Zwols ‘Bergklooster’ koestert de erfenis van Thomas a Kempis

Vlak naast de rooms-katholieke begraafplaats Bergklooster, op de heuvel die de naam Agnietenberg draagt, ligt het Thomas a Kempis Museum. Een klein kenniscentrum dat eigenlijk langs organische weg is ontstaan. En dat proces duurt nog steeds voort, zo vertelt beheerder Bert Pierik.

Het museum is eigendom van de Vereniging Begraafplaats Bergklooster, waarvan Bert Pierik tevens secretaris en penningmeester is. Pierik stamt uit een plaatselijke dynastie van grafdelvers. Een van zijn voorvaderen kwam eind achttiende eeuw in die functie naar dit lieflijke stukje Salland. In 1985 trad ook Bert Pierik zelf in dienst van Bergklooster; als grafdelver en beoogd opvolger van zijn vader, wiens functie hij in 1995 definitief overnam.

En dan begint de geschiedenis van dit kleine museum. Want de begraafplaats ligt op het glooiende terrein waar tot 1581 het Sint-Agnietenbergklooster stond. Hier woonde, werkte en stierf de monnik Thomas Hemerken (1380-1471), die wereldberoemd zou worden als de kanunnik, schrijver en mysticus Thomas a Kempis.
Na zijn dood kwam echter de Reformatie, die genadeloos de bezem door al die roomse architectuur haalde. En in 1581 liet het inmiddels protestantse gemeentebestuur van Zwolle het klooster afbreken. De meeste stenen werden over de Vecht en het Zwarte Water getransporteerd, om te worden verwerkt in de vestingmuren van de stad.

Archeologische vondsten

‘Maar,’ zegt Bert Pierik, ‘als we een graf delven, vinden we nog regelmatig stukjes van het klooster. Plavuizen, scherven van serviezen… En brokken Bentheimer zandsteen, die vaak werden hergebruikt als fundament voor een graf, of als grafmarkering met een paar initialen er ingekrast.’
Aanvankelijk bewaarden Pierik en zijn medewerkers hun archeologische vondsten in een schuurtje midden op de begraafplaats. Tot twee jaar geleden, toen de Vereniging Begraafplaats Bergklooster de kans waarnam om een naburig oud schoolgebouw te kopen. Na het nodige schoonmaak-, plamuur- en schilderwerk ontstond er een sfeervol onderkomen voor de collecties: opgegraven restanten van het klooster, maar ook Pieriks privécollectie van schilderijen en boeken, waaronder vele exemplaren van Thomas a Kempis’ beroemdste werk: De Imitatione Christi oftewel Over de navolging van Christus. Op 24 juli 2021, vlak voor 550ste sterfdatum van Thomas, werd het museum geopend.

Monument

Achterin de hal is een wand ingeruimd voor informatie over het Thomasmonument, een creatie uit 1895 van de Utrechtse beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, met een veelbewogen geschiedenis. We schrijven 1672 als de toenmalige pastoor Waeijers de beenderen van Thomas a Kempis opgraaft. In een reliekschrijn verhuizen ze van schuilkerk naar schuilkerk en vinden in 1894 een waardige rustplaats binnen de neogotische Sint-Michaëlskerk in Zwolle. In dezelfde stijl vervaardigt Mengelberg een imposant herdenkingsmonument, waarop we Christus het kruis zien torsen. Rechtsonder knielt Thomas a Kempis met een boek.

Thomas’ hoofd, restant Mengelbergmonument

Helaas: in 1965 wordt de Sint-Michaëlskerk tot veler verdriet gesloopt. Op haar puinhopen verrijst het brutalistische V&D-pand, een beschamende misser in een tijd dat neogotiek als kitsch gold. Alle protesten ten spijt laat de gemeente Zwolle ook het Thomasmonument rücksichtslos weghakken. Slechts het hoofd van Thomas blijft bewaard. Het staat nu op een sokkel op begraafplaats Bergklooster.
Hier in de museumhal hangt nog een grote foto van het monument, omgeven met afgietsels van fragmenten uit de beeldengroep. Het gebeente van Thomas zelf is bijgezet in de Zwolse basiliek van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming.

Niet commercieel

Niet alleen de lommerrijke omgeving, ook de niet-commerciële sfeer is een verademing. Dit museumpje is voortgekomen uit oprechte betrokkenheid. Een echt museumcafé is er niet, maar theehuis De Agnietenberg ligt op minder dan honderd meter afstand. En in geval van groepsbezoek vertelt Pierik aan de ruime keukentafel honderduit over deze idyllische plek.
‘Wij hebben geen exploitatiedrang,’ benadrukt hij. ‘We hoeven geen groot publiek te trekken en geen thema-exposities te organiseren. Dat geeft veel vrijheid.’
Het aantal bezoekers druppelt wel gestaag door. Bij groepsrondleidingen wordt een bescheiden bijdrage gevraagd, maar verder staat er alleen een pot voor wie iets geven wil. ‘En dat wil vrijwel iedereen.’

Historische grond

De begraafplaats en het oude schoolgebouw zijn dermate onopvallend, zonder pompeuze entree of schreeuwerige borden, dat het even duurt voordat je beseft dat je je op historische grond bevindt. Hier ontstond De Imitiatione Christi, in de late middeleeuwen waarschijnlijk het meest verspreide christelijke boek na de Bijbel. Bert Pierik is dan ook een gepassioneerd verzamelaar van edities uit diverse perioden en landen, met als recentste aanwinst een Zuid-Koreaanse uitgave.
‘Vanaf deze berg bij de IJssel is het boek in allerlei talen de wijde wereld overgegaan,’ mijmert hij, ‘en dat was ook in de geest van Thomas. Als volgeling van Geert Grote en exponent van de Moderne Devotie vond hij onderwijs en kennisverspreiding heel belangrijk. En het is een mooi idee dat die vertalingen hier samenkomen. Met dit museum nemen wij als erfgenaam van de kloostergronden onze historische verantwoordelijkheid.’

Thomas a Kempis Museum
Bergkloosterweg 92, Zwolle
Website: www.bergklooster.nl
Bezichtiging op afspraak via info [at] bergklooster.nl

[paytium name="Eenmalige donatie" description="Donatie Margaretha Coornstra - "] [paytium_dropdown label="Ik waardeer met" options="1,50/3/5/10/25/100/250" options_are_amounts="true" /] [paytium_total label="Mijn gekozen waardering" /] [/paytium]

Van Friese afkomst, maar geboren en getogen op de Veluwe. Na het gymnasium deed ik één semester Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna belandde ik op het conservatorium in Zwolle (nu ArtEZ) en begon als muziekstudent met het recenseren van concerten en cd's. Na mijn eindexamen verbreedde dit schrijfwerk zich naar meerdere genres en opdrachtgevers.
Van 1991-1998 studeerde ik daarnaast psychologie in deeltijd aan de Universiteit Utrecht.
Journalistieke aandachtsgebieden: human interest, cultuur, zingeving.