Op dinsdag 21 september 2021 bericht dagblad De Limburger over alweer een nieuwe actie van Arthur Graaff bij de Duitse Militaire Begraafplaats Ysselsteyn (Limburg), waar de stoffelijke restanten van bijna 32.000 mensen begraven liggen.

STEUN RO

De doden in kwestie zijn voor het overgrote deel Duitse militairen die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland, België en Frankrijk zijn omgekomen. Maar er liggen ook kort na de oorlog tijdens internering omgekomen NSB-ers en Duitse burgers, alsmede 87 van de 133 Duitsers die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland stierven of op ’s Neerlands kusten aanspoelden.

Ditmaal grijpt Graaff de opening van een nieuw bezoekerscentrum bij de begraafplaats aan om te demonstreren vóór sluiting en ruiming van de graven, tegen het vermeende vereren van nazi’s op die begraafplaats en tegen de holocaustontkenning, die, volgens hem, de begraafplaats is.

Het vereren van nazi’s?

Wacht even? Gebeurt dat daar echt? Wel, sinds de openstelling van Ysselsteyn in 1952 zijn er enkele incidenten geweest. Oude en nieuwe nazi’s plaatsten bloemstukken  die waren voorzien van linten met verheerlijkende teksten. Zodra de beheerders dat soort linten zien, worden die onmiddellijk verwijderd. Is dat de afgelopen 69 jaar vaak gebeurd? Er is niets dat daarop wijst.

Historicus Hans Sakkers, die de geschiedenis van de begraafplaats zorgvuldig uitgeplozen heeft in het boek Duitse Militaire begraafplaats Ysselsteyn. Duits beheer over Nederlands erfgoed (2018) zegt over het beeld van Ysselsteyn als bedevaartsplaats voor rechts-extremisten: “Uit alle geraadpleegde documentatie valt te concluderen dat het hier gaat om een uiterst overdreven stellingname.” (Sakkers, blz. 358).

Holocaustontkenning?

In 2020 stelde Graaff, in een zonderlinge actie  gericht tegen een geplande kranslegging door de ambassadeur van Duitsland: “Hier kransen leggen is ook een vorm van holocaustontkenning.”

Nu leggen al sinds jaar en dag vertegenwoordigers van vele landen – ook van Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Russische Federatie en in 2016 zelfs van Israël, kransen op Ysselsteyn – niet om de misdaden van het nazi-regime te vereren of de Holocaust te ontkennen, maar om de oorlogsdoden te herdenken.

Maar dát interesseert Graaff niet. Hij vindt álle oorlogsherdenkingen, -evenementen, -musea, militariabeurzen, boeken, documentaires en films over de Tweede Wereldoorlog waar niet expliciet verhaald wordt over de verschrikkingen van de Shoah “holocaustontkenning”.

Dat mag hij natuurlijk vinden – die Gedanken sind frei – maar iets vinden of iets uitroepen zijn twee verschillende dingen. Holocaustontkenning is strafbaar. Dat betekent dat iemand die in het openbaar onterecht anderen van holocaustontkenning beschuldigt, hen onterecht beschuldigt van het begaan van een strafbaar feit. En óók dat is strafbaar.

Graaffs verzinsels kritiekloos geslikt

Met een beroep op een opgeklopt verzetsverleden van zijn vader, aangedikt  met een verzonnen Yad Vashem-onderscheiding en de claim dat de in KZ Dachau omgekomen Chris Graaff (1917-1945) een oom van hem was (een absolute onwaarheid), en door zich voor te doen als woordvoerder van een vereniging van oud-verzetsstrijders (de AFVN, een neo-stalinistische splintergroepering waarin geen enkele oud-verzetsstrijder meer actief is), weet hij Joodse organisaties, prominente Joden en journalisten te overtuigen van zijn verzinsels.  Met telkenmale als resultaat dat in de media berichten over zijn acties verschijnen, zonder dat er kritische kanttekeningen bij geplaatst worden.

En als er onverhoopt niet wordt bericht over Graaffs acties, zorgt de actievoerder zelf wel voor de verslaggeving, via diverse sites en internetfora.

