bij het Kyrie een middeleeuws ‘parallel organum’ in reine kwinten, die etherisch door de gotische gewelven zweven.
Victor Kioulaphides grijpt in zijn Requiem (dat nu overigens zijn wereldpremière beleeft) ook terug op oude technieken. Daarnaast hoor je vertrouwde tonale harmonieën zoals in het stralende Sanctus, of een subtiel eigentijds idioom zoals in het serene Lux Aeterna.
Maar al is de muziek ‘toegankelijk’ voor de luisteraars, de uitvoering ervan vergt een hoog niveau. En dat heeft het Nederlands Bach Consort stellig; in nog geen twee jaar groeide het uit tot ongetwijfeld een van de betere professionele ensembles in Nederland. Dat hoor je aan de kristalzuivere intonatie (zoals de ijle sopranen in het Pie Jesu), de manier waarop de stemmen versmelten tot één homogene koorklank, de onberispelijke inzetten, enfin – aan alles. Bovenal hoor je de toewijding, de liefde voor wat ze zingen.

Improvisatie

Kioulaphides’ Requiem is ingenieus vervlochten met de drie liederen van Bach. Rik Elings put uit diverse stijlen en zorgt voor parelende omspelingen met hier en daar wat jazzy akkoorden. Ondanks de weidse akoestiek van deze kerk verwateren de noten niet of nauwelijks. Samen met danser Alioune Diagne creëert hij een innig moment met een improvisatie, die voorafgaat aan het noemen van de namen.
Ook Elings’ vocale arrangementen voegen zich naadloos binnen het geheel. Een Engelse vertaling van Vergiß mein nicht (Don’t Forget) krijgt zelfs een ietwat Brits karakter, met die typische balans tussen distantie en emotie. En een bijna filmische dramatiek tekent zijn bewerking van Komm, süßer Tod, waarin aanvaarding en overgave weerklinken.

Afscheid

Zo zingen en spelen de musici ons geleidelijk naar een afscheid. ‘Als het lichaam in het graf ligt, moet iedereen zich omdraaien en weggaan. Dat is het moment waarop Gabriël de ziel van de overledene komt ophalen en dat mogen wij niet zien,’ schrijft Alioune Diagne in zijn persoonlijke tekst. Dit beladen ritueel, een heftige mengeling van rauwheid en opperste discretie, vertaalt hij in dans terwijl het ensemble een wegstervend In Paradisum zingt.
Is het woord ‘hoogtepunt’ hier op zijn plaats? In elk geval is dit een van de indrukwekkendste momenten van het concert; het moment ook waarop je ziet en hoort hoezeer dood en rouw universeel zijn. Geen passender slot van dit samenzijn dan de manier waarop één danser de voorgelezen, oer-Hollandse namen van dierbare doden in een Senegalese lijkwade wikkelt en in alle stilte ten hemel heft.

29 oktober: Lebuïnuskerk, Deventer; 30 oktober, Martinikerk, Doesburg; 1 november: Waalse Kerk, Amsterdam; 2 november: Grote Kerk, Leeuwarden.
www.hetnederlandsbachconsort.nl 

Mijn gekozen waardering € -