Eddo Verdoner, de eerste Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, zegt in de Volkskrant van 18 september over de handel in nazimilitaria: “Die is bij wet verboden. Maar in de praktijk geldt die wet niet als nazi-parafernalia met educatief of museaal oogmerk worden verhandeld.”

STEUN RO

Dat klopt niet: er bestaat geen wet die deze handel verbiedt. Wat wel verboden is, krachtens artikel 137e, lid 2 Wetboek van Strafrecht, is het ongevraagd verspreiden of openbaar maken van voorwerpen of uitlatingen die als aanzet tot haat of discriminatie gezien worden.

Dit betekent dat de handel in authentieke nazimilitaria op beurzen en in gespecialiseerde winkels volkomen legaal is. Het geschiedt in een gecontroleerde omgeving, waar de klanten zélf om dat materiaal vragen. Ook krachtens het zogenaamde nazidolken-arrest van de Hoge Raad  uit 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BP0478) is de gecontroleerde handel in voorwerpen met nazisymbolen toegestaan.

Dat deze handel alleen kan geschieden onder het mom van “educatief of museaal oogmerk” is dan ook onzin.

Het bevreemdt verder dat de heer Verdoner uitspraken doet over de Nazidesign-tentoonstelling in Den Bosch, zonder die zelf bezocht te hebben (Reporters Online deed dat wél). Van een adviseur verbonden aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid verwacht je op zijn minst dat hij zich met eigen ogen informeert.

Al even vreemd is het dat het Centraal Joods Overleg en het CIDI aangekondigd hebben aangifte te doen tegen de Militariabeurs Houten, zonder zelf daar rondgekeken te hebben (Reporters Online deed dat wederom wél).

Het Volkskrantinterview met Eddo Verdoner staat overigens hier. Interviewer van dienst was Sander van Walsum.  

De handel

Sinds 2017 onderzoeken mijn collega Jaap van den Born en ik de handel in nazimilitaria, als uitvloeisel van het onderzoek naar de handel in kunstwerken die Adolf Hitler gemaakt zou hebben en voorwerpen die uit zijn bezit zouden stammen. Oftewel, de handel in Hitleriana. Deze handel vormt een klein deel van  de handel in Tweede Wereldoorlog-militaria, een industrietak die  jaarlijks “goed” is voor een wereldwijde omzet van tenminste ettelijke honderden miljoenen euro’s.

Bij het grootste deel van die omzet draait het overigens niet om voorwerpen uit de nazitijd, maar om producten als nieuwe boeken, films en tv-documentaires. En ook de hele bedrijfstak van oorlogsmusea en Tweede Wereldoorlogsonderzoekscentra valt welbeschouwd binnen deze industrie, net als de herdenkingscentra en -organisaties.

Nu is het gekke dat de voorwerpen waar steevast commotie over ontstaat, te weten de vermeende Hitlervoorwerpen, doorgaans vals zijn, en alleen daarom al strafrechtelijk makkelijk zijn aan te pakken. Er is meestal sprake van een of andere vorm van oplichting. En dat is in alle landen van de wereld strafbaar. Dit betekent dat al deze voorwerpen, zodra ze te koop worden aangeboden, op grond van een gerede verdenking van fraude, in beslag genomen kunnen worden. Als er maar iemand aangifte doet.

Die aangiftes deden Sven-Felix Kellerhoff van Welt en wij herhaaldelijk in 2019, inzake Duitse veilinghuizen die vermeende Hitleriana verkochten. Met als gevolg dat 63 fake Hitlers alleen al in Neurenberg in beslag genomen werden en de handel in die specifieke troep in Duitsland grotendeels tot stilstand kwam. Maar ook dat was niet de nekslag: de namaak-Hitlers duiken sedertdien vooral in de Verenigde Staten op.

Ook is gek dat de branche die de grootste hoeveelheid fake materiaal verspreidt, te weten uitgeverijen, productiemaatschappijen en omroepen die onzinnige boeken en documentaires (Het geheime seksleven van Hitler! Hoe Hitler naar Argentinië vluchtte! Nee, hij woonde met een dame van kleur in Brazilië! Hitler-de-dichter! De zoon van Adolf Hitler! Hitlers diamanten!) uitbrengen, vrijwel altijd buiten schot blijft bij protesten van tegenstanders van de handel in nazimilitaria. Terwijl juist de rotzooiboeken en “documentaires” daadwerkelijk schade aanrichten – al was het maar omdat ze complotdenkers sterken in hun wanen.