Acties in 2021:  tegen André van Duin

De in 1948 geboren zelfverklaarde woordvoerder van oud-verzetsstrijders voerde eerder dit jaar actie tegen de 4 Mei-speech van André van Duin. Waarom? Omdat Van Duin geen bij de oorlog betrokkene zou zijn, en dus geen spreekrecht heeft bij de herdenking op de Dam, zo stelde Graaff in een online petitie.

Nu groeide de in 1947 geboren Van Duin op in de ruïnes van het kapotgebombardeerde Rotterdam. Daar hield de bezetter op 10-11 november 1944 de grote razzia, waarbij 52.000 mannen als dwangarbeiders voor de Arbeitseinsatz werden afgevoerd.

Van Duin, op 4 mei 2021 op de Dam: “Mijn vader werd ook opgepakt en per trein naar Duitsland gedeporteerd. Wat hij daar precies heeft gedaan, en welke ontberingen hij moest doorstaan, heeft ie nooit iets over verteld. Als ik er wel eens naar vroeg zei hij altijd: ‘Dat wil je niet weten, jongen” Hij had het overleefd… Maar je moest niet vragen: Hoe…

Bij ons thuis werd dus niet, of nauwelijks over de oorlog gesproken. Pas toen ik naar de lagere school ging, kreeg ik voor het eerst te horen wat er eigenlijk allemaal gebeurd was in die tijd. Hoeveel doden er waren gevallen… Honderdduizenden doden. Burgers, verzetsstrijders, slachtoffers van de Holocaust, de velen die omkwamen of vermoord werden in de kampen in zuid-oost Azië. Maar ook alle militairen, die toen naar het front zijn gestuurd, en nooit meer terugkwamen.“

Dus hoezo, André van Duin geen betrokkene? Maar het wordt nog gekker.

Aanbellen bij André van Duin

Op 8 mei publiceert Graaff een open brief aan André van Duin, waarin staat:

“Terreur, arrestatie, marteling, moord, Jodenvervolging, deportatie, massamoord, volkerenmoord, de holocaust. Als je dan daar staat op dat podium en daar dan helemaal niets over zegt – is raar. Heel raar, André.”

Maar het stopt hierbij niet. Graaff wil zijn petitie met 63 (!) handtekeningen persoonlijk aan Van Duin aanbieden. Hij sleurt daartoe zijn minderjarige zoon mee om de ontmoeting op camera vast te leggen. Deze fotografeert hem op de stoep van Van Duins woning. En vervolgens plaatst Graaff de foto, waar het huisnummer duidelijk op te zien is (wat het adres eenvoudig te achterhalen maakt) bij zijn open brief.

Van Duin heeft Graaff niet te woord gestaan.

Acties in 2021:  tegen Nederlandse veteranen en Veteranendag

Een column (21 juni) van Afghanistan-veteraan Kenneth Oppermans over Veteranendag (26 juni) is voor Graaff aanleiding om door oorlogsgeweld lichamelijk verminkte en geestelijk beschadigde Nederlandse veteranen middels een open brief (23 juni) te beschimpen en ze af te serveren met een spottend: “Zieluhhhhug!”

Vervolgens verwijst hij naar de 300 Spartanen die zich, in een wanhopige poging een Perzische invasiemacht tot staan te brengen, in 480 v.C. tot op de laatste man doodvochten bij Thermopylae. Dan schrijft Graaff:

“Zó had het ook gemoeten in Srebrenica. Jazeker: je doodvechten. Dan hadden we nu op het Malieveld op V-dag een prachtig Bernhardloos en zodoende eervol monument gehad voor de Nederlandse helden van Sbre die zich opofferden voor hun beschermelingen – ik bedoel op hadden moeten offeren. En dan had ik meegedaan aan de herdenking (misschien niet elk jaar). Nu echt nooit!” (cursiveringen in vet door Graaff – Droog).

Oppermans antwoordt  (25 juni): “Vanwege uw reputatie heb ik niet de illusie dat ik u in een enkele reactie ga overtuigen. Het zou u echter sieren om wat meer respect te hebben voor de mensen die hun leven hebben geriskeerd of zelfs gegeven [hebben] voor dat van anderen.”

Acties in 2021:  tegen Militariabeurs Houten

Misleidende persberichten van Graaff, waarin hij stelt dat op de Militariabeurs Houten illegale voorwerpen worden verhandeld en dat de beurs geen vergunning zou hebben (ook weer verzinsels) zetten de redactie van het tv-programma Kassa ertoe een zeer suggestief item aan deze beurs te wijden. En op basis daarvan kondigen het CIDI en het CJO aan aangifte tegen de beurs te doen. Ik berichtte hier al eerder over op Reporters Online.

In 2020 werd Graaff overigens wegens huisvredebreuk bij een eerdere editie van deze Militariabeurs veroordeeld. Het hoger beroep in die zaak loopt nog.

Dat weerhoudt Graaff er niet van om van de gemeente Houten €20.000 te eisen voor zijn inspanningen om de gemeente Houten te dwingen maatregelen tegen de beurs te nemen.

Ook stuurt Graaff op 27 juni 2021 aan zowel de gemeenteraad van Houten als aan de Provinciale Staten van Utrecht een persbericht, waarin hij stelt dat op last van de woordvoerder van de gemeente Houten twee lokale Houtener media, Omroep Houten en ’t Groentje/Houtens Nieuws.nl, berichtgeving over zijn acties gecensureerd zouden hebben. En dat de betrokken redacteur van Omroep Houten, Jasper de Bruijn vanwege deze censuur “daarop ontslag genomen” heeft. Jasper de Bruijn heeft echter allesbehalve ontslag genomen. Van 28 juni 2021 tot en met 19 september 2021 blijkt De Bruijn aan veel programma’s van Omroep Houten te hebben meegewerkt.

Tsja.

Acties in 2021:  demonstratie in Tilburg

Aangemoedigd door het vermeende “succes” van de Kassa-uitzending besluit Graaff te demonstreren in Tilburg, voor het woonhuis van de beursorganisator. Dat wordt hem door de Tilburgse burgemeester Weterings verboden (eerder berichtten we dat het hem ontraden werd, inmiddels blijkt dat het om een daadwerkelijk verbod ging). Vervolgens verspreidt Graaff in de woonstraat van de beursorganisator huis-aan-huis pamfletten, waarin hij de buurt ophitst tegen de organisator, die hij enkele dagen daarvoor op Twitter al voor “holocaustontkenner” had uitgemaakt. Vanwege deze actie loopt momenteel een strafrechtelijk onderzoek naar Graaff.

Eerdere acties tegen Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn

Dit schrijven begint met het “nieuws” over Graaffs demonstratie  bij de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn “Nieuws” tussen aanhalingstekens, want Graaff voert al jaren “actie” tegen Ysselsteyn. Waarbij ook “actie” tussen aanhalingstekens, want de acties bestaan vooral uit het versturen van misleidende persberichten en het doen van idiote uitspraken in tv-items en documentaires over Ysselsteyn.

Een van zijn eerste tv-optredens op Ysselsteyn dateert uit 2017, in de L1-documentaire Het zijn maar Duitsers. Wat hij daarin, al lopende over het grafveld, verkondigt, is zo tekenend dat het geen nadere uitleg behoeft:

“Dit is de hoofdvesting van het nazisme in Nederland. Dat is het kwaad. Het extreme kwaad. Erger dan dat kun je het niet maken. Als het aan mij lag dan werden al die graven opgegraven en vijf kilometer verderop over de grens gedumpt.

Ja kijk, hoe vaker ik hier dit nu zie zo [hij wijst naar het graf van een onbekende Duitse soldaat], “Ein deutscher Soldat”, dan denk ik dat als ik een fatsoenlijke Duitser was, dan zou ik me hier aan gaan storen. Het waren geen Duitsers, het waren nazi’s. Als je hier ligt en je bent dan omgekomen ook nog in de Tweede Wereldoorlog, ja, dan heb je het eigenlijk gehad, daarmee ben je voor eeuwig een nazi.