De kopers

Keren we terug naar de authentieke voorwerpen uit de nazitijd. Wie kopen die? Zijn dat hoofdzakelijk neo-nazi’s of andersoortige gestoorde dwaallichten, zoals tegenstanders beweren? Nee – in het algemeen zijn het mannen die gefascineerd zijn door de Tweede Wereldoorlog en daarom spullen uit die tijd verzamelen. Waarom specifiek nazimateriaal? Omdat ze gefascineerd zijn door de door de verhalen die eraan vast zitten, vaak ook door de vormgeving ervan. Maakt hen dit tot nazi’s? Nee, evenmin als het lezen van thrillers mensen tot psychopaten maakt of het kijken naar horrorfilms het publiek in moordenaars verandert.

Er zullen ongetwijfeld lieden zijn met nogal onfrisse politieke ideeën die nazimilitaria verzamelen. Maar dat slag klanten kan je ook in de gemiddelde supermarkt aantreffen. En ook al kan je redeneren dat de verkoop van levensmiddelen aan een neonazi het nazisme voedt, is dat geen reden om de verkoop van levensmiddelen te verbieden.

Kan je beladen voorwerpen verbieden?

Een eventueel Nederlands verbod op de verkoop en bezit van voorwerpen met nazisymbolen brengt de vraag met zich mee wat er dan met andere beladen voorwerpen moet gebeuren. Onder het communistische hamer en sikkel-symbool verloren tientallen miljoenen mensen het leven. Het christelijke kruis staat voor eeuwen van vrouwenonderdrukking, intolerantie en grootschalige  massamoord; de islamitische halve maan idem dito. De Nederlandse vlag staat óók voor een bloeddoordrenkt koloniaal verleden – moet je die dan ook maar verbieden?

Natuurlijk niet: het verbieden van de handel of het bezit van bepaalde voorwerpen is grotendeels symboolpolitiek. Wie middels welk symbool dan ook zijn of haar zieke gedachtengoed wil verspreiden is al strafbaar. Wie nazisymbolen op gebouwen kalkt is strafbaar. Wie roept dat deze of gene bevolkingsgroep vermoord moet worden is strafbaar.

Het handelen en verzamelen van beladen voorwerpen is en blijft een gevoelig iets. Maar de Nederlandse wetgeving is wat betreft nazisymbolen en -voorwerpen tamelijk helder: zolang dit alles in gecontroleerde omgeving geschiedt door bona fide handelaren en verzamelaars (inclusief historici en musea) is het legaal en hoeft niemand er aanstoot aan te nemen.

Per slot van rekening gaat het niemand aan om te bepalen wat iemands hobby´s zijn, wat voor spullen iemand verzamelt of wat voor boeken iemand leest – zolang de activiteiten binnen de wet gebeuren.

Naar het buitenland

Er zijn bovendien nog meer redenen waarom een verbod zinloos is: vrijwel overal ter wereld is de handel in nazivoorwerpen legaal. Verbied je het hier, dan verplaatst de handel zich naar het buitenland.  Dat brengt met zich mee dat de Belastingdienst inkomsten misloopt. Een verbod vergt bovendien handhaving. Het is maar zeer de vraag of de nu al overbelaste politie daar op te wachten zit.  Ook weten we dat elk verbod criminaliteit in de hand werkt.

Dus nee, de wens van Eddo Verdoner om de wetgeving betreffende nazivoorwerpen aan te scherpen is een bitter slecht idee. Hij kan zich qua antisemitismebestrijding beter richten op het onderwijs, waar zich veel jeugd ophoudt die door hun ouders vergiftigd zijn met antisemitisch gedachtengoed. Dáár valt veel te winnen. Veel meer dan met onzinnige acties tegen een relatief kleine groep apolitieke verzamelaars.

Voor de goede orde: ik ben verzamelaar van noch handelaar in nazimilitaria. Mijn vader vocht in de Tweede wereldoorlog als soldaat tegen nazi-Duitsland. Diens oudste broer kwam om het leven in een Duits concentratiekamp. De enige broer van mijn moeders moeder werd door de nazi’s vermoord. Ik verafschuw het nazisme tot in het diepst van mijn hart.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
droog@epibreren.com'
    Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.