Het lijkt een volkomen normaal oorlogskerkhof, toch? Als je niet naar de namen kijkt en je leest de borden niet, dan denk je: oorlogskerkhof. Gôh, zielig. Veel dooien. Veel huilende moeders en verdrietige vaders, broertjes en zusjes. Misschien wel vrouwen en kinderen. Maar goed, dat is het vervelende, de doden zijn hier de baas. En wij kunnen hoog of laag springen, maar de doden zijn hier de baas. Zij bepalen hier de sfeer en de toon. En het zijn nu eenmaal nazi’s. Dat komt nooit meer goed.”

Terug naar 2021: de aangekondigde demonstratie bij Ysselsteyn

De Limburger bericht verder (€), in verband met de aangekondigde demonstratie van 9 oktober:

“Graaff verwacht dertig tot veertig demonstranten van onder meer de joodse gemeenschap in Nederland en Israël en antifascisten uit Nederland en Duitsland.”

In de demonstratie die hij op 5 september j.l. in Tilburg aankondigde, zei hij dat er tussen de twee en twintig demonstranten zouden zijn. Buiten Arthur Graaff werd geen enkele activist in Tilburg gesignaleerd, die dag.

Serieuze antifascisten uit Nederland nemen afstand van Arthur Graaff. Zelfs de Anti Fascistische Actie Fryslân (AFA Fryslân), de enige antifa’s die zich tot voor kort achter de “acties” van Graaff stelden, lieten me weten dat ze niet aan deze demonstratie zullen deelnemen. Dat deelden ze me op zaterdag 18 september mee.

De Limburger, 21 september: “Volgens Graaff zijn er aanwijzingen dat extreemrechtse en neonazistische personen de demonstratie in Ysselsteyn willen verstoren. Hij noemt daarbij onder meer Pegida en de NVU. Graaff heeft de demo in een mail aangekondigd bij de gemeente Venray. Daarin vraagt hij de gemeente in te grijpen mocht het tot confrontaties tussen demonstranten en deze personen komen.”

Aanwijzingen voor ordeverstoring door rechtsextremisten?

Nu was Graaffs voornemen, vóór hij de gemeente Venray inlichtte, alleen bekend bij Graaff zelve, Hein van Kasbergen, Peter van Griensven en Jan Cleton (de drie lieden die met Graaff het actieve deel van het AFVN vormen), AFA Fryslân, mij en naar aller waarschijnlijkheid de AIVD en/of het Team Criminele Inlichtingen van de politie. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat deze personen of organisaties de genoemde rechts-extremistische splintergroeperingen hebben geïnformeerd.

Op de sites en sociale media-kanalen van deze rechtsextremisten zie ik ook helemaal niets staan dat er ook maar in de verste verte op duidt dat ze op 9 oktober 2021 ook maar iets, waar dan ook, van plan zijn. Pegida lijkt bovendien op sterven na dood.

Dus wijst alles erop dat Graaff de “aanwijzingen” verzonnen heeft. Waarom?
Ik vroeg het Graaff – een antwoord bleef uit.

Nu is speculeren nooit goed, maar door Graaffs weigering tot informatieverstrekking kunnen we niet anders: de enige denkbare reden waarom Graaff dit sprookje aan het gemeentebestuur van Venray opdiste, was om persaandacht te generen. En daar is hij, dankzij Leon Janssen, de onnozele verslaggever van De Limburger, in geslaagd.

Mag er überhaupt bij Ysselsteyn gedemonstreerd worden?

Hoewel demonstreren een democratisch grondrecht is, is het maar zeer de vraag of de Nederlandse overheid protestdemonstraties (van wie dan ook) in de directe omgeving van de begraafplaats moet of zelfs maar mag toestaan.

Krachtens het Nederland-Duits verdrag over Ysselsteyn uit 1976 waarborgt de Nederlandse regering “de blijvende bescherming van dit terrein. Zij vrijwaart de omgeving van het terrein tegen al hetgeen afbreuk zou kunnen doen aan de rust der doden en de waardigheid der begraafplaats.”

De gemeente Venray toetst momenteel Graaffs kennisgeving van de demonstratie, zo deelde de woordvoerder van de gemeente Venray op vrijdag 24 september mee.

Wordt vervolgd: zie: 75 jaar Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn – De Tweede Wereldoorlog als industrietak (1)

Foto: screenshot van L1 documentaire Het zijn maar Duitsers.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
droog@epibreren.com'
    Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